Utrechts straten

Lol in monumenten

Jaap Sleper is behalve huisschilder en aannemer ook actief in het vastgoed. Het begon ooit met de koop van een huis in de Mulderstraat. Nu heeft hij alleen al in de Binnenstad dertig panden. 


Zijn specialiteit is het kopen en opknappen van monumenten, zoals D’Çonink van Poortugael in de Voorstraat, dat in overleg met de afdeling erfgoed van de gemeente is gerestaureerd. De ingewikkelde regelgeving rond het verbouwen van (rijks) monumenten is voor investeerders vaak de reden om deze panden links te laten liggen, maar Sleper heeft er juist lol in.
 


Het Pandhuis, ooit bank van lening, later graanpakhuis,
nu woongebouw © Job de Jong

 

Een recent project is het Pandhuis in de Zwaansteeg, een rijksmonument dat onderdeel uitmaakte van het gigantische NV-huis complex, maar dat de gemeente ‘los’ verkocht. Slepers plan om er zeventien energiezuinige appartementen in te maken viel in de smaak bij de Triodosbank, de financier.


Lange termijn
Het Pandhuis, ofwel bank van lening of lommerd, dateert uit de 14e eeuw en leverde vroeger geld op voor het weeshuis Oudegracht 245. Het is in?de loop van de tijd sterk vergroot en diende lange tijd als graanpakhuis. Van 1990 tot 2015 verschafte het onderdak aan het archeologisch en bouwhistorisch centrum van de gemeente. De appartementen zijn 55 tot 100 vierkante meter groot. Sleper: ‘Ik streef naar minimaal twee slaapkamers, zodat ze ook geschikt zijn voor gezinnen. Grote panden in de Binnenstad zijn nu eenmaal onbetaalbaar om als gezin in je eentje te bewonen’.

Panden opkopen en met snelle winst weer verkopen is niet zijn doelstelling. ‘Mijn investeringen zijn vooral voor de langere termijn. Dit kan alleen maar als je een goede relatie met je huurders hebt. Dus ik verhuur tegen een eerlijke prijs en draag zorg voorgoed onderhoud.’

Plannen voor nieuwe investeringen zijn er altijd, maar de markt is nogal overspannen. Hij heeft interesse in de voormalige prostitutiepanden in de Hardebollenstraat, maar de prijs van 4,9 miljoen die de gemeente vraagt vindt hij niet reëel. ‘Er moet zeker een miljoen af’.  

Geschreven door Richard den Hartog.

Uit de Binnenstadskrant nummer 1, 2018.


<< terug naar overzicht