Utrechts straten

'Niets stoort mijn gedachten'

De beroemdste schrijver van Utrecht is zonder twijfel Arthur Japin. Sommige van zijn boeken verschenen in meer dan twintig talen. Zijn eerste historische roman, ‘De zwarte met het witte hart’, was meteen een beststeller. Japin: ‘Ik had het manuscript naar de uitgever gestuurd en las het daarna nog eens door. ‘Wat een verschrikkelijke onzin is het eigenlijk’, dacht ik. ‘De uitgever zag het anders: ‘Het kan wel eens een succes worden’, voorspelde hij. Ik vind het een wonder dat ik zoveel mensen bereik en dat de lezers zo trouw zijn’.

Japin (61) woont in de Binnenstad met zijn partners Ben en Lex. Een ménage à trois in een groot huis uit de zeventiende eeuw, dat hij in 2000 kocht.. Zijn adres heeft hij liever niet in de krant. Hij vond het vervelend dat een ‘stadswandeling’ telkens halt hield bij hem voor de deur. Op zijn verzoek is dat gestopt.


Zijn straat telde achttien jaar geleden ongeveer twintig bewoners. Nu zijn het er door splitsing van woningen ongeveer honderd, en het worden er nog meer. Japin: ‘Ons huis is erg naar binnen gericht, en daarom hebben we weinig last van de drukte. Maar prettig vind ik het niet. Ik hou van rust.’

 

Buitenstaander
Japin is geboren in Haarlem. In zijn jeugd logeerde hij veel bij zijn oma aan het Wilhelminapark. ‘De stad stopte bij het Rietveldhuis. Nog in 2000 fietste ik tussen de velden door naar Vleuten. Nu is het één grote huizenzee. Beangstigend, maar het zal mijn tijd wel duren.’

‘Ik ben wel heel blij dat ik ouder word. Ik vindt het heerlijk dat het leven op een gegeven moment ophoudt, dat er een einde komt aan m’n zorgen om alles en iedereen. Ik zou voor geen geld meer jong willen zijn.’

 

Arthur-Japinscherm© Sjaak Ramakers

 

‘Het fijne van mijn eigenaardige bestaan - als buitenstaander – is dat wij ons eigen leven kunnen verzinnen. We doen alles samen, zijn veel in ons tweede huis in Frankrijk. We reizen vaak en ver.’

Ook al wordt het steeds drukker, Utrecht blijft voor Japin een heerlijke stad. ‘Dat heeft te maken met schoonheid. Er zijn plekken waar de lelijkheid nog niet is doorgedrongen, of waar je die kunt mijden. Je kunt hier nog in je eigen hoofd leven, en in je dromen geloven. Als ik over de Nieuwegracht loop dan stoort niets mijn gedachten. In Amsterdam, waar ik lang woonde, lukt dat niet meer. Daarom verhuisde ik.’

 

Onbedwingbare nieuwsgierigheid
Vanwege die schoonheid en de vele schrijvers die zich daar door laten inspireren, vindt Japin de aanwijzing van Utrecht als City of Literature terecht. Hij houdt zich overigens afzijdig van literaire kringen in de stad en de rest van het land en leest vrijwel alleen boeken die hij nodig heeft voor zijn werk. Romans horen daar zelden bij. ‘Ik kan me niet goed meer verliezen in andermans fantasie. Die van mijzelf is te dwingend.’

Zo nu en dan geven zijn twee partners hem het advies eens een jaartje niets te doen. ‘Daar doe je me geen plezier mee. Ik schrijf vanuit onbedwingbare nieuwsgierigheid.’ Als ik aan een boek werk, kom ik vaak halverwege al een volgende figuur tegen van wie ik wil weten hoe die geleefd heeft, wat die moet hebben gevoeld. Zo gaat dat bij mij.’ 

Geschreven door Dick Franssen.
Fotografie Sjaak Ramakers.
Uit de Binnenstadskrant nummer 3, 2018.

 


<< terug naar overzicht