Utrechts straten

Plaats delict Binnenstad

Drie romans en een misdaadgeschiedenis die zich afspelen in de Binnenstad. Doet het ertoe dat Utrecht plaats van handeling is?


‘Zonder meer,’ stelt Charlotte Mutsaers (1942) in ‘Harnas van Hansaplast’ (2017). Over de stad van haar jeugd schrijft ze: ‘Utrecht stond niet met beide voeten op de grond, […]. Het was een stad die deemsterde, fluisterde en zweefde. Boordevol fantasten, middeleeuwse stegen, nachtelijke maskerades, betoverende winkels, eigenaardige kunstenaars, koppige individualisten.’


Seksshop HOT
Een van die koppige individualisten is haar zonderlinge broer Barend die in 2001 op 51-jarige leeftijd in blote kont en nieuw pyjamajasje, omringd door porno, dood in zijn bed wordt aangetroffen. Mutsaers beschrijft hoe zij en haar zus het vervuilde ouderlijk huis op de Nieuwegracht bij Pausdam opruimen, en hoe ze daarbij terugkeert naar haar jeugd in de Utrechtse Binnenstad. Ze gaat met haar zus naar seksshop HOT – ‘er staat OT’ – in de Zadelstraat om de pornoverzameling van Barend te slijten. Heeft Mutsaers een strafbaar feit gepleegd door, zoals in het boek staat, kinderporno te verkopen, of had ze dit deel van de pornoverzameling, zoals ze later beweerde, al eerder vernietigd? Overspannen mediaconsternatie? ‘Harnas van Hansaplast’ is een autobiografisch verdichtsel vol barokke overdrijving dat speelt tegen het decor van een reëel bestaande Binnenstad.


Tuig van de richel
In de roman ‘Burengeruchten’ (2017) van de Utrechtse schrijver Arjaan van Nimwegen (1947) speelt het huis Lievendaal op het Lepelenburg de hoofdrol. De hoofdpersoon, de zonderling Thomas, verschanst zich in de villa tegen dreigende tijdgeesten, onderwijl Franse gedichten aan zijn geliefde zus dicterend. Van Nimwegen verweeft creatief episodes uit de Utrechtse geschiedenis in zijn verhaal: van de foute buurman in oorlogstijd – werkzaam op de Kolfbaan – tot aan de buurjongen die in de jaren zestig ‘fout’ is, rebelleert in het park en Lievendaal kraakt. In Thomas’ ogen zijn de hippies in het park ‘geen bloemenkinderen, maar tuig van de richel’. Hebben we te maken met een paranoïde hoofdpersoon of met een auteur die op (on)bedoelde en ongelukkige wijze de culturele revolutie van de jaren zestig gelijkstelt aan de Duitse bezetting?

 

SchermMark-Boog-09 
Mark Boog op het Pieterskerkhof © Sjaak Ramakers

 



Slaapplek op Pieterskerkhof

De Binnenstad is in ‘Café De Waarheid’ (2018) de vaste stek van de Utrechtse dichter Mark Boog (1950). Hoofdpersoon Jim bedrinkt zich in het café – lijkend op (wijlen) Café de Vriendschap – waar ‘geen regels gelden, behalve die van de gewoonte’. Op een dag vindt Jim een slaapplekje op het Pieterskerkhof en gaat hij verder als zwerver door het leven. Tijdens zijn ingesleten rondjes langs grachten, kerken en pleinen observeert hij hoe passanten ‘voorgeprogrammeerd’ de Binnenstad doorkruisen. Utrecht komt onder een totalitair regime, dat het instorten van de Domkathedraal toeschrijft aan terroristen. Jim komt de Binnenstad niet meer uit, behalve aan het eind van het verhaal in het kielzog van een vluchtelingenstroom. De droge beschrijving van het gemak waarmee Jim zich afkeert van Binnenstadsgewoel en leven in het algemeen, schuurt met Boogs halfslachtige pogingen tot maatschappelijke betrokkenheid.


Werfkeldermoorden
Crimineel Utrecht’ (2018), van Evert van der Zouw (1976) en Daniel M. van Doorn (1986) bespreekt de twintigste-eeuwse georganiseerde misdaad in Utrecht. De Binnenstad figureert veelvuldig als plaats delict: van de seriemoordenaar Hans van Zon (woonachtig Westerkade) en zijn mentor Oude Nol (Oudekamp 10), de Werfkeldermoorden (Oudegracht 235) tot aan de Wolvenplein-gevangenis (1856 – 2014). Onder dreiging van een rechtszaak komt er een tweede ‘gecensureerde’ versie van dit boek, waaruit geschrapt is dat een galeriehouder uit de Binnenstad door bemiddeling van hogere kringen ontsnapt zou zijn aan vervolging voor zwendel in vervalste Modigliani’s. Feit of fictie blijft hier onduidelijk. Hadden beide auteurs van de hiervoor genoemde romanciers kunnen leren hoe hun talloze feiten tot een leesbaar verhaal te verdichten? De beschrijvingen van de harde misdaden zijn te gruwelijk om waar te zijn. Liever wegdromen bij de zonderlinge zachte idioten uit de drie romans. •

 

Uit de Binnenstadskrant nummer 3, 2018
Geschreven door Onno Reichwein


<< terug naar overzicht