Utrechts straten

Stadsmolen krijgt wind mee

Het is een grimmig genoegen voor molenaar Jan Wilten in de Adelaarstraat. Een week nadat Utrecht en omgeving opnieuw is uitgeroepen tot een van de meest concurrerende regio’s van Europa, krijgt zijn molen na tien jaar stilstand de wind mee. Februari dit jaar besloot de gemeenteraad unaniem dat de laatste korenmolen van de stad moet worden opgeknapt. Op 15 oktober kreeg Wilten te horen dat er overeenstemming is over een stappenplan.

 

‘Eind 2020 kunnen we draaien’, belooft de molenaar met lichte euforie daags na het ambtelijk overleg. ‘Als ik mijn handen dichtknijp.’ Ook ambtelijke molens moeten nu eenmaal grondig draaien. Uiteraard als het een monument van duurzame stadsenergie betreft. ‘Het eerste dat we gaan aanpakken is het gevlucht.’

 

schermRijn_en_Zon_Utrecht

 

Bij een vorige restauratie zijn er grote fouten gemaakt bij het herstel van het wiekensysteem, waardoor de molen al snel met mankementen kampte. Korenmolen Rijn en Zon stond vroeger op de stadswal bij het Paardenveld, als een van de tientallen Utrechtse stadsmolens die energie opwekten. Het was een prominente plek, want de westkant van de stad was ideaal om wind te vangen. ‘Met onze molens is een groot deel van de rijkdom van de stad vergaard’, stelt Wilten.

 

Verbanning
Begin vorige eeuw werd Rijn en Zon verbannen naar de Bemuurde Weerd, naar de rand van de eeuwenoude stad, om ruimte te maken voor een lucratievere activiteit, een groenteveiling. Hier hadden de warmoezeniers met hun pramen alle manoeuvreerruimte. In zijn verbanningsoord behoort Rijn en Zon nu tot een select gezelschap van stadsmolens in Nederland. Niettemin prijst Wilten zich gelukkig dat Utrecht altijd een dorp is gebleven. De overheersende laagbouw valt in het niet bij de etagebouw in de andere grote steden. Daarom kon Rijn en Zon op zijn nieuwe locatie volstaan met een bescheiden, maar toch nog imposante hoogte. Hij behoort tot de vijf grootste molens van Nederland. ‘Er waren hier geen rijken die geld in hoogbouw wilden steken. Daarom heeft Utrecht zijn charme’, constateert Wilten tevreden. Met een scheef oog kijkt de molenaar naar het Stationsgebied, een kilometer verderop. Juist de meest lucratieve windrichting, het zuidwesten, is niet meer wat zij tien jaar geleden nog was. Na het irritante Hoog Catharijne is daar in tien jaar tijd ook nog eens een muur van kantoortorens verrezen, die de wind breekt. Nog meer turbulentie en daar houden molens niet van. Maar Wilten blijft goedgemutst.

 

Hij verwacht met een nieuwe fokwiek een veel groter rendement te halen dan nu. ‘Maar windkracht 8 à 9 blijft het maximum.’ •

 

Geschreven door Bert Determeijer
Uit de Binnenstadskrant, editie 5 - 2019

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


<< terug naar overzicht