Ongezouten meningen

Door Louis Engelman
11 maart 2020


Engelman sprak deze column uit op de bijeenkomst De binnenstad draait door,
georganiseerd door UBinnenstad2040 en actiegroep Binnenstad030  

 

Regeert de stad of de markt?


Elke zaterdag ga ik met plezier naar de Bloemenmarkt op het Janskerkhof. De kleuren in de kramen, de sfeer onder de bomen, de oude gebouwen om het plein heen, met de kerk in het midden, ze geven me allemaal een goed gevoel. Zo typisch Utrecht!
Maar tegelijkertijd sta ik wantrouwend tegenover mijn eigen nostalgie. Want die werkt conservatisme in de hand. Aan de veilige kant blijven, en niet kiezen voor gedurfde creatieve ontwikkelingen. Dat betekent stilstand.


Toch is die botsing tussen behoudzucht en vergezichten naar de toekomst, bijna niet te vermijden. Want hoe kunnen WIJ nu bepalen hoe de Utrechtse Binnenstad er in 2040 gaat uitzien? Dan is er al weer een hele nieuwe generatie opgegroeid, met haar eigen wensen. En ben ik zelf – en sommigen hier met mij - zeer waarschijnlijk al uit dit aardse vertrokken.

 
 

toehoordersSRypkema
In het stadskantoor waren ruim zestig mensen aanwezig, bewoners,
ambtenaren en ondernemers © Saar Rypkema

 

Anderzijds ben ik er blij om dat de Utrechtse bevolking aan het eind van de jaren vijftig van de vorige eeuw wel haar stem heeft verheven. Zij protesteerde tegen de plannen om de singels te dempen. Gelukkig maar, want zonder dat verzet had de stad er nu heel anders – en zeker niet mooier – uitgezien.
We moeten dus wel onze stem laten horen. Maar hoe? Zelf probeer ik een onderscheid te maken in wat ik ‘dagelijkse beslommeringen’ noem en ‘een breder perspectief.’

In die eerste categorie vinden we de woonproblemen. De snelle stijging van de huizenprijzen. De ongebreidelde huurverhogingen als een woning is vrijgekomen. En handige vastgoedjongens die grote woningen splitsen in appartementen. Kortom de vrees dat Utrecht voor de gewone burger te duur wordt. Zeker de binnenstad. Daarnaast zie je de bijna niet te beteugelen uitbreiding van de horeca. Waar je tegenwoordig in sommige restaurants vaak met een hartelijk ‘Good Evening’ wordt begroet. Tja!

Fascinerend vind ik de fiets-infarcten elke morgen op de kruising van de Viestraat en Singel nabij TivoliVredenburg. Dat er geen grote ongelukken gebeuren is werkelijk een wonder. Fietsers lijken in Utrecht vaak circusartiesten. 
En dan de rolkoffers. Hoeveel AirBnB’s gaan we er nog bij krijgen? Hoeveel hotelkamers worden er nog geopend? Maar zitten we wel te wachten op de toeristische overflow van Amsterdam? Met alle gevolgen van dien. De eerste pindakaaswinkel is in de Zadelstraat al geopend.
Zo, genoeg gemopperd nu. Want Utrecht kan niet gaan stilstaan. En bij ontwikkelingen heb je nu eenmaal effecten. Goede en slechte.


Hoe kan je die laatste groep beheersen? Ik denk door goed naar de oorzaken te kijken. En dan kom ik bij mijn bredere perspectief. De woningtekorten zijn niet uit de lucht komen vallen. Die zijn het gevolg van groei, van beleid, van keuzes. De juiste?
Een onderzoeksbureau constateerde vorige week dat er in Utrecht een grote vraag naar betaalbare eengezinswoningen bestaat. Maar de stad wil nu vooral appartementen bouwen.

 
 

engelman_001-engelman
Louis Engelman © Ton van den Berg


Gaat dat werken? Een vriend van mij woont in Zijdebalen. Hij vertelde dat er momenteel veel verhuisbusjes staan bij de huurappartementen. Hij vermoedt dat de huur voor de eerste bewoners toch te hoog is geworden. Hoe gaat dat straks in de Cartesiusdriehoek, het Jaarbeurskwartier en de Merwedekanaalzone?


Utrecht heeft nauwe banden aangeknoopt met machtige bouwbedrijven en projectontwikkelaars. Die moeten de stad gaan helpen door veel te bouwen. Maar wie heeft het daarin straks voor het zeggen? En wat is de rol van de corporaties? Hoe sociaal zijn die nog te noemen als ze panden in de binnenstad in de verkoop doen? Wie heeft daar invloed op? En hoe moeten we de relatie zien tussen de toename van AirBnB’s, die woonruimte aan de markt onttrekken, en de activiteiten van een instituut als Utrecht Marketing?
Hoe kan je enerzijds illegale vakantieverhuur aan banden leggen als je anderzijds Utrecht in de Lonely Planet laat aanprijzen als een onbekende parel? Voor de toeristen is het mooi als er in de horeca ook Engels wordt gesproken. Maar is de binnenstad ermee gebaat als er nog meer toeristenrestaurants worden geopend, waarbij kwaliteit niet de hoogste prioriteit heeft?


En wat kan de stad doen aan de onwenselijke concentratie van cafés? Het CBS stelde recentelijk vast dat ruim 42 procent van de Utrechters zich na een stapavond in het centrum onveilig heeft gevoeld. Tegen 20 procent in de eigen woonbuurt. Dat zegt wat.


Utrecht is er trots op Fietsstad te zijn. En terecht, denk ik. Maar zitten we ook te wachten op nog meer handige uitbaters van leasefietsen? Met oranje frames en blauwe banden, die – is mijn indruk – iets gemakkelijker op straat neer worden gekwakt dan een eigen fiets? Ik bedoel ermee te zeggen dat achter mijn kleine beslommeringen grotere krachten schuil gaan. De ‘markt’ regeert meer dan we denken. In hoeverre laten we dat toe? Met andere woorden: Kan het stadsbestuur die ontwikkeling voldoende in de hand houden en zelf bepalen wat er in Utrecht gebeurt? En hecht zij evenveel belang aan uw leefbaarheid als aan de economische voorspoed? Ik hoop het van harte. Voor het wonen, het werken en het uitgaan.
En zelfs voor mijn geliefde bloemenmarkt. Want met schrik las ik deze week dat Amsterdam de bloemenverkopers op het Spui gaat beboeten. Omdat zij aan de duizenden toeristen meer mutsjes en t-shirts verkopen dan bloemen. Dàt zouden we in Utrecht toch in elk geval moeten kunnen voorkomen.•

 

_______________________________________________

 

Door Dick Franssen
februari 2020

 

De elektriseermachine van Lot

Een fietsende jonge vrouw passeert de wethouder van milieu en verkeer en  bedankt haar dat ze de lucht schoner heeft gemaakt. Lot van Hooijdonk vertelde dit voorval in een interview in het AD/UN, om duidelijk te maken dat lang niet iedereen negatief over haar denkt. Dat bewijs hoefde ze niet te leveren, want weliswaar moest ze zich de laatste jaren in de gemeenteraad te weer stellen tegen twee moties van wantrouwen, ze werd ook twee keer verkozen (door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten) tot beste jonge wethouder van het land. Dat gebeurde op grond van haar heldere manier van aanpakken en doorpakken.


De problematiek waarmee Van Hooijdonk zich bezighoudt is weerbarstig. Over haar portefeuille liggen de standpunten ver uit elkaar. De wethouder kan het nooit bij iedereen goed doen. Maar ze gaat door, met wat volgens haar het beste voor de gemeenschap is.  


Op mijn eigen manier probeer ik als Nederlandse burger ook een steentje bij te dragen. Zo liggen er sinds een jaar of vijf zonnepanelen op het dak van mijn zomerhuisje in Overijssel. Ook heb ik de zolder geïsoleerd. En mijn jongste bijdrage aan een beter milieu is de aanschaf van een pelletkachel ter vervanging van een gaskachel. Hij kostte ongeveer duizend euro, maar omdat hij zo goed voor het klimaat is betaalde de overheid er de helft van.

Elk uur verstookt de kachel ongeveer een kilo geperste staafjes hout. Ik koop ze in zakken van tien kilo waarop staat dat ze CO2 neutraal zijn.

Zo leuk als ik in het begin het kacheltje vond, vind ik hem nu niet meer. Want het is me duidelijk geworden dat de Nederlandse staat mij misleidde.


An m’n hoela neutraal. Het is een constructie: voor het hout dat je verbrandt komen nieuwe bomen in de plaats, die het door jouw kachel geproduceerde CO2 opnemen, zo redeneert de overheid. Hoe krijg je het verzonnen.


In Kalenberg, het dorpje waar mijn vakantiehuis staat, gaan de laatste tijd veel mensen van de allerergste luchtvervuiler (de houtkachel) over op de pelletkachel. Dat is een stapje vooruit. Ik daarentegen bewees met mijn overgang van gas op pellets het klimaat een slechte dienst. Mijn geweten speelt op.


Ook Lot van Hooijdonk zal, denk ik, wel eens twijfelen aan het effect van haar besluiten. Neem de Herenroute, de alternatieve fietsroute door de Binnenstad om de hoofdstroom via Vredenburg-Noord, Neude, enz. enigszins te ontlasten. Eerst probeerde ze met inschakeling van acteurs fietsers zo ver te krijgen dat dat ze ‘haar route’ zouden nemen. Het hielp niet. Vervolgens werd–  ook zonder succes -  de route aangegeven met mooie aluminium schildjes in het wegdek. En tenslotte liet ze een flink deel van de route opnieuw bestraten, met klinkers waarop je bijna net zo lekker fietst als op asfalt. Maar desondanks blijft het er stil, net zoals trouwens op de singels, die ze in een langdurige operatie liet voorzien van brede, roodachtige geasfalteerde fietspaden aan weerszijden en een smalle klinkerstrook voor auto’s in het midden, plus een wandelpad langs de waterkant. Haar verwachting was dat veel fietsers op hun route van oost naar west (en vice versa) nu wel om de Binnenstad zouden heenrijden.


Een paar jaar geleden riep de  wethouder de bevolking op om mee te denken over de vraag of het voetgangersgebied groter moest worden. Ik gaf me direct op. Iemand van De Baak (opleidingen voor ‘persoonlijk leiderschap’) was de moderator. Het werd al snel duidelijk dat wij onder valse voorwendselen naar het stadhuis waren gelokt. Niet de vraag OF het voetgangersgebied groter moest worden, maar HOE dat moest gebeuren, daarom ging het de gemeente. De mevrouw van De Baak stond voor de taak ons zover te krijgen dat we in grote meerderheid een bepaalde uitbreidingsvariant zouden kiezen. Dat lukte van geen meter. Waarop de wethouder zei: ‘Dan beslis ik het zelf wel’.
Een filmpje over dit zogenaamde stadsgesprek onder de titel ‘Voetgangersgebied’ http://www.binnenstadskrantutrecht.nl/camera-loopt.html 


Een poosje was er, in theorie, op sommige dagen en uren van de week een groter voetgangersgebied. Maar de regels waren zo ingewikkeld dat geen fietser er zich aan hield. En nu is het dus teruggedraaid. De samenleving is slechts tot op zekere hoogte maakbaar.


Lot van Hooijdonk was de eerste die me aan het denken zette over m’n pelletkachel. Dat gebeurde in een commissievergadering van de gemeenteraad, toen er gepraat werd over de last die longpatiënten hebben  van open haarden. Tijdens dat debat zei de wethouder dat pelletkachels ook behoorlijk slecht waren voor het milieu. De twijfel was gezaaid.


Die leuke kleine glimmende, geperste, zo onschuldig lijkende houtstaafjes voeden niet alleen mijn pelletkacheltje, maar ook de biomassa-elektriciteitscentrales, die overal komen. Twaalf miljard euro subsidie is er voor voor uitgetrokken. Wat ze leveren heet groene stroom, maar bij het   productieproces gaat zoveel viezigheid de lucht in dat de vlag de lading van geen meter dekt.


De biomassa-centrales zijn nodig omdat we in sneltreinvaart van het gas af willen en er zeker de eerste tien, twintig jaar niet voldoende schonere energie beschikbaar is. Waarom Nederland zo’n haast heeft met het terugdringen van gas is nooit afdoende gemotiveerd. Het is volstrekt duidelijk dat ‘Groningen” dicht moet, maar in het buitenland is nog volop gas te koop. Waarschijnlijk spelen politieke overwegingen een grote rol: Nederland wil niet afhankelijk worden van Rusland. Dan liever biomassa. Maar de klimaatdoelstelingen raken daardoor wel verder uit het zicht.

Utrecht legt zich daarbij natuurlijk niet zomaar neer. Zoals op veel gebieden wil de stad ook op het gebied van het milieu voorop lopen. Zo snel mogelijk klimaatneutraal: duizenden laadpalen er bij, woonbuurten min of meer gedwongen van het gas af,


Maar klimaatneutraal, dat wordt Utrecht natuurlijk nooit. Vrijwel het hele oppervlak van de gemeente is volgepropt met mensen, huizen, winkels, kantoren, bedrijven, wegen. De stad slurpt energie. De windmolens die coute que coute in het poldertje Rijnenburg moeten komen, leveren daar straks maar weinig van. Ze fungeren voornamelijk als uithangbord: ‘Kijk eens hoe goed wij bezig zijn’.


In de gemeente Steenwijkerland, waarin mijn vakantiehuis staat, zou het misschien kunnen. Vier keer de oppervlakte van Utrecht, slechts 44.000 inwoners, niet al te veel bedrijvigheid. Er is daar ruimte voor een heleboel windmolens en terreinen met zonnepanelen. Punt is alleen dat de bewoners ze niet willen.


Het klinkt nobel om als gemeente klimaatneutraal te willen zijn, maar er zitten ook oneerlijke kanten aan. Bijvoorbeeld voor de bewoner met een ‘gewone’ auto. Voor hem wordt het steeds moeilijker een parkeerplaatste vinden, omdat overal laadpalen komen. En verder omdat de goede sier die Utrecht wil maken ten koste gaat van de luchtkwaliteit in de gemeenten met de biomassa-centrales. Dat laatste roept de vraag op of per saldo in Nederland elektrische auto’s minder slecht zijn voor het milieu dan gewone auto’s. In een land als Noorwegen, met al zijn schone waterkrachtcentrales, ligt dat anders. Daar kun je onbezorgd in een elektrische auto rondrijden. Veel rijke Noren doen dat ook.•  

 

 



<< terug naar overzicht