Utrechts straten

Willemstraat

In de rubriek ‘Straten’ besteden we aandacht aan één straat in de Binnenstad. Deze keer: Willemstraat.

Vanuit de schaduw van TivoliVredenburg loopt de Willemstraat vanaf het Vredenburg naar de Waterstraat. Ze maakt onderdeel uit van de van oudsher oranjegezinde volksbuurt Wijk C.

 

Rondom het jaar 1000 lag hier een groot havencomplex aan de Noordkant van de handelswijk Stathe. Het is altijd een arme buurt geweest. In 1743 moest de toen nog Handvoetboog lijden onder een groot voedseltekort in een tijd van schaarste. Er woonden veel ex-soldaten, spinners en sjouwers: typische armoedeberoepen. Toen de Utrechtse bevolking rondom 1822 tot 35000 inwoners steeg, nam de segregatie toe. De buurt zat weer aan de onderkant: twee-derde van de huizen bevond zich in de laagste huurklasse.

 

In de negentiende eeuw maakte de Handvoetboog veel veranderingen door: wegens de taalbarrière duidde de Franse bezetter alle wijken van Utrecht aan met een letter: Wijk C is de enige die de naam heeft behouden. De oranjegezindheid in de buurt zorgde later voor nog meer naamsveranderingen: aanstichtster was Jacoba Johanna Schoonheim, in de volksmond Oranje Ka genoemd. Zij was eigenaar van het pension Oranjehuis aan de Zandstraat. Onder haar leiding werd het Wilhelmus gezongen, optochten en kinderspelen georganiseerd. Straten kregen oranjegezinde namen: de Zandstraat werd in 1855 de Oranjestraat, de Catharijnesstraat acht jaar later de Willemstraat, vernoemd naar Prins Willem de derde.

 

De wijk kreeg haar eigen identiteit en ruzies waren niet zeldzaam: Oranje Ka was een pittige tante die haar principes had: zo had zij in 1893 een flinke aanvaring met de anti-monarch Jelles Toelstra: hij wilde het sociale weekblad De Baanbrekerverkopen in de wijk, maar daar stak Oranje Ka een stokje voor.

Aan het einde van de negentiende eeuw pakte de gemeente de altijd slechte hygiëne in de buurt aan. Na de Tweede Wereldoorlog dreigde heel Wijk C te verdwijnen. De gemeente wilde de buurt slopen en de vrijkomende grond gebruiken voor vooral de bouw van kantoren. Het proces is dankzij verzet van de overgebleven bewoners halverwege gestopt.  De laatste decennia stond de Willemstraat dankzij diverse Chinese ondernemers  bekend als het ‘Chinatown van Utrecht’: telefoonzaakjes en kappers waren onderdeel van het straatbeeld. Maar deze gesloten gemeenschap is steeds minder zichtbaar, tegenwoordig zijn er slechts nog twee kapsalons te vinden.

 

De eenvoud en oranjegezindheid zijn nooit verdwenen. Een buurtcafé heet ‘De Kroeg’ en de buren ‘café Ome Willem’. In 1982 vond de eerste vrijmarkt plaats in de buurt, een feest dat zich in der loop der jaren heeft verspreid over de rest van de Binnenstad en daarbuiten. Het is nog steeds een katalysator van oranjeliefde.


Geschreven door Henk Oldenziel  


<< terug naar overzicht