Wat verdween uit Utrecht (5 t/m 3)

 

TOP 10 WAT VERDWEEN UIT UTRECHT 


Utrecht heeft altijd afscheid moeten nemen van gebouwen en plekken. Soms was dat eeuwig zonde, soms moest het zo zijn. We tellen terug vanaf tien. Op nummer 3 staat Wijk C.


3. WIJK C - VERGÉÉÉTE
0p nummer 3 de meest bezongen wijk van Utrecht, Wijk C, niet toevallig de derde letter van het alfabet. In het Utrechtse volkslied wordt Wijk C niet voor niks als derde genoemd, na het graggie en het Vreeburg. Alles wat Utrechts is, komt samen in Wijk C. En het rijmt op benee.


Als ik boven op de Dom kom
Kijk ik even naar benee
Dan zie’k het ouwe graggie
Het Vreeburg en Wijk C
…..

HUA  3-1- Top 10 Wijk C WaterstraatDe Waterstraat in 1926 met rechts de Willemstraat,
links de Koningstraat en op de achtergrond de Jacobikerk.
De toren kreeg in 1953 zijn spits terug.
(Foto Het Utrechts Archief)
 

Iedereen die langer dan drie maanden in Utrecht woont, weet wat er achteraan komt, zingt de rest foutloos mee, daarna springen alle hartsies óóóópen, gaat iedereen hard lachen en houdt het op.


Zoals het Wilhelmus meer dan drie regels kent, heeft Als ik Boven op de Dom Kom ook meer dan één couplet. Nu we toch de tijd hebben is dit misschien het moment het tweede er nog eens in te stampen.


Ze zingen in ons landje
Bij ons in de Jordaan
Van dat gaat naar Den Bosch toe
We gaan er naar de Zaan
Maar ´t mooiste wordt vergéééte
Dat is toch zeker schand
We hebben ook nog Utrereg
In ´t hartjie van ons land!’

Bij ons in de Jordaan. Het woord is gevallen. Wijk C had de Jordaan van Utrecht kunnen zijn, een schitterende woonwijk, een echte kamer in het hart van de stad. Dat had gekund, als de stad iets eerder had begrepen dat verbeteren iets anders is dan slopen. ´Het is een schande, een jankende schande, zou Anton Geesink zeggen.

 

HUA 3-2- Top 10 - Wijk C Kroonhof copyDe Kroonhof, geboortegrond van Anton Geesink in de jaren vijftig.
(Foto L.H. Hofland - Het Utrechts Archief)

Wijk C, de oervolkswijk van Utrecht is stukgeslagen met sloopkogels en klauwhamers, leeggepompt en uitgerookt. De bewoners werden de Apachen van Utrecht genoemd. Dus dan mocht het. Ze zouden vernielzuchtig zijn en weinig anders doen dan schade aanrichten.


Dat sloeg nergens op, maar de stad had groeistuipen en begon al in de jaren dertig ten noorden van het Vredenburg met om zich heen te slaan. Niet de Apachen dus, maar het gemeentebestuur. Het kwam goed uit dat die straatjes, stegen, sloppen en hofjes er niet best aan toe waren. Geen mens die de moeite nam te bedenken dat er nog iets anders mogelijk was dan alles tegen de vlakte te gooien.
 

HUA 3-3 - Top 10 - Wijk C Overzicht copyBeslissend moment voor Wijk C: de aanleg van de
St. Jacobsstraat
in de jaren vijftig.
Links de bakkerswinkel van de Lubro aan de Varkenmarkt.

Op de achtergrond de Monicakerk en de Korenschoof.
(Foto L.H. Hofland – Het Utrechts Archief)


HANNES
De pech van Wijk C is dat ze er al in de jaren dertig mee begonnen. In een tijd dat het niet gewoon was om je te verzetten tegen de overheid als die plannen met je had. Normaal moest je niet te dichtbij Wijk C-ers komen, die konden daar soms niet zo goed tegen. Bovendien waren ze niet van suikergoed. (Voorbeeld: Hannes de Liefde, die vrat zo een kist appelen leeg en was zo sterk als een paard. Toen er achter in de Oranjestraat een keer brand was en duidelijk werd dat er een paard stond, ramde Hannes de deur in, stormde naar binnen en kwam naar buiten met dat paard op zijn nek).


Zo dus. Maar toen het Oranjepark in het midden van de wijk werd omgehakt, er een dikke, rechte streep werd getrokken vanaf het Vredenburg naar de Nieuwekade voor de aanleg van de St. Jacobsstraat, was er niemand die de kamer van de burgemeester binnenstormde. Niemand die in verzet kwam. Ze lieten het gebeuren. Ze dorsten er zo gezegd niks van te zeggen.


Toen het later anders werd, iets voorbij de jaren zestig was het eigenlijk al te laat. Er was al wel heel veel gesloopt, niet alles, maar wel heel veel, zeg toch maar gewoon alles. Iemand als Corrie Huiding-Stomp, al decennia lang de ambassadeur van Wijk C, streek te laat neer in de Bergstraat. Ze mag zichzelf officieel niet eens Wijk C-er noemen, want daarvoor moet je wieg er hebben gestaan. Dat haar opoe er met een viskar liep, haar ouders er allebei zijn geboren telt niet mee. Maar ze is al meer dan veertig jaar een van de drijvende krachten achter het Wijk-C comité dat brak met de wonderlijke traditie in de wijk om overal tegen op te staan behalve tegen de eigen ondergang.


Maar eigenlijk was het te laat. Er was besloten dat je ook in Wijk C moest kunnen blijven wonen, maar de kantoren bleven komen al waren het er misschien minder dan ze eerder op het stadhuis hadden bedacht.


DOVE WILLEM
Een hedendaags taboe is te beweren dat vroeger alles beter was, maar er zijn uitzonderingen. In de Waterstraat in Wijk C was vroeger gewoon ALLES beter. Op de stompe toren van de Jacobikerk na misschien. Die had in 1674 tijdens de beroemde orkaan zijn hoge spits verloren en kreeg in de jaren in de jaren vijftig weer een nieuwe terug.

 

HUA 3-4- Top 10 Wijk C Geesink in Oranjestraat copyWereldkampioen Anton Geesink in 1961 in Oranjestraat.
(Foto L.H. Hofland - Het Utrechts Archief)


Maar kijk eens naar het straatbeeld uit 1926, wie liepen daar niet rond? We gaan even los met het Utrechts Bijnamen Lexicon in de hand: misschien wel Dove Willem, die zich op een avond in het café begon uit te kleden omdat-ie dacht dat-ie al thuis was. Of Blinde Piet, die helemaal niet blind was. Of Schokkie, de orgelman, wiens bult nu weer links en dan weer rechts werd gesignaleerd. Anders Barend de Negenvinger - opa van Anton Geesink - die een vinger miste.


Tegenwoordig is de Waterstraat aan de ene kant van de Jacobsstraat bijna vergeten dat ie aan de andere kant verdergaat. Bij elkaar staan er nog ongeveer 350 woningen waar steeds minder mensen in wonen. Ze hebben allemaal geen bijnaam, want daarvoor moet je in Wijk C hebben gestudeerd. Vroeger deden ze dat met een kleine 6000 mensen op zo´n 1000 woningen. Kleine huisjes, een huiskamertje en een zolder. Geen keuken, een kraan in de gang, je kwam vanzelf op straat. En dan wist je het wel.


Ach die saamhorigheid. Wijk C was een grote klit, vertelt Toon van der Zouw in het superieure interviewboek van het Volksbuurtmuseum. Je was allemaal Wijk C-er zonder onderscheid. ´Buiten de wijk kwamen ze er niet zo goed af, Wijk C-ers. Daar werden ze vaak uitgescholden voor vieze, vuile Wijk C-er. Als ze dat zeiden, dan ging mijn borst naar voren. Ik was er trots op! Volgens mij was dat allemaal jaloezie.’

 

HUA 3-5 - Top 10 Wijk C Beeld GeesinkAnton Geesink in brons gegoten door Theo van de Vathorst.
(Foto Bert van den Hoed)


HARTSTOCHT
Maar toch, wilde je het beter krijgen, dan moest je wel bijna weg. En wie weg was, kwam niet vanzelf weer terug. Lastig, zo’n oude liefde. Verlangen naar iets waar je niet naar terug wil, wrede hartstocht.


Anton kwam wel terug, zij het in brons gegoten. Beeldhouwer Theo van de Vathorst deed het eerder met de grote deuren van de Domkerk, dus die kon Geesink ook wel aan. Nu houdt die geweldige kop hele dagen de wacht bij de Jacobikerk. Schatbewaarder van zoete herinneringen. Hij staat. In Wijk C. En gaat nooit meer weg.


Maar ´t mooiste wordt vergéééte
Dat is toch zeker schand


Allemaal!

4. CENTRAAL STATION 

HUA 4-1 - Top 10 Station Rinke copy18 juni 16.35 uur Centraal Station Gouache van
Rinke Doornekamp.
Uit: Een spoor terug. 1987. Uitgeverij Kwadraat


Op vier het Centraal Station, dat van Ir. Sybold van Ravesteyn, een van de mooiste stations ooit in Nederland gebouwd. Alleen heeft het amper 35 jaar in Utrecht gestaan, van 1939 tot 1975. Je zou dus kunnen denken dat ie liever had gehad dat ie ergens anders was neergezet. Maar zo ging het niet. Sloper Van Vliet had geen kind aan het bekoorlijke gebouw. Het gaf zich makkelijk over. Meisjesgenade.


Van Van Ravesteyn (1898 - 1983) moest je het ook niet hebben. Die was spoorwegarchitect en wist dat hij niet voor de eeuwigheid bouwde. Hij werd wel de meest gesloopte architect van Nederland genoemd. Bovendien mocht hij zelf ook graag een stationnetje omleggen. Hij was licht verbaasd dat de bouwers van Hoog Catharijne de moeite namen hem voor te bereiden op het naderende einde van Utrecht CS, het eerste grote station dat hij had ontworpen. De mannen kregen zijn zegen.


Dus werd dat oogverblindende, onvergetelijke station in 1975 gesloopt of het gewoonste zaak van de wereld was. Zijn opvolger stond er, of liever gezegd, hing er al. Veel groter kon het verschil zijn. Het  was amper een station te noemen, eerder een reuzengymzaal zonder wandrek, vastgeplakt aan Hoog Catharijne op veilige afstand van de sporen.


Pas veertig jaar later kwam er iets voor terug dat weer een station mag heten. Iedereen ziet de lange golvende lijnen van het nieuwe Utrecht CS die doen denken aan die van Ir. Sybold van Ravesteyn, iedereen ziet het nieuwe bollendak dat sprekend lijkt op Van Ravesteyns sierlijke overkapping van het buitenterras aan het oude Stationsplein. Maar de architecten van nu houden vol dat elke gelijkenis berust op louter toeval. Je verzendt je passes met buitenkant voet en beweert dat je Johan Cruijff nooit hebt zien voetballen. Het maakt niet uit, we krijgen het oude station er niet mee terug.  


Van Ravesteyn deed zijn inspiratie op in Italië en verzette zich met zijn gebogen lijnen letterlijk af tegen de rechtlijnigheid van het Nieuwe Bouwen van collega’s als stad- en straatgenoot Gerrit Rietveld. Hij wilde alles ‘bloemrijker, zachter en leefbaarder’ maken. Zoals vaker met onbekende gekkigheid (Rietveld kon erover meepraten), bereikte het nieuwe station niet meteen de harten van de Utrechters. De barokke vormgeving met zijn golven, krullen, licht- en zwierigheid werd eerst nog afgedaan als ‘de kapsalonstijl’.


HUA4-2 - Top 10 Station Hal copyDrukte in de hal, uittocht zomervakantie 1967
(Foto L.H. Hofland - Het Utrechts Archief)

Maar gaandeweg ging Utrecht toch voor de bijl. Dat station had zoveel allure dat het niemand kon ontgaan, al zocht je de hele Amsterdamsestraatweg af. Alles zwierde en cirkelde en was in beweging nog voor er één trein was vertrokken. Wie de hal binnenging, weet dat nu nog.


De Utrechtse tekenaar en grafisch ontwerper Rinke Doornekamp wist de sfeer op en rond het Stationsplein op papier te krijgen. Kijk naar zijn tekening van het station (Uit het boekje ‘Een spoor terug’ uit 1987 over de Stationswijk) en er hoeft niets meer gezegd te worden. Zelf mijmerde hij er lustig op los. ‘Ik heb altijd een beetje gevonden dat het niet in Utrecht thuishoorde’, schreef hij. ‘Al dat glas, die boogramen, die zuilen, dat hoort meer bij het zuiden. Een Romeinse arena die per ongeluk in regenachtig Utrecht terecht is gekomen. Het heeft iets decor-achtigs, een coulisse waar niets achter zit. Maar nu het weg is – nou ja, je hebt nu eigenlijk geen station meer…’

 

HUA4-3- Top 10 Station Restauratie copyDe stationsrestauratie.
(Foto Het Utrechts Archief)

En zo was het. Het station werd een plek waar iets te dromen viel, het voerde je weg van de grauwigheid, maakte van elke treinpassagier een reiziger. Voor dit gebouw wilde je wel terugkeren naar Utrecht, de Dom hoefde voortaan niet alles meer alleen te doen.  


Je kon van Van Ravesteyn trouwens niet zeggen dat hij niet was geworteld in de stad. Als civiel ingenieur had hij begin jaren twintig meegewerkt aan de bouw van De Inktpot aan de Catharijnesingel, het derde hoofdgebouw van de spoorwegen en het grootste bakstenen gebouw van Nederland. Voor zichzelf bouwde hij in 1932 aan de Prins Hendriklaan een woonhuis dat er minder streng uitzag. Daar, een paar honderd meter voorbij het Rietveld-Schröderhuis, kwam voor het eerst de gebogen lijn tevoorschijn. Een oefen centraal stationnetje.


Het echte werk volgde in 1939 op de resten van het een jaar eerder afgebrande station. Als apotheose verschenen op het dak drie beelden van Mari Andriessen die op het Stationsplein neerzagen. In het midden Phoenix dat het gebouw uit de as had laten herrijzen, geëscorteerd door de dames Veiligheid en Snelheid.


Ze zouden niet onopgemerkt blijven. Tegenover het station woonde een meisje dat ’s nachts uit haar raam de beelden zag staan. Haar ouders runden op het Stationsplein Hotel du Commerce. Ze zag de beelden als vriendinnen, het waren haar eerste muzen, liet ze later optekenen. ‘Ze lachten me toe en ik droomde. Ik ben een nimf van het station, een engel, klaar voor vertrek, een meisje op reis…’.

 

HUA4-4 - Top 10 Sation. Sloop copyHet station gaat neer 1975
(Foto Wim Uilenbroek – Het Utrechts Archief)

 

Dat meisje was Sylvia Kristel en op reis ging ze. Weg van de Stationsstraat met de bussen van de Wabo en de NBM, weg van de Chinese pindaverkoper die leverde uit zijn koffer, weg van de fietsenstallingen en de zakenmannen van de Jaarbeurs, weg hiervan door de hoge hal met zijn glanzende, golvende balustrades…


Vlak voordat ze in de trein wilde stappen, was ze staande gehouden door straatmuzikant Sygurd Cochius die haar hand dicht bij zijn ogen had gebracht en had gezegd: ‘U zult bekender zijn dan Sophia Loren’.
Zoiets kon alleen maar gebeuren in het station van Van Ravesteyn. Toen ze later als wereldster terugkeerde in Utrecht, was alles verdwenen.

5. DE UTRECHT – AFBLIJVEN!
Wie in Utrecht informeert naar stadstrauma's, moet zich voorbereiden op drie antwoorden. Die zijn dat 1. de singel nooit had mogen worden gedempt (wordt aan gewerkt), 2. de Neudeflat nooit had mogen worden gebouwd en 3. ‘De Utrecht’ er nog had moeten staan.

 

1 van 5 HUA De Utrecht in 1910 copy'De Utrecht' in volle glorie rond 1910 aan de Leidseweg.
(Foto Het Utrechts Archief)

Op de eerste foto zien we ‘De Utrecht’ in volle glorie rond 1910 aan de Leidseweg, een deftige laan aan een haven waar kort daarvoor de trekschuit uit Leiden nog was binnengelopen. Je kon er voor de deur vissen of een roeiboot huren en daarmee vanaf het Leidseveer zo de singel opvaren. Niets op deze plek wees erop dat het leven eindig en vol risico´s was. De schitterende vesting van Udelfanger zandsteen, die daar in 1902 was neergezet als hoofdkantoor van Levensverzekeringsmaatschappij Utrecht, zag er persoonlijk op toe.


Dit Jugendstil-juweel moest in 1974 alweer plaatsmaken voor de nieuwe tijd. Het geldt nog altijd als een van Utrechts meest betreurde sloopwerken, het voornaamste slachtoffer van de betonboeren van Bredero die Hoog Catharijne hadden bedacht, Utrecht over de streep hadden getrokken en vanaf dat moment erg kort van stof werden.


Een Utrechts comité van architecten, monumentenexperts en kunsthistorici, bij elkaar niet de eerste de besten, had zich kort voor de sloop het vuur uit de sloffen gelopen om te laten zien dat het één het ander niet hoefde uit te sluiten, dat Hoog Catharijne er heus wel mocht komen, maar dat een vleugje klassieke schoonheid geen kwaad zou kunnen, dat niet alles onder de beul van Venus hoefde te bezwijken, alstublieft meneren van Bredero, kijk maar, het kan…


Maar daar kwam niets van in. In het stedenbouwkundige handboek van oud-topambtenaar Kees Visser is daarover een mooie anekdote te lezen. Een architect die tijdens een overleg bijna stiekem een blokje HC van de maquette had weggehaald om er een model van ‘De Utrecht’ voor in de plaats te zetten om zo te laten zien hoe goed het zou passen, werd afgeblaft. Afblijven!, had de Brederoman geroepen. Het blokje Utrecht ging meteen weer terug in de zak van de architect en kwam er nooit meer uit. Afgehandeld.


Daar zat misschien nog wel de meeste pijn. Niemand die nog iets te zeggen had. Alles ging plat.


2 van 5 HUA - Top 10 - De Utrecht Leidseweg 1965 copyDe Leidseweg rond 1965, een echte entree naar de stad.
(Foto H. Kruythof - Het Utrechts Archief)

Ach ja, die Leidseweg, het laatste stukje vanaf het station naar het Vredenburg, dat was toch wel wat hoor. En niet alleen vanwege dat Art Nouveau-paleis. Kijk eens naar de foto uit 1965 toen het einde al een beetje in de lucht hing. Het was wél een echte entree naar de stad. Mooi opgebouwd. Het liep nogal uitnodigend een beetje naar beneden. Verderop stond het grote donkere bakstenen Jaarbeursgebouw als een podiumgordijn waarachter van alles tevoorschijn kon komen. Ging je verder, dan brak de stad daar open en kwam je vanzelf bij de gracht waar het allemaal echt begon.


Op de Leidseweg zaten ook allemaal echte Utrechtse winkels. Kleine zakies met grote namen, allemaal achter elkaar: Apollo, Ben Bril, Ruteck’s, Venezia, Van Veen, Van Angeren en dan pas ‘De Utrecht’. Die maakte vanaf het station gezien eigenlijk niet meteen veel indruk, alleen al omdat je even verderop op de hoek met de Catharijnesingel ook Jamin had waar ze grote brokken verpakt ijs verkochten.


Vanaf de andere kant was het anders. De gevel van De Utrecht was zo gebouwd dat hij vanaf de Catharijnebrug direct de aandacht trok. In een nis stond daar de verzekeringsengel van Utrecht altijd op wacht. Omdat de gelaatsuitdrukking niet helemaal geslaagd was, werd ze in de volksmond ‘de schele maagd’ genoemd, een bijnaam waar ze nooit meer van af zou komen. (Zij heeft alles wel overleefd en bewaakt tegenwoordig vanaf TivoliVredenburg het Vredenburg).

 

3 van 5 HUA - Top 10 De Utrecht Dirk van Oostveen copyDe inspringende gevel van 'De Utrecht' was de vaste
thuishaven van straatmuzikant Dirk van Oostveen.
(Foto D. Wolvetang - Het Utrechts Archief)

 

Behalve voor de vervaarlijke draken, adelaars, leeuwen, spuwers, pelikanen allemaal bedoeld om ons voor onheil te behoeden, was ‘De Utrecht’ ook de vaste thuishaven van niemand minder dan straatmuzikant Dirk van Oostveen. Hij stond altijd vlakbij de chique entree, in de rug gedekt door de inspringende gevel. Op foto 3 zie je hem staan, met zijn mandoline of viool of iets ertussenin, met alpinopet en handsfree mondharmonica. En lang haar! Als het regende ging hij naar het tunneltje onder het buurtstation. Later verhuisde hij zonder enige aarzeling naar Hoog Catharijne waar het altijd lekker droog en druk was en niemand hem lastigviel, dat moet je HC dan weer nageven.

 

4 van 5 HUA - Top 10 Utrecht sloop copyNovember 1974 valt het doek. Tientallen mannen
kijken toe hoe 'De Utrecht' zich overgeeft.
(Foto Wim Uilenbroek - Het Utrechts Archief)

 

We zullen nooit weten hoe lang Dirk er nog had gestaan als het anders was gegaan. Hoog Catharijne was al een jaar open toen in november 1974 de sloopkogel aanviel op ‘De Utrecht’. Die had nog een hele kluif aan dat Udelfanger zandsteen, dat met zijn geelgroene kleur soms al iets weg had van een stoffelijk overschot. De miljoenen bezoekers liepen toen al niet meer langs de Leidseweg, maar een eind verderop vijf meter hoger, hoog en droog. Wat moest het hier nu nog? Enkele tientallen mannen stonden met tranen in de ogen te kijken naar hoe ‘De Utrecht’ zich overgaf. Er was niemand meer die ‘Afblijven!’ riep.

Hier naar de TOP 10  6 t/m/ 10    



<< terug naar overzicht