Groen in de Binnenstad

De volgende artikelen zijn hier te lezen:

• Vergroening singels: gemengde resultaten
• D66 en GroenLinks willen Oudegracht autovrij
• De straat parkeervrij... dat duurt nog wel even
• Ander energielabel voor nieuwe bieb dankzij HR++glas
• Honderden onzichtbare zonnepanelen
• Helft huishoudafval gerecycled
• 'De Knoop' straks circulair? 
• De circulaire (Binnen)stad
• 'Dag boom, we zullen je missen'
• Restauratie grachten fataal voor bomen
• Verdere bezuinigingen voor bomen op werven

--------------------------------------------------------------------------------------------

 

VERGROENING SINGELS; GEMENGDE RESULTATEN

Van de elementen die de Initiatiefgroep Vergroening Singels (IVS) vorig jaar in de Stadsbuitengracht aanbracht, deden vooral de planten op de vier eilanden het geweldig. Onder water waren de resultaten minder uitbundig, zo is uit de eerste evaluatie gebleken. De IVS wil drie dingen bereiken: een mooie uitstraling voor de singel met een geleidelijke overgang van water naar land, bevordering van de biodiversiteit en verbetering van de waterkwaliteit.


Tijdens de maandelijkse monitoringsrondes in een elektrische boot van Greenjoy zag de Initiatiefgroep dat na een aarzelende start de planten op de eilanden weelderig gingen groeien, een bewijs dat het water in de singels (te) voedselrijk is. Gedurende het seizoen moest er regelmatig worden gesnoeid, vooral planten die zich er spontaan vestigden. Ondanks de afzetting met hekjes gingen meerkoeten de eilanden toch als nestplaats gebruiken. Het duikteam Gejo dat voor de IVS inspecties uitvoerde, constateerde dat de wortels van de planten moeilijk door de eilanden naar beneden groeien. Dat viel tegen, want het is wel de bedoeling dat de eilanden ook onder water nut hebben. De wortels moeten een schuil- en verblijfplaats voor onder andere vissen vormen. De wortelgroei werd echter alleen langs de zijkanten waargenomen. Bij nieuwe eilanden moet meer aandacht aan de doorworteling worden besteed.


Weinig licht
Het zicht onder water was slechts minimaal, maar toch konden de duikers de van wilgentenen gemaakte bollen terugvinden waar onderwaterplanten in waren geplant. Slechts weinig planten waren gegroeid. Waarschijnlijk komt dat omdat de bollen naar beneden waren gezakt. Er is daar weinig lichttoetreding, te wijten aan de vervuiling met slibdeeltjes. Nieuwe bollen zullen niet te diep worden opgehangen. Betere resultaten werden geboekt met de kokosrollen waar planten in zijn gestoken. Vooral de rollen langs het nieuwe deel van de Catharijnesingel deden het goed. Met een paar rollen ging het iets minder doordat ze een kwartslag waren gedraaid. Ook hier moeten volgend jaar niet-gewenste planten worden verwijderd.

 

Algengroei
De kokosrollen langs de Maliesingel hebben het maar deels goed gedaan. Dit kwam doordat delen te ver onder water liggen. Dit wordt verholpen. Langs de nieuwe singel bij het Paardenveld is er ook een stuk nieuwe natte oever aangelegd. In het begin belemmerde sterke algengroei de groei van de waterplanten. Eén keer algen verwijderen was genoeg om helder water te krijgen en inmiddels zijn de planten er goed gaan groeien. Het duikteam inspecteerde ook de mosselkratten die Bureau Waardenburg in de singel legde. Mosselen zijn in staat om water te zuiveren door algen te verwijderen. Op de kratten zaten echter nog alleen broedsels van mosselen. Wél bleken zich inmiddels mosselen te hebben genesteld op de naden van de stalen damwanden waar de betonnen oeverrand op vastgemaakt is.

 

 


Dit seizoen is ook de eerste FUP (fauna uittreedplaats), in de vorm van een brede plank met laddertjes naar de kant, in het water gelegd. Eenden hebben er druk gebruik van gemaakt. Geëxperimenteerd werd met middelen om de FUP aan de betonnen rand vast te maken. Door het voortdurend bewegen van de plank in het water slijten draden snel door. Hetzelfde probleem doet zich voor bij het lange eiland bij Tolsteeg. Er wordt nu gezocht naar een combinatie van bevestigingskabels in de betonnen rand en afhoudbalken die tegelijkertijd dienen om in het water drijvend vuil achter de eilanden weg te houden.


Onderwatercamera’s
Voor volgend jaar staat op het programma: 
• Veel meer FUP’s in het water leggen
• Wilgentenen bollen op andere wijze en minder diep bevestigen
• Plantengroei op eilanden en rollen beter reguleren
• In samenwerking met Bureau Waardenburg nieuwe afbreekbare mosselkratten in combinatie met onderwaterplanten testen
• Een audiotour samenstellen
• Het duikteam opnieuw inschakelen
• Gebruikmaken van onderwatercamera’s die vanuit een boot kunnen worden bediend.

Achter de schermen wordt er gewerkt aan een groen kunstobject achter het Centraal Museum.
Bovendien was de Initiatiefgroep nog betrokken bij deecologische inrichting van het laatste stuk te herstellen singel.

 

Geschreven door Ben Nijssen.
Uit de Binnenstadskrant nummer 5, 2017

--------------------------------------------------------------------------------------------

 

D66 en GroenLinks willen Oudegracht autovrij

De Binnenstad nog autoluwer, de Oudegracht autovrij. GroenLinks, D66 en de ChristenUnie zijn het er in hun programma’s voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart helemaal over eens. De PvdA en het CDA willen autogebruik verder ontmoedigen, maar vinden dat de Binnenstad voor automobilisten wel bereikbaar moet blijven. De VVD wil dat het aantal parkeerplaatsen in de Binnenstad minimaal gelijk blijft.

GroenLinks wil het voetgangersgebied, dat op 1 januari al flink groter wordt, nog verder uitbreiden, ‘om te beginnen langs de Oudegracht. De veiligheid van voetgangers staat voorop, fietsers zijn te gast.’ De partij wil dat de Binnenstad zoveel mogelijk autovrij wordt.’ De Oudegracht autovrij maken kan, zo staat in het programma, vanaf 2020 als de contracten met de parkeergarages Springweg en Paardenveld aflopen. De gemeente moet ze dan kopen en er buurtbewoners laten parkeren. Een deel van de ruimte wordt fietsenstalling.

 

D66 wil snel meer laadpalen in de stad om elektrisch rijden te stimuleren en is verheugd dat de nieuwe regering experimenten mogelijk maakt om elektrische rijders lagere parkeertarieven te rekenen. De partij wil dat Utrecht een sloopregeling invoert voor auto’s op fossiele brandstof, in combinatie met een aanschafregeling voor (de goedkoopste) elektrische auto’s. (Zo’n auto kost nu ongeveer 33.000 euro, maar is over bijvoorbeeld vijf jaar bij inruil waarschijnlijk weinig meer waard, omdat de auto’s dan al lang achterhaald zijn, red.)

 

Milieuzone strenger

D66 wil de milieuzone op termijn strenger maken voor diesels en uitbreiden naar vervuilende (tweetakt) scooters en -brommers. De ChristenUnie wil dat de wegen zo worden ingericht, dat de gemiddelde fietser binnen Utrecht sneller is dan de gemiddelde automobilist. De PvdA concentreert zich in haar verkiezingsprogramma op het opheffen van de tweedeling in de samenleving. Over het verkeer is ze kort: ‘We hebben de mooiste Binnenstad van Nederland. Toegangswegen raken verstopt en parkeerplaatsen zijn schaars, waardoor mensen die van een auto afhankelijk zijn steeds moeilijker in de (Binnen)stad kunnen komen. De PvdA wil dat Utrecht een plek blijft voor iedereen.’ De VVD zegt: ‘Als parkeerplaatsen op straat verdwijnen, willen wij dat ze in garages in de directe omgeving terugkomen voor vergelijkbare prijzen. Mocht het individuele autogebruik echt afnemen, dan kan de gemeente op een later moment de parkeernorm alsnog verlagen.’

Meer festivals

Over een ander actueel thema, de horeca, spreken vooral D66 en de VVD zich uit. Klaas Verschuure, lijsttrekker van D66 en partijgenoot van wethouder Jeroen Kreijkamp, de opsteller van het horecakader 2017, zegt: ‘Utrechters zijn echte terrasliefhebbers; veel toeristen verwonderen zich erover dat bij de eerste zonnestralen de hele stad zich naar buiten lijkt te verplaatsen. De Utrechtse horeca trekt momenteel een groot en divers publiek aan. Daar zijn we blij mee. Omdat de stad groeit en het aantal dagjesmensen en toeristen toeneemt, zien wij ruimte voor uitbreiding van de horeca. Met name aan de randen van de Binnenstad en in de wijken is hier behoefte aan. Een prachtig voorbeeld hiervan is de uitbreiding op Rotsoord in Hoograven en langs de Vaartse Rijn. D66 wil horecaondernemers graag de ruimte geven om hun vak uit te oefenen, onnodige belemmerende regels schaffen we af. Handhaving moet pragmatisch zijn. (...)We willen daarnaast een meer flexibel terras- en vergunningenbeleid, waarbinnen ook ruimte is voor nieuwe concepten en mixfuncties. D66 blijft vóór vrije sluitingstijden in de horeca. Overleg tussen ondernemer en omwonenden is hierbij belangrijk. Levendigheid en leefbaarheid moeten samengaan. D66 vindt het belangrijk dat festivals ruim baan krijgen, zolang deze in de directe omgeving niet langdurig of onevenredig overlast veroorzaken.’

Mensenhandel

De andere liberale partij, de VVD, verwoordt het zo: ‘De gemeente mag geen regel invoeren die zij niet redelijkerwijs kan handhaven. Winkels verdienen speciale aandacht. Als bijvoorbeeld een boekwinkel een lezing met een drankje wil organiseren, wil de VVD dat dit mogelijk is zonder meteen een horecavergunning aan te hoeven vragen. Flexibiliteit is voor ons het uitgangspunt. Ook een vergunning voor één dag kan een oplossing zijn. De VVD wil dat de gemeente voor terrassen geen vergunningen verleent, maar algemene regels opstelt. De VVD wil dat de gemeente de komst van bioscopen, theaters, podia, festivals en musea in de gemeente stimuleert.’ Opmerkelijke punten uit het programma van de ChristenUnie: ‘De prostitutiesector is onmiskenbaar verbonden met uitbuiting en mensenhandel. De ontwikkeling van het Nieuwe Zandpad moet worden gestaakt. De tippelzone, eind jaren tachtig opgericht om drugsverslaafde vrouwen te ‘helpen’, moet sluiten. De subsidie aan ’t Hoogt wordt stopgezet.’ •

 

Geschreven door Dick Franssen.
Uit de Binnenstadskrant nummer 5, 2017.

--------------------------------------------------------------------------------------------

De straat parkeervrij... dat duurt nog wel even

De gemeente is voortvarend bezig de openbare ruimte in de Binnenstad voor bezoekers aantrekkelijker te maken. Nieuwe bestrating, minder verkeer, minder op straat geparkeerde auto’s, bredere trottoirs, bankjes, wat groen. Het is een mooie opknapbeurt. Maar hier en daar, zoals op het Oudkerkhof, is het resultaat eigenaardig. Weliswaar zijn de parkeerinhammen weg, maar in plaats daarvan mag je nu (behalve in de buurt van horeca) je auto op de stoep zetten. Deze rariteit heeft onder meer te maken met de geringe animo van vergunninghouders om te verkassen naar een parkeergarage.

 

De gemeente probeert vanaf het begin van dit jaar bewoners van de Binnenstad te verleiden in een garage te parkeren. Daartoe zijn de tarieven van een aantal gemeentelijke garages naar beneden bijgesteld. Maar het verschil met een vergunning op straat blijft nog steeds erg groot. Ondernemers zien toch nog graag dat bezoekers niet al te ver van hun zaak kunnen parkeren. Die bezoekers brengen voor de gemeente veel geld in het laatje. Per uur 4,60 euro, na Amsterdam het hoogste tarief van Nederland. De gemeente zit in een spagaat: ze streeft naar een openbare ruimte zonder straatparkeren, maar zegt niet te kunnen zonder de opbrengsten van de parkeermeters. (Bijna alle parkeergarages voor bezoekers van de stad zijn in particuliere handen; de gemeente bouwt er nu zelf een op het Jaarbeursplein, omdat particuliere investeerders er geen brood in zagen.)

Lange adem
Zoals het nu gaat, wordt vermindering van parkeerplekken op straat een kwestie van lange adem. Dat wreekt zich opnieuw bij een aantal lopende projecten, zoals de Voorstraat en de Ooster- en Westerkade. Een stedenbouwkundig bevredigende oplossing zit er in elk geval voorlopig niet in. Een extra lokmiddel wordt ingezet: bewoners met een straatvergunning mogen hun auto drie maanden in een garage parkeren om zo de voordelen te kunnen ervaren. Ook wordt er gezocht naar alternatieve straatparkeerplekken in de buurt. Dat betekent verplaatsing van het probleem en anderen opzadelen met de overlast. Wat zouden andere oplossingen kunnen zijn? In de eerste plaats verdere verlaging van de tarieven in garages voor vergunninghouders. De financiële consequenties daarvan moeten inzichtelijk gemaakt worden. Het lijkt alsof het de gemeente alleen maar geld kost. Maar is dat wel zo? Veel ruimte in de garages staat op het ogenblik leeg. Stel dat je voor een plaats in een garage een tientje meer moet betalen dan voor een plaats op straat, en je verhuist naar die garage, dan is dat een tientje extra voor de gemeente.

Buitenwijken
Een verdergaande mogelijkheid kan zijn om minder nieuwe straatvergunningen uit te geven en die te vervangen door vergunningen in de garages. Voordeel is dat bestaande vergunninghouders niet worden benadeeld.
Voor alle oplossingen die financieel nadelig zijn voor de gemeente zou zij compensatie kunnen zoeken door óf de tarieven voor het kortparkeren buiten de Binnenstad te verhogen, óf de gebieden met betaald parkeren nog verder uit te breiden. Waarom zou de financiële winst van parkeren voornamelijk uit de Binnenstad moeten komen?
In Wijk C heeft het buurtcomité voorgesteld het kortparkeren in de wijk te verplaatsen naar de parkeergarages die er in en rond de wijk volop aanwezig zijn. De gemeente vond echter dat hierdoor bepaalde doelgroepen benadeeld zouden worden.

Behalve Wijk C hebben ook de Wolvenbuurt en de Lange Nieuwstraat verzocht om minder parkeerplaatsen op straat. Volgens een wijkraadpleging van de wijkraad Binnenstad zijn er ook veel voorstanders van het parkeervrij maken van de grachten.

 

Uit de Binnenstadskrant nummer 4, 2017
Geschreven door Ben Nijssen

--------------------------------------------------------------------------------------------

Ander energielabel voor nieuwe bieb dankzij HR++glas


Het is niet het spectaculairste onderdeel van de verbouwing van het postkantoor op de Neude. Maar misschien wel het ingrijpendste, opdat het spektakel in stand blijft. De glaskap over de exotische hal krijgt HR++glas, zodat de energieverspilling verleden tijd is.


Voor menig geïnteresseerde ondernemer was het een kopzorg. Wat te doen met die hal, want je stookt je blauw. Het heeft enkele jaren geduurd, voordat eigenaar ASR-Vastgoed met de Gemeentebibliotheek een akkoord bereikte. Nu er zekerheid is, kan de zaak op de schop. Ook alle ramen in de gevel van het reusachtige rijksmonument krijgen isolerend HR++glas en er komt aan de buitenkant zonwering, zodat minder installaties voor de klimaatbeheersing nodig zijn. Het streven is dat het gebouw een energielabel B krijgt, terwijl de status nu D/E is, legt ASR-woordvoerder D. Wentholt uit. 


Geen kunststof
ASR put ervaring uit de verbouwing van haar hoofdkantoor in Rijnsweerd, het AMEV-gebouw. Dat werd volledig gestript en is nu een geprezen toonbeeld van een duurzaam kantoor. Wentholt: ‘Het bestond volledig uit beton. Dat hebben we gebruikt voor de aanleg van fietspaden.’ Zo drastisch zal het niet gaan met de creatie van architect J. Crouwel jr op de Neude.




Hier bestaat het sloopmateriaal eerder uit natuurstenen tegels en geglazuurde bakstenen, dus die krijgen gemakkelijk een nieuwe bestemming. De nieuwbouw aan de Oudegracht krijgt hout, keramisch en gebakken materiaal, maar geen kunststof.
Het gebouw krijgt drie ingangen, waardoor de gevels meer variatie krijgen en de relatie met de omgeving verbetert. ASR noemt ook dit als een voorbeeld van duurzaam; in ieder geval is het aangenaam.
De verbouwing begint voor de zomer. Oplevering in 2018 is het streven, meldt Wentholt. ‘We kiezen voor zorgvuldigheid in plaats van snelheid.’

Uit de Binnenstadskrant nummer 2,  2017
Geschreven door Bert Determeijer

--------------------------------------------------------------------------------------------

Honderden onzichtbare zonnepanelen


Zo hadden we het nog nooit bekeken, maar al die eeuwenoude kerkgebouwen in de Binnenstad zijn een schitterend voorbeeld van duurzaamheid. Zo gaat de Janskerk al duizend jaar mee zonder dat daar heel veel aan veranderd is behalve het installeren van een verwarmingssysteem. Die kerken functioneren nog steeds. En dat geldt ook voor heel wat andere panden in de Binnenstad.


We praten met Henk Jansen, senior adviseur Erfgoed van de gemeente. Hij vertelt dat er al veel vierkante meter zonnepaneel op de daken van het centrum staat - meer dan menigeen denkt. Utrecht scoort heel goed op dit punt. De meeste van die panelen krijg je echter vanaf de straat niet in beeld omdat ze op monumenten alleen daar gelegd mogen worden waar ze aan het publieke oog onttrokken zijn. En er gelden nog meer beperkingen: panelen zijn evenmin toegestaan op daken met bijzondere vormen, patronen of gemaakt van bijzondere materialen. Ook is ‘de rangschikking en de kleurstelling’ van de panelen aan beoordeling onderhevig (gemeentelijke richtlijnen 2013). Esthetisch scoren zonnepanelen niet bijster hoog. Veel mensen vinden de donker glanzende platen foeilelijk. 


Opbrengst niet hoog
Over tien jaar zal de toepasbaarheid en het rendement al weer een stuk beter zijn, voorspelt Jansen. Panelen op monumenten moeten ‘reversibel’ zijn, dat wil zeggen dat je ze op zo’n manier kunt verwijderen dat de oorspronkelijke dakbedekking intact blijft. Het zonnepaneel in zijn huidige vorm is dus tijdelijk, terwijl het monument juist zolang mogelijk mee moet gaan.
Of met zonne-energie wel de grote winst voor duurzaamheid te behalen valt is de vraag. Zelfs in het geval van een naoorlogs gebouw als het Beatrixgebouw op het Jaarbeursplein levert een dak vol zonnepanelen (1400 stuks) slechts een klein deel van de energiebehoefte. ‘De collega’s van Milieu zeggen dan: ‘toch doen’ en daar is veel voor te zeggen’, aldus Jansen. Voor gebouwen met veel verdiepingen is de opbrengst per vierkante meter nuttig oppervlak per definitie niet hoog. En in de Binnenstad staan relatief veel hoge gebouwen.
In elk project zullen erfgoedbelangen tegen duurzaam gebruik van energie en materiaal afgewogen moeten worden. Dat is niet eenvoudig en vergt heel wat kennis en rekenwerk. 



Opgewarmd water
Net als de energietechnologie staat ook de bouwtechniek niet stil. In oude ramen is dubbelglas meestal niet mogelijk zonder flinke aanpassingen, maar voorzetramen aan de binnenkant zijn een prima alternatief. In Paushuize leverden die zelfs meer besparing op dan dubbelglas.
Bij erfgoed zal de aandacht in de eerste plaats uitgaan naar de doelmatigheid van het energiegebruik en niet direct naar de eigen productie van energie. ‘We kijken eerst naar de omgeving, dan naar het gebouw zelf en het gebruik ervan’, aldus Henk Jansen. ‘Vervolgens naar de installaties en dan naar de details als dak, muren, vloeren, ramen etc. als het gaat om kansen voor isolatie. Alleen al het goed instellen van installaties kan flinke besparingen opleveren. Verder is warmtekoude-opslag een besparingstechniek die meer en meer wordt toegepast: koud water uit de bodem wordt in de zomer voor de koeling van de gebouwen gebruikt. Het aldus opgewarmde water wordt ondergronds opgeslagen om in de winter weer opgepompt te worden voor verwarming.


Omzien in tevredenheid
Als geslaagd voorbeeld van duurzame ontwikkelingen in de Binnenstad noemt Henk Jansen als eerste het Driftcluster, de groep monumentale universiteitsgebouwen op de Drift. Jansen ziet tevreden terug op een project waarin de samenwerking soepel verliep en de duurzaamheid hoog in het vaandel stond. De universiteit is gewend aan grote (ver)bouwprojecten in zowel de Uithof als de Binnenstad en kan de investeringen goed aan.

Andere succesvolle voorbeelden zijn de HKU-gebouwen bij het Janskerkhof waar honderd zonnepanelen geïnstalleerd werden en de tot appartementen verbouwde oude school ‘Maria in den Wijngaard’ in de Nieuwekamp (56 panelen). Maar ook het Ubica-project op de Ganzenmarkt, jarenlang kraakpand en nu een hotel met een restaurant en café, geldt als zeer geslaagd. Het verbouwde huis Brigittenstraat 20 is een wat kleinschaliger voorbeeld van duurzaamheid. Het is duidelijk: bij monumentaal beheer moet je per geval zoeken naar de balans tussen energiebesparing, bouwtechnische mogelijkheden en betaalbare investeringen. De bijdrage van de opgewekte zonne-energie per vierkante meter oppervlak zal gemiddeld genomen beperkt zijn. Maar net zo zwaar telt de duurzaamheid van de energie die van buiten aangevoerd wordt: stadsverwarming, windmolens en groene elektriciteit uit de centrale.


Uit de Binnenstadskrant nummer 2, 2017


Geschreven door Charles Crombach en Erik van Wijk

Fotografie © Sjaak Ramakers

--------------------------------------------------------------------------------------------

Helft huishoudafval gerecycled

 

Terwijl in wijken rond de Binnenstad bewoners ageren tegen wat de gemeente ‘het nieuwe inzamelen‘ noemt, blijft het in de Binnenstad zelf volkomen rustig. Oorzaak kan zijn dat ‘het nieuwe inzamelen’ er tot twee buurten beperkt blijft, namelijk tot Wijk C en Hoogh Boulandt. Verder zal het wegens ruimtegebrek waarschijnlijk niet komen.

Het uitgangspunt bij het ‘nieuwe inzamelen’ is dat de gemeente plastic, papier en groente/tuinafval afzonderlijk komt ophalen en dat de bewoners restafval en glas naar ondergrondse containers brengen. De bezwaren in bijvoorbeeld de Vogelenbuurt zijn onder andere dat veel mensen thuis geen plaats hebben voor de drie kliko’s waarin ze het plastic, het papier en de groente-en tuinafval moeten bewaren. Door afval te scheiden worden waardevolle grondstoffen behouden en blijft er minder restafval over, vertellen Harry Straatman en Glenn Veira van de gemeente. Het restafval gaat naar de vuilverbranding in Rijnmond. Scheiden is goed voor het milieu en bespaart op de kosten van de verbranding. Bovendien betekent ondergronds inzamelen dat er minder vuil op straat terecht komt. De ervaringen in Hoogh Boulandt en Wijk C, waar de ondergrondse containers sinds een jaar staan, zijn positief; er staat weinig afval naast de containers op straat. Containers voor papier leveren wat dit betreft het vaakst problemen op. Dit komt nogal eens doordat karton niet opgevouwen wordt en de container snel vol zit.

 

Lepelenburg
Er zijn geen plannen om dit naar andere buurten in de Binnenstad uit te breiden. Door de complexe ondergrondse structuur zijn daar moeilijk plaatsen voor ondergrondse containers te vinden. Nergens in de Binnenstad wordt gescheiden afval in kliko’s thuis ingezameld. Vroeger gebeurde dat wel. Toen reed er een keer per week een vuilnisauto door de stad om groente/fruit/tuin (GFT)-afval op te halen. Maar het aanbod was zo gering dat de service is gestaakt. Wel wordt papier en karton al heel lang apart opgehaald. Er zijn in de Binnenstad negen afvalstations waar je gescheiden afval kunt brengen. Met de zogeheten PBP (plastic, blik, pakken)-containers wordt per week 250 m3 ingezameld; met de papiercontainers 165 m3, met glas 100 m3 en met textiel (slechts 3 containers) 60 m3. Het station met verreweg het meeste afval staat op het Lepelenburg. De twee PBP-containers hier worden 7x per week geleegd, de twee papiercontainers 5x p/w, de textielcontainer 2x p/w en de twee glascontainers 2x p/w. Vuilniswagens halen in de Binnenstad per maand 500 ton restafval op, plus 56 ton papier. De Stroomboot, een elektrische vrachtboot, verzamelt per maand ook nog eens 500 ton restafval.


 

Groen en bruin glas
Van het totale afval dat er in de stad wordt geproduceerd staat het afval van huishoudens op de derde plaats met 14% en hiervan wordt zo’n 49% gerecycled. Het meeste afval (40%) is afkomstig van de bouw, maar hiervan wordt wel 92% gerecycled. Op de tweede plaats komt de industrie met 24%, waarvan 80% wordt gerecycled. Als je de recycle-percentages vergelijkt, dan mag dat van de huishoudens nog wel verbeterd worden. Met containers op meer plaatsen zou het voor bewoners makkelijker zijn het afval gescheiden in te leveren. Maar in de Binnenstad is daarbij niet alleen de ondergrondse structuur een probleem, maar ook de bereikbaarheid met zware en lange vrachtwagens om de containers te legen. Overigens zijn niet alle mensen overtuigd van het nut van het gescheiden inleveren, onder andere ook door veranderende wijzen van inzamelen, waardoor het lijkt of alles later toch weer bij elkaar wordt gegooid. Tegenwoordig worden bruin en groen glas samen ingezameld omdat het weinige bruine glas (3%) de kwaliteit van groen glas niet aantast. In de vrachtwagens zitten compartimenten waarin de verschillende soorten glas worden gestort. Veel mensen vinden het maar raar dat je bij het plastic ook blik en drankenpakken mag doen. Harry Straatman en Glenn Veira: ‘De verklaring is dat je deze drie soorten makkelijk van elkaar kunt scheiden en dat ze elkaars kwaliteit niet aantasten.’

 

Vergoeding
Het plastic wordt na inzameling verder gesorteerd. Bijvoorbeeld in PET (onder andere flesjes) waarvan weer hoogwaardige materialen kunnen worden gemaakt en in PE en PP die als grondstof dienen voor straatmeubilair zoals bermpaaltjes. Een deel van het plastic kan niet opnieuw gebruikt worden en eindigt als brandstof. Straatman en Veira: ‘Plastic van huishoudens levert jammer genoeg niet veel geld meer op, omdat nieuwe grondstoffen soms goedkoper zijn. De overheid en de verpakkingsindustrie hebben wel afgesproken dat deze industrie verantwoordelijk is voor de kosten van haar eigen afval. De gemeenten ontvangen hierdoor een vergoeding voor het inzamelen van gebruikte verpakkingen (ook voor het zwerfvuil!). Voor de verpakkingsindustrie staat hier tegenover dat ze voor minder producten statiegeld hoeft te vragen.’ •

 

Uit de Binnenstadskrant nummer 2, 2017.
Geschreven door Ben Nijssen.

--------------------------------------------------------------------------------------------

'De Knoop' straks circulair? 

De gemeente Utrecht timmert in haar voorlichting behoorlijk aan de weg met één van de vier Nederlandse zogenaamde circulaire voorbeeldprojecten: het rijkskantoor De Knoop op de Croeselaan. Bij nadere beschouwing blijkt het slimme en het innovatieve van de verbouwing nogal tegen te vallen. Het nieuwe paviljoen, dat er naast komt scoort beter als circulair gebouw.

In opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf wordt de voormalige Knoopkazerne verbouwd tot een modern rijkskantoor. Het wordt volgens de gemeente een modern, duurzaam en circulair gebouw (‘circulair: alle materialen worden hergebruikt, gebouwen en producten worden innovatief ontworpen, er is geen afval meer’).

 

‘Beetje een modewoord’
De gemeente gaat er in haar voorlichting prat op dat dit een van de eerste echte circulaire bouwprojecten in het land is, maar dat valt voor het hoofdgebouw nogal mee. Menno Rubbens, adviseur circulair bouwen van Cepezedprojects: ‘Het is inderdaad allemaal betrekkelijk en circulair bouwen is een beetje een modewoord. Iedereen die iets hergebruikt noemt het gelijk circulair. Blijft natuurlijk dat door deze transformatie wel de levensduur wordt verlengd en doordat de bestaande betonnen constructie zo veel mogelijk wordt behouden wordt er maar weinig gesloopt.’

 

Minder lampen
De oorspronkelijke gesloten gevel met verspringingen wordt glad getrokken en van veel glas voorzien. Hierdoor wordt het gebouw compacter, wat materiaal en onderhoud bespaart. De toegevoegde materialen hebben een lange levensduur en zijn onderhoudsarm. Ook is er door het vele glas veel daglichttoetreding in het gebouw en zijn er minder lampen nodig. De binnenwanden zijn bij gewijzigd gebruik eenvoudig aan te passen en dat geldt ook voor de installaties, die niet op het dak staan maar in de voormalige kelder. Hierdoor is het hele dak beschikbaar voor zonnepanelen en kan het gebouw eventueel later extra verdiepingen krijgen. Dit zijn echter allemaal geen spectaculaire maatregelen, maar eenvoudige ‘duurzaamheids’ uitgangspunten in veel transformatieprojecten. Ze leiden wèl tot een zeer energiezuinig gebouw. Peter Eitjes van het Rijksvastgoedbedrijf: ‘Maar we hebben niet de pretentie van een circulair gebouw, zoals door de gemeente verwoord.’


Paviljoen

Naast het kantoor, bij de opgang naar de Moreelsebrug, komt een nieuw paviljoen met twee bouwlagen. Het is een ontwerp van architectenbureau Cepezed waarin de principes van het circulair bouwen wat fundamenteler zijn toegepast. Menno Rubbens, die de bouwer R-Creators adviseert: ‘Het gaat hier om een gebouw, dat na ongeveer vijftien jaar gebruik weer kan worden gedemonteerd en elders weer kan worden opgebouwd. Het is een tijdelijke invulling van een plek die in de toekomst verder wordt ontwikkeld.’ Gekozen is voor een licht gebouw. Er is nauwelijks sprake van een fundering; prefab betonnen balken worden op de aangebrachte grondverbetering gelegd. Daarop komen de stalen kolommen die over vijftien jaar zo weer kunnen worden gedemonteerd. Voor de vloer op de begane grond is voor bestrating in het zand gekozen. De lichte verdiepingsvloeren worden van hout en zijn ook weer goed te hergebruiken. De gevel bestaat uit houtskeletbouwelementen met aan de buitenkant een extra laag glaspanelen.

 

Geprefabriceerd
Rubbens: ‘Onderzocht wordt of de oude gevel van de Knoopkazerne kan worden hergebruikt als een eerste beschermende buitengevel. Daarachter ligt dan de eigenlijke wind- en waterdichte gevel van hout en glas.’ Er komt passieve zonne-energie middels zoninstraling en zonnepanelen. De meeste bouwelementen worden geprefabriceerd in de fabriek, zodat er op de bouwplaats zelf weinig afval ontstaat. Door de materiaalkeuze is er sprake van een onderhoudsarm gebouw. Verder is er nog veel onduidelijk aangezien de exploitant nog niet bekend is. Het is de bedoeling dat het paviljoen deels een horecabestemming krijgt. Ook zouden er werkplekken in worden ondergebracht. En dat op een mooie plek aan het eind (of begin?) van de Moreelsebrug.•

 

Uit de Binnenstadskrant nummer 2, 2017.
Geschreven door Ton Verweij

--------------------------------------------------------------------------------------------

De circulaire (Binnen)stad

In 2050 wil Utrecht als snelst groeiende stad van Nederland volledig ‘circulair’ zijn. In een circulaire stad wordt ‘slim’ omgegaan met grondstoffen, energie, water en voedsel. Met ‘slim’ wordt het streven bedoeld om grondstoffen en materialen te hergebruiken om op die manier uitputting te voorkomen en de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Afval is niet langer afval maar opnieuw grondstof.

Op dit moment hebben wij nog grotendeels te maken met een zogenaamde lineaire economie: we gooien een product na gebruik weg. Denk hierbij aan plastic producten, kleding, huishoudelijke apparaten, gebouwen enz. Dit is een proces met een begin en een einde, waarbij de natuurlijke grondstoffen steeds schaarser worden en de afvalberg groter. Een circulaire economie is niets meer en niets minder dan een kringloopeconomie. In zo’n economie worden materialen hergebruikt en grondstoffen gebruikt die weer aangroeien (zoals hout). Het verbruik van fossiele brandstoffen moet zo laag mogelijk blijven. Ook worden de afvalproductie en de CO2-uitstoot zoveel mogelijk beperkt.

Men onderkent bij de circulaire economie twee kringlopen: de biologische en de technische kringloop. In de biologische kringloop zijn de grondstoffen ‘hergroeibaar’. Deze producten kunnen na gebruik gewoon weer terug naar de natuur. Producten in de technische kringloop worden zo gemaakt dat ze lang meegaan en na gebruik eenvoudig gereclycled kunnen worden. 

Nieuwe denkstijl
Deze circulaire economie als nieuw economisch model is een langzaam proces en vraagt van ons een heel nieuwe denkstijl. Ze is meer dan alleen het sluiten van kringlopen. Zij verbindt mensen en breekt met de beweging waarbij de afstand tussen producent en consument steeds groter wordt. Om dit te bereiken is het nodig dat informatie en kennis in de stedelijke samenleving wordt uitgewisseld in sociale structuren, waardoor wij van elkaar leren hoe dit het beste kan. Dit principe leidt tot een beter milieu, een gezondere samenleving en een duurzame economie. En het levert ook nog extra werkgelegenheid op.

Stationsgebied
De gemeente wil, samen met zeven andere gemeenten, ministeries, kennisinstellingen en bedrijven in 2050 volledig circulair zijn. Het is de bedoeling dat dan onze economie helemaal op herbruikbare grondstoffen draait en dat er geen afval meer is. Zo heeft wethouder Kees Geldof onlangs een ‘betonconvenant’ getekend met regionale aannemers, slopers en betonproducenten. Hiermee beloven de partijen om vrijkomend beton uit wegen en gebouwen te gebruiken in nieuw beton. Er wordt zo bespaard op cement en de winning van zand en grind en dat vermindert de CO2-uitstoot. De doelstelling is om dertig procent aan CO2-reductie te bereiken in 2020. In het Stationsgebied wordt op dit moment een circulair gebouw gerealiseerd bij de voormalige Knoopkazerne. Daarnaast is het gebied rondom het station een zogenaamd ‘living lab’, waar men ervaringen uitwisselt met betrekking tot het slim ontwerpen van gebouwen en de openbare ruimte en waar hergebruik van materialen en grondstoffen centraal staat. •

Uit de Binnenstadskrant nummer 2, 2017.
Geschreven door Ton Verweij

--------------------------------------------------------------------------------------------

'Dag boom, we zullen je missen'

De kinderen van de Agatha Snellenschool in de Nicolaasdwarsstraat hebben allemaal tekeningen en briefjes op de boom gehangen voordat zij met kerstvakantie gingen. Het zijn afscheidsbriefjes.

De majestueuze honderdjarige kastanjeboom op het speelplein, dat grenst aan de Wijde Doelen, was ziek en moest worden gekapt. Toen de school op 8 januari weer begon, was de boom weg, het speelplein kaal. Net als de kinderen hielden de buurtbewoners van hem, van zijn indrukwekkende bladerkroon, zijn duizenden witte kaarsjes waarop hij in het voorjaar zo royaal trakteerde (hij was de kastanjeboom die het vroegste bloeide), en van de kastanjes die hij in de herfst over het speelplein en de straat liet rollen. De kinderen maakten mooie tekeningen voor de boom en schreven er hartroerend bij hoe erg ze hem zullen missen. Ze hopen dat er een nieuwe boom komt. •


Uit de Binnenstadskrant nummer 1, 2017.

Geschreven door Job de Jong


--------------------------------------------------------------------------------------------

Restauratie grachten fataal voor bomen

De grachten zijn in oktober plotseling weer vijf bomen armer geworden en negentien bomen zijn door zware snoei verminkt. Oorzaak: de werkzaamheden aan de kademuren. Wethouder Kees Geldof heeft dat nu ook toegegeven. Hij kon ook niet anders, want in een onderzoeksrapport van een extern bureau staat wat de omwonenden beschreven. De werkzaamheden zijn nu even op een laag pitje gezet tot duidelijk is hoe de overlevingskans voor de bomen groter kan worden gemaakt...

 

In april van dit jaar werden al zes bomen op de Oudegracht, tussen Geertebrug en Vollerbrug, gekapt. Voor de klankbordgroep van grachtenbewoners, gesprekspartner van de gemeente voor de maatregelen voor de bomen, was het toen al duidelijk dat de werkzaamheden op de werven daar debet aan waren. Dit was voor een deel van de klankbordgroep de druppel die de emmer deed overlopen en zij haakten af.

Blijkbaar is een en ander toch aanleiding geweest voor B & W om het bureau Terra Nostra te vragen om te onderzoeken of er aanwijsbare oorzaken zijn waardoor de zes bomen wankel (’instabiel’) waren, dus gevaarlijk waren geworden en omgehakt moesten worden. Uit het rapport blijkt duidelijk dat er het een en ander verbeterd kan worden, want ondeskundig handelen door de aannemer en onvoldoende controle of ook ondeskundigheid bij ambtenaren zijn aanleiding geweest tot gevaar voor de bomen. Maar de onderzoekers stellen ook dat bij ongewijzigd beleid en werkwijze de overlevingskans van een derde van de bomen die op minder dan drie meter afstand van de kademuur staan heel klein is. Een derde zal zwaar gesnoeid moeten worden omdat ze te instabiel zijn geworden. Het resterende derde deel van de bomen zal de werkzaamheden waarschijnlijk goed overleven. Hierbij moet worden opgemerkt dat de meeste bomen op de werven op minder dan drie meter afstand van de kademuur staan.


 
Sociale media

Het is niet bekend of het onderzoeksrapport de aanleiding was van het nog eens meten met trekproeven van de stabiliteit van de bomen op de al herstelde delen van de werven. Het dramatische resultaat hiervan is dus nu wel bekend: alsnog werden daar vijf bomen gekapt. De  sociale media laten zien hoe verschillend er wordt gedacht. Tegenstanders van bomen op de werven zeggen dat historisch gezien de bomen daar ook helemaal niet thuishoren. Je kunt echter hoe dan ook stellen dat de bomen nu van groot belang zijn voor het planten- en dierenleven, de ecologische routes door de Binnenstad en het (leef)klimaat.

Het college van B & W blijkt geen lessen uit het verleden te hebben getrokken. Het restant van de klankbordgroep werd niet betrokken bij het onderzoek van Terra Nostra en is pas gelijktijdig ingelicht met de openbare bekendmaking van de ‘noodkap’ van de vijf bomen. Ook zijn er nog steeds geen details bekend gemaakt over vervanging van gekapte bomen in het plantseizoen dat in november start. Dit is dodelijk voor het functioneren van een klankbordgroep en sterker nog voor de participatie van bewoners bij gemeentelijke projecten.

--------------------------------------------------------------------------------------------

Verdere bezuinigingen voor bomen op werven

Reactie ex-leden klankbordgroep op commissie brief

Volgens de toenmalig verantwoordelijke wethouder, Mirjam de Rijk, zouden er geen bomen op de werven gekapt gaan worden die niet ziek of instabiel waren en zou er alles aan gedaan worden om bomen te behouden en hun standplaats te verbeteren. Echter, toen de werkwijze voor herstel van de kademuren bekend was, werd op grond van het beschikbare budget vastgesteld dat niet alle bomen behouden konden worden. Dit was de eerste bezuiniging. Met pijn in het hart wees de klankbordgroep, in samenwerking met de onafhankelijke bomenexpert, die bomen aan die het meest in aanmerking kwamen voor behoud. Dat waren er meer dan zou kunnen. Op basis van deze lijst wezen ambtenaren die bomen aan die hetzij met een frameconstructie, hetzij met een buispaalconstructie behouden konden worden binnen het beschikbare budget.


De gemeenteraad kwam er achter dat er bij de bomen die met een frame constructie konden worden behouden, geen rekening in de begroting was gehouden met kosten in de (verre) toekomst om ter plaatse van die bomen een nieuwe kademuur aan te brengen. In een motie werd het college opgedragen om te onderzoeken welke bomen het echt waard waren om op die wijze behouden te blijven. Welke criteria hierbij moesten worden aangehouden werd niet vastgelegd. Aan de klankbordgroep werden vervolgens twee rapporten aangeboden. Eén over de conditie van de bomen die een frameconstructie zouden krijgen en één voor de buispaalbomen. Door de klankbordgroep werden de volgende conclusies getrokken: 1) het is zeer vreemd dat zoveel bomen die twee jaar daarvoor nog vitaal genoeg waren voor behoud, nu als niet voldoende vitaal beoordeeld waren; 2) er geen overeenstemming was over de vitaliteit van de bomen en 3) voor de buispaalbomen er geen rapport had moeten worden opgesteld. Over het laatste punt werd met de projectleider overeenstemming gevonden en werd afgesproken dat dit rapport niet in de openbaarheid zou worden gebracht. In de commissiebrief werd dit rapport echter toch aan de raad voorgelegd.


Op het moment dat rak 14 oostzijde compleet was gerenoveerd werd de klankbordgroep ervan op de hoogte gesteld dat de bomen aldaar aan trekproeven zouden worden onderworpen. Op de vraag waarom, werd gereageerd dat dit een routineklus was. Vijf maanden later werd bekend dat een zestal bomen zo instabiel zijn dat een “noodkap” noodzakelijk was, Er bleek in de tussenliggende tijd geen nader onderzoek naar de instabiliteit te zijn verricht en dit was ook niet gepland voor de toekomst. Het gebeuren werd als gegeven beschouwd.  Dat deze instabiliteit ook op andere rakken zou kunnen (gaan) optreden werd niet onderschreven. Bij andere rakken zijn echter direct na renovatie geen trekproeven uitgevoerd. Bekend is wel dat tijdens de werkzaamheden bomen instabiel konden worden. Door het niet uitvoeren van onderzoek naar oorzaak van de instabiliteit kunnen er in de toekomst ook geen maatregelen worden genomen ter voorkoming. De gemeente veronderstelde dat de bodemgesteldheid een rol zou kunnen spelen. Echter, het seizoen waarin de werkzaamheden werden uitgevoerd en de duur van grondwaterstand verlaging (factoren die wel beïnvloed kunnen worden) zouden wel eens belangrijker kunnen zijn geweest.


Voor een plataan op rak 15 is een velvergunning aangevraagd. De eigenaar van een pand op de werf was bang dat er in de toekomst schade aan zijn vloer zou kunnen ontstaan door de wortels van deze boom. Deze vloer is echter aangebracht op het moment dat al bekend moet zijn geweest dat de wortels daar aanwezig waren. De vloer had dan ook wat steviger gemaakt kunnen worden. Niettemin meende de gemeente akkoord te moeten gaan met kap van de boom. Op de aanvraag voor de velvergunning zijn door diverse belanghebbenden zienswijzen ingediend. Deze lopen nog. Deze zienswijzen zijn niet alleen ingegeven met het oog op behoud van de ene boom, maar om te voorkomen dat op deze grond voor nog meerdere bomen een velvergunning aangevraagd kan worden. Immers de wortels van alle bomen op de werven lopen onder de huizen door.


In alle genoemde gevallen wordt alleen gedacht in termen van kosten door  en voor de bomen. Dat de bomen ook een grote waarde vertegenwoordigen wordt buiten beschouwing gelaten. De bomen vertegenwoordigen niet alleen een economische waarde omdat ze mede de aantrekkelijkheid van de werven bepalen, maar zijn ook van grote betekenis voor de ecologische kwaliteit en het klimaat van de Binnenstad. Het bomenbestand op de werven is geïnventariseerd en daaruit blijkt dat er in de periode van het herstel van de kademuren, om meerdere redenen, meer dan 100 bomen monumentale bomen verdwenen zullen zijn.

Geschreven door Ben Nijssen



<< terug naar overzicht