
Lucas Bolwerk
De Utrechtse Binnenstad kent negen fonteinen. Geen monumentale spuitende bronnen op pleinen die naar macht of rijkdom verwijzen, maar bescheiden straatdecoraties. Kunstwerken waar water een rol speelt. Dat vraagt om regelmatig onderhoud.
Fonteinen zijn er voor de sier, het water is expliciet geen drinkwater. Vaak is er een bordje of een icoon opgehangen. Het water is veilig, maar niet geschikt voor consumptie. Er zijn andere tappunten in de stad waar je drinkwater uit kan halen zoals op de Neude, Mariaplaats, Janskerkhof en Ganzenmarkt.
Een fontein, in principe een vernevelaar van water, heeft een verkoelend effect op de omgeving. Daarom is het belangrijk om, ook al wordt het water niet gedronken, toch de kwaliteit in de gaten te houden.
Bacteriën
Wichard de Rijke, is binnen de gemeente een van de twee coördinatoren voor het dagelijks onderhoud van de 31 stadsfonteinen , waarvan er 9 in de Binnenstad. ‘Een keer per maand testen wij de fonteinen op bacteriën. Als wij constateren dat er een verhoogd aantal bacteriën inzitten zetten wij de fontein stil. Dan maken wij de tussenruimten schoon en doen er nieuw water in. De nieuwe fonteinen, met name die buiten het centrum, behandelen wij met een chloordosering.’
Niet alle fonteinen hebben dezelfde aandacht nodig. De leeftijd van de fonteinen, met name die in de binnenstad, zijn ouder en hebben geen systeem dat automatisch het water reinigt.
Onder een fontein zit vaak een bufferkelder. Daar wordt het water opgevangen. In principe is dat een gesloten systeem. Toch verdampt er soms water en dat wordt dan weer bijgevuld.
De Rijke ‘De nieuwere fonteinen, buiten de binnenstad, zijn vaak complexer om te onderhouden. Daar komt de moeilijkheid kijken bij de communicatie met de elektrische installatie die ervoor zorgt dat de bacteriën en andere ziekteverwekkers worden gereinigd.’
In de winterperiode van november tot april gaan alle fonteinen uit. Vorst en ijs richten schade aan. Soms is een fontein langdurig stuk, zoals het Feest der muzen van Joop Hekman bij de Stadsschouwburg. Deze fontein is al maanden niet meer in werking. Het is nog niet te zeggen wanneer het water weer langs de bevallige dames stroomt.
Het feest der Muzen kunstenaar Joop Hekman (1921 - 2013)
Een van de eerste grote projecten uit de beginjaren van het Fonds Stadsverfraaiing is de fontein bij de Stadsschouwburg. De totstandkoming van de fontein kent een lange voorgeschiedenis.
Nadat een ontwerp voor een fontein van de hand van W.M. Dudok, de architect van de schouwburg, was afgekeurd, werd in 1950 een besloten prijsvraag georganiseerd tussen de Utrechtse kunstenaars Pieter d'Hont en Joop Hekman. Hekman won met een ontwerp van een zeemeermin.
Na een studiereis naar Rome werd het eerste idee aangepast naar drie muzen, dochters van Zeus, die de mensen wijsheid en inspiratie gaven. Gedurende jaren werd er gediscussieerd over de locatie. Het gazon van de schouwburg zou te klein zijn, de omgeving te druk en te onrustig. Alternatieve plekken in de stad werden allemaal verworpen.
Eind 1959, tien jaar na het oorspronkelijke idee van Hekman werd het kunstwerk door de burgemeester onthuld. De waterpartij is een unicum bij door kunstenaars gebeeldhouwde fonteinen die er doorgaans aan hechten dat hun beeldhouwwerk helder zichtbaar blijft. Het Feest der muzen is het grootste van het grote aantal beelden van Hekman die Utrecht rijk is.
Foto © Gert-Jan Peddemors