Utrechts straten

Thuis in de Binnenstad: wonen met een monumentale watertoren in de achtertuin

Waar in de 19e eeuw het kantoor van de Utrechtsche Waterleiding Maatschappij zat, zetelt nu woonvereniging WWG. In het pand met open vide en galerij bevonden zich de loketten waar de waterrekeningen werden geïnd.

 

Het dubbele pand biedt nu woonruimte aan vijftien mensen. Er zijn twee keukens en vijf douches. Logeren? Dat kan. Er is een logeerkamer, maar bewoners zijn ook bereid hun kamer beschikbaar te stellen. Het complex is eigendom van Portaal.

 

Vanuit de achterzijde, die er later tegenaan geplaatst is, hebben de bewoners direct zicht op de watertoren uit 1896. Die is gebouwd in de tuin van waterleidingdirecteur De Rijk. Tot 2011 zat het Waterleidingmuseum in deze toren die goed was voor 1500 m3. De UWM werd in 1967 onttakeld; begin jaren 70 werd het pand dat al jaren leegstond, gekraakt. In de beginfase maakte een kinderdagverblijf deel uit van de woongroep. Ook was er twee jaar lang in de schuur een leergarage voor vrouwen. Doel was vrouwen enthousiast te maken voor een technisch beroep. De woonvereniging bestaat 42 jaar. Als een kamer vrijkomt, wordt een protocol gevolgd, vertellen vijf bewoners. Een advertentie wordt geplaatst op een website voor woongroepen en er volgt een ballotage. Iedere bewoner leest de brieven, de laatste keer van maar liefst 60 geïnteresseerden. Na selectie ontvangt een kleine afvaardiging vijf à zes kandidaten, daarna zijn alle bewoners aanwezig bij het slotgesprek. Flexibiliteit en een bewuste keuze voor niet alleen samen te wonen maar vooral om samen te leven, staan hoog in het vaandel. Er wordt geprobeerd een gelijke verdeling van mannen en vrouwen te realiseren en er is aandacht voor diversiteit.


Enkele bewoners van de woongroep © Herman van DoornEnkele bewoners van de woongroep © Herman van Doorn

Het is niet alleen ‘Het voelt goed’. Een nieuwe bewoner dient een waardevolle toevoeging te zijn, moet willen investeren en een actieve rol willen spelen. Tijdens de huisvergadering (1x in de zes weken), is er ook een sociaal rondje. Ieder vertelt hoe het met hem gaat. Er is ruimte voor hulp te vragen of om irritatie te uiten. Zo worden conflicten vermeden en iedere beslissing wordt zo breed mogelijk gedragen. Meerdere bewoners woonden er langer dan 20 jaar, een bewoner zelfs 35 jaar. Binnenshuis heeft iedereen taken of neemt taken op zich, maar er is geen hiërarchie. De woongroep heeft een bestuur met een penningmeester. Een oud-bewoner heeft een app ontwikkeld voor de financiën. Het is een gezamenlijke rekening voor de dagelijkse uitgaven, de huur, de boodschappen. Is er geld over, dan kan er iets aangekocht worden, zoals onlangs een tuinbank. De woongroep doet mee aan Struinen in de tuinen, Gluren bij de buren en op Koningsdag hebben ze hun eigen muziekpodium. Binnenkort willen ze starten met koffiemomenten voor de omwonenden. Er zijn onderlinge muziekoptredens. De woongroep heeft bovengemiddeld veel maatregelen genomen om besmetting met corona te voorkomen. Enige bewoners wensten de vereiste afstand, omdat de meeste groepsleden een groot netwerk hebben. Hier wordt rekening mee gehouden, het veiligheidsgevoel staat voorop. De meerwaarde van het samenleven in een woongroep is voor de bewoners zo waardevol dat een van hen zegt: ‘Als ik ga samenwonen, zal ik met mijn partner kiezen voor deze vorm van samen leven.’ •


HHVD-20200811-1149.bw.30x20
Uit de Binnenstadskrant 4, 2020.
Foto’s en teksten Anna Sterk.


<< terug naar overzicht