Utrechts straten

Slopen en bouwen ging soepel; Marinus deugde

Door Erik van Wijk en Charles Crombach
Uit de Binnenstadskrant 1, 2021


De steeg naast de Catharijnekerk was lang donker, een plek waar je maar liever niet doorheen liep. Dat is veranderd. Er hangen geen enge figuren meer rond; het ziet er opgeruimd uit. Mede door lampenman Marinus van Uden. Die er sinds kort woont. De gemeente werkte wonderwel mee.

 

‘Ik was al 30 jaar eigenaar van een van de weinige pakhuizen in Utrecht, aan de Catharijnesteeg. Ik woonde op de Lange Nieuwstraat 75, boven de winkel Marinus Licht/Marinus Antiek, maar wilde leeftijdbestendig gaan wonen. Mijn vrouw Marjoke en ik gaan richting de 70.’ Hij slaagde erin de bestemming van het pakhuis in de steeg, vooraan bij de Lange Nieuwstraat, van opslag/stalling te wijzigen naar opslag/stalling/wonen. Hij woont boven, kan onderin auto’s parkeren. De gemeente wil - zo blijkt ook uit het nieuwe mobiliteitsplan - toe naar een autoluwe Binnenstad. 'Hier zat vroeger een autospuiterij, moet je nagaan wat voor overlast dat gaf. Dit soort historische fouten als een autospuiterij op zo’n plek wil Utrecht herstellen door de woonfunctie te versterken. Mede door verdunning – meer singles, minder gezinnen per pand – moet Utrecht sowieso bijbouwen. Bovendien is de verwachting dat er nog tienduizenden Utrechters bijkomen. ‘Een burgerinitiatief tot het creëren van extra woonruimte in het centrum wordt daarom in principe welwillend bekeken.’


Marinus vroeg pas een bouwvergunning aan toen de daklozenopvang in de Catharijnesteeg weg was. © Michael KoorenMarinus vroeg pas een bouwvergunning aan toen de
daklozenopvang in de Catharijnesteeg weg was. © Michael Kooren 


50 pagina’s

Maar dan de praktijk, zegt de man die jarenlang actie heeft gevoerd voor de leefbaarheid van wat ooit de Zuidelijke Oude Stad heette. ‘Na het aanvragen van een bouwvergunning valt er een pak papier van 50 (!) bladzijden in je brievenbus. Na vraag 2 wist ik al niet meer wat ik moest antwoorden. Je kunt geen antwoord vragen op iets wat je nog niet weet.’

 

Marinus onderscheidt twee soorten vergunningverstrekkers. ‘Ambtenaren die vooral procesgericht denken, geen fouten willen maken en die elkaar bovendien vaak tegenspreken. Aan de andere kant heb je taakgerichte ambtenaren – zzp’ers – die de zaken klantgericht en pragmatisch willen aanpakken.’ Met het tweede type is het volgens de pakhuiseigenaar goed zakendoen. ‘Als ze ervaren dat je intenties goed zijn, kan er veel merkte ik.’

 

Marinus is een paar jaar geleden, toen de daklozenopvang in de steeg definitief verdween, begonnen met het vergunningentraject. Ontwerper van de nieuwbouw is buurtgenoot en architect Jan Bakers; Welstand was meteen enthousiast. Bij de uitvoering heeft hij gelet op de grote maat van de steen van het monumentale buurpand en de kleuren in de steeg.

 

Hoge heren
Zelf leerde Van Uden ook veel tijdens het bouwproces. ‘Je kunt niet alles voorzien. Dan is het fijn als je een benaderbare ambtenaar kunt bellen, die een boa kan overrulen die op het punt staat een bouwstop af te kondigen. Ik moest in drie uur tijd 100.000 kilo beton draaien en vanaf de Lange Nieuwstraat de betonmixer de steeg in zien te leiden. Dat geeft gedoe en is eng; zo’n proces kan niet even worden stilgelegd.’

 

‘Ik was continu aan het schipperen tussen het willen voorkomen van overlast voor de buurt en het op peil houden van het bouwtempo. Een veilige sloop en afvoer van de oude loods met betonnen vloer (240 m2) was het ingewikkeldste van het traject. De steeg maakte het extra moeilijk. De vrachtwagen kon op 1 centimeter precies de steeg in; ik wilde een hijskraan over de daken heen vermijden.’


Het dakterras biedt een subliem uitzicht op de Binnenstad en de Dom. © Michael KoorenHet dakterras biedt een subliem uitzicht op
de Binnenstad en de Dom. © Michael Kooren
 

Hij werkte steeds op het randje van wat toelaatbaar was. ‘Het fijne was: ik kreeg het vertrouwen van de gemeente omdat ik elke dag bovenop het bouwproces zat. Die formulieren heb ik nooit meer ingediend. Zelfs geen begroting. Die formele benadering is er vooral om het malafide projectontwikkelaars en huisjesmelkers lastig te maken. Ik heb veel steun gekregen van de ‘hoge heren’, anders had ik dit nooit kunnen realiseren.’ Tussen sloop en bouw zat een jaar. De woning met de grijze gevel en de drie spots aan de gevel is opvallend ruim geworden met drie verdiepingen. Het mooist is het dakterras, dat een subliem uitzicht biedt op de door hem zo geliefde Binnenstad. •


<< terug naar overzicht