
viert 750 jaar
Vandaag trapte burgemeester Sharon Dijksma het jubileum af van Stadskasteel Oudaen aan de Oudegracht. Door de eeuwen heen werd er in Oudaen geleefd, gefeest en zakengedaan. Die rol is nauwelijks veranderd.
Veel historische gebouwen in de binnenstad zijn een toeristische trekpleister geworden en kregen een andere functie, bijvoorbeeld die van museum. Maar in Oudaen kan er nog steeds, net zoals in vorige eeuwen, gegeten, gedronken en vergaderd worden. Er is onder meer een brouwerij, een restaurant en een grand café; levendig erfgoed zonder zijn karakter te verliezen.
Stedelijk machtscentrum
Het stadskasteel werd in de tweede helft van de dertiende eeuw gebouwd. In die tijd floreerde Utrecht en werd snel rijker. Handelaren en machtige burgers toonden hun rijkdom. Oudaen was een indrukwekkend stadskasteel, met kantelen, een weergang rondom en een grote zaal voor ontvangsten en bijeenkomsten. Wonen gebeurde op de achtergrond, in kleinere zijhuizen die later werden aangebouwd. Het was geen landelijk kasteel, maar een stedelijk machtscentrum waar status, macht en netwerk samenkwamen.
De eerste bekende eigenaar was Frederik Zoudenbalch, lid van een invloedrijke Utrechtse familie. In 1567, toen kanonskogels op Kasteel Vredenburg werden afgevuurd, bleef ook Oudaen niet ongeschonden. Sporen van de beschieting zijn nog steeds op de achtergevel van het pand te vinden.
Gefaseerd
Oudaen lag midden in het bedrijvige Utrecht, omringd door handelshuizen en gilden, en fungeerde lange tijd als een van de belangrijkste adressen voor netwerken en onderhandelen. Door de eeuwen heen veranderde de functie. In 1758 werd het een Oude Mannen- en Vrouwenhuis, een sociale functie die ruim tweehonderd jaar bleef bestaan. In de jaren zestig raakte het pand vervallen, totdat de gemeente Utrecht en Stichting Oudaen het in de jaren tachtig restaureerden. De voorwaarde was dat het een plek voor de stad moest blijven. Sindsdien wordt het pand gefaseerd gerestaureerd en geëxploiteerd, onder meer met horeca en een brouwerij om het onderhoud te financieren.
Tijdens de vredesonderhandelingen die leidden tot de Vrede van Utrecht in 1713 verbleef de Franse gezant De Polignac er, terwijl ontvangsten werden gehouden voor onderhandelaars uit heel Europa. Later fungeerde Utrecht als diplomatiek centrum van formaat, en Oudaen speelde daar een rol in door ruimte te bieden voor belangrijke bijeenkomsten en feestelijke ontvangsten. In het proeflokaal hangt een groot schilderij van kunstenaar Semiramis Öner Mühürdaroglu waarop de onderhandelaars die betrokken waren bij de Vrede van Utrecht in 1713 zijn afgebeeld.
Tijdens de opening vandaag werd in de werfkelders een speciaal jubileumbier geschonken. De werfkelders, oorspronkelijk gebruikt voor opslag en handel, huisvesten nu een actieve brouwerij. In het grand café en restaurant zijn nog tal van middeleeuwse details, zoals houten balken en oude stenen muren, te vinden. Bezoekers van Oudaen stappen letterlijk de geschiedenis in.