Utrechts straten

Torens vormden eeuwenlang de skyline

In 1122 was Utrecht de eerste stad die een eigen verdedigingswerk mocht bouwen. Keizer Hendrik V gaf daarvoor de toestemming. Er kwamen wallen, muren, torens en de singel. Net iets meer dan 700 jaar vormden ze op de stadsplattegrond de harp, die tot voor kort de contouren van de Binnenstad aangaf.

Bij het bepalen waar de wal moest komen, werd uitgegaan van bestaande bebouwing: de nederzettingen bij de Jacobikerk in het noorden en de Nicolaaskerk in het zuiden, de Pieterskerk in het oosten en de Mariakerk in het westen. Ook het Johannieterklooster (op het huidige Vredenburg) moest worden omsingeld. De toenmalige Geertekerk viel erbuiten. Omstreeks 1250 werd een nieuwe Geertekerk alsnog binnenmuurs gebouwd. In zijn boek Ommuurde Stad schildert conservator stadsgeschiedenis René de Kam het infrastructurele werk. Bouwvakkers groeven de singel met de hand uit en schepten de grond in manden en kruiwagens. Honderdduizenden kubieke meters grond stortten ze verderop; dat werd een verdedigingswal.

 

In het noorden gebruikten de gravers de loop van de Vecht, in het zuiden een zijarm van de Rijn. De singel aan de oost- en de westkant moesten ze speciaal graven: 1500, respectievelijk 1800 meter lang. Om ervoor te zorgen dat de metselaars stadsmuren en torens konden neerzetten, werd het opwellende grondwater dag en nacht gehoosd.

 

Schermafbeelding 2020-10-23 om 17.32.52Reconstructie Tolsteegpoorten (1500); in de oostelijke toren huisde een gevangenis
© Daan Claessen, Erfgoed Utrecht
 

Eind 12e eeuw zag de stadsverdediging er al erg indrukwekkend uit, dat bleef eeuwenlang zo. De Kam maakt in zijn boek een rondje vanuit het zuiden met de klok mee langs de torens en poorten in de 12e eeuw: Bijlhouwerstoren, Smeetoren, Snijderstoren (Vredenburg), Catharijnetoren, Bollaertstoren (Paardenveld), Weerdpoort met toren, Plompetoren, Wittevrouwenpoort met toren, Hactentoren (Servaasbolwerk), Servaashektoren (Nieuwegracht). De Tolsteegpoort ten slotte was een complex met twee torens.

 

In de 17 eeuw raakte de stadsverdediging in verval: murens en toren brokkelden af; planten, bomen en struiken groeiden er doorheen. Utrecht krijgt in 1828 (weer als eerste in Nederland) van koning Willem I toestemming de stadsmuur te slopen. Architect Zocher ontwerpt een plantsoen aan de oost- en zuidkant, aan de west- en noordkant komen huizen en een haven. Eén voor één sneuvelen de torens en de muren. Twee kleine stukjes stadsmuur herinneren aan de arbeid van de 12e eeuwse grondwerkers: bij bastion Sterrenburg en bij de Lucasbrug. Gelukkig is de singel er nog wel... De tentoonstelling De Ommuurde Stad is vanaf 12 september in het Centraal Museum te zien. Er komt ook een gelijknamig boek uit van René de Kam. •

 

Uit de Binnenstadskrant 4, 2020.
Foto’s en teksten Ineke Inklaar.


<< terug naar overzicht