Utrechts straten

50 jaar wonen in de Binnenstad

In 1969 verhuisde ik naar Lepelenburg 14, een huisje van het Bruntenhof, omdat het huis op de Waldeck Piermontkade waar ik op kamers woonde, verkocht werd. Het was niet makkelijk woonruimte te vinden, maar door goede hulp kwam ik hier terecht.


In de eerste jaren was ik niet echt blij met mijn nieuwe huis. Het was erg primitief, geen douche, en een droogcloset (zonder afvoer) boven een oud kolenhok. Het weer was goed te volgen. Op diverse plaatsen stonden er plastic bakjes om de regen op te vangen. De muren beneden waren betengeld en je hoorde erachter van alles lopen. Verhuizen kon ik financieel niet, want ik volgde een opleiding met een studiebeurs. We woonden daar met jong en oud en regelmatig aten we samen buiten in het straatje en we gingen ook wel eens eten in de Mensa, de ‘open tafel’ voor studenten in het Universiteitshuis op het Lepelenburg, voor ik dacht 1,50 gulden. Al met al toch een gezellige tijd.

 

In die jaren werden wij door de politie gewaarschuwd om niet ‘s avonds in de Keukenstraat, Schalkwijkstraat, Nieuwe Kamp en Achterom te lopen. De buurt was enigszins verpauperd. Er waren nog wel eens heftige vechtpartijen, gesneuvelde ruiten en zo meer.


Oude nummering terug
In 1981 werd het hofje gerenoveerd en moesten wij allen een half jaar elders wonen. Er werden een keuken en natte cel aangebouwd, het droogcloset verdween uit de kamerkast en we kregen een mooi toilet. Ook fijn voor ons bezoek, dan hoefden onze bezoekers niet meer naar de Mensa of Tivoli op het Lepelenburg, want in de kamerkast naar de wc zagen ze niet zitten. Het adres Lepelenburg werd Bruntenhof en we kregen de oude nummering terug. Het straatje werd autovrij.


Tegenover de Leeuwenbergh graasden vaak de paarden van Schoonhoven’s stalhouderij in het Zocherpark, een romantisch plaatje.


In 1979 was er een grote brand op Lepelenburg. Tivoli, de houten tijdelijke concertzaal van het Utrechts Symphonie Orkest (USO), stond in de fik. Jammer alleen van die oude boom die middenin het gebouw stond - gespaard bij de bouw. Een ijzeren karkas was alles wat overbleef. Later nog werd het park Lepelenburg echt een park en stond er jarenlang het bordje: verboden het gras te betreden.


Poezen

Er stond één studentenhuis op het Achterom met een lage muur ernaast waarop klimop groeide en poezen zaten. Zaterdags werd er volop gewerkt aan auto’s van de buitenlandse werknemers die in het huis op de hoek van Brigittenstraat woonden. Dat gaf een hoop kabaal en rook. In 1983 begon op het Achterom de nieuwbouw, het muurtje en het studentenhuis werden afgebroken.


In de Leeuwenbergh waren er in die tijd kerkdiensten. Later andere bijeenkomsten, verkopingen en daarna de concerten van het muziekcentrum Vredenburg, gedurende de vijf jaar dat het werd verbouwd. Zo zag ik in de loop der jaren aardig wat veranderen. Restauraties, de bouw van appartementen en luxe woningen, de bunker afgebroken, de straten opgeknapt. •


Ingezonden door Ellen Leussink.
Uit de Binnenstadskrant nummer 4, 2019.


<< terug naar overzicht