Utrechts straten

Geertebolwerk

In de rubriek ‘Straten’ besteden we aandacht aan één straat in de Binnenstad. Deze keer: het Geertebolwerk. 


‘Hier heeft nooit een militair bolwerk gelegen’ staat op het straatnaambordje onder ‘Geertebolwerk’, met toevoeging ‘Museumkwartier’. Musea zijn hier niet, want die liggen aan de oostkant van de zuidelijke binnenstad. Ook de Geertekerk is hier niet te vinden. Als voorbijgangers vragen waar de kerk is, dan wijs ik in zuidelijke richting, en zeg: verderop aan de Pelmolenweg op het Geertekerkhof. Bolwerk is trouwens de oorsprong van het Franse woord ‘boulevard’, maar dat terzijde.

Mijn straat loopt vanaf de Bartholomeusbrug en het eind van de Lange Smeestraat – waar tot 1855 de vestingtoren van de smeden lag – parallel aan de Catharijnesingel en het Zocherplantsoen, tot aan Hotel Karel V (nr.1) waar nu nog het doodlopende stuk van de Singel ligt. Het Geertebolwerk bestaat uit twee blokken monumentale jaren dertig rijtjeshuizen, een jaren tachtig sociale woningbouwcomplex, met ondergrondse parkeergarage, en het eind jaren negentig tot hotel verbouwde Duitse Huis, voorheen militair hospitaal.

Slechts twee oude negentiende-eeuwse hoekhuisjes herinneren er aan dat het Geertebolwerk tot in het begin van de twintigste eeuw een echte volksstraat was: het ene (nr.19) ligt aan de kop van de Zilverstraat en mijn huisje (nr.29), ligt op de kop van de Andreasstraat. Ooit vroeg een voorbijganger, toen ik voor de huisdeur stond, of ik boven of beneden woonde. Toen ik zei dat het slechts een klein ‘eenpersoonshuisje’ was, vertelde hij me na de oorlog in het gezin beneden opgegroeid te zijn, terwijl er boven nog een ander gezin woonde. Op oude tekeningen is nog een extreem steile trap te zien met daaronder een bedstee. Het huisje is in de jaren tachtig door krakers gered van de sloop, na renovatie aan het sociale woningbestand toegevoegd en ten tijde van de privatisering aan mij doorverkocht.  


                                              Het Geertebolwerk omstreeks 1910 – 1920, met oude
                                          arbeidershuisjes waarvan er nog maar twee over zijn.


De twee blokken statige, deels in onder- en bovenwoningen verdeelde, jaren dertig rijtjeshuizen, waartussen ik woon, hebben vanuit hun gehoekte erkers panoramisch uitzicht op het plantsoen en de Singel, terwijl de bewoners van het verderop gelegen nieuwbouwcomplex vanaf hun open balkons ruim uitzicht hebben. Terwijl ik dit stukje typ, kijk ik door mijn raam uit op de plezierbootjes die zomers in de passantenhaven liggen. Het hele jaar door heb ik uitzicht op water, gras, hoge bomen – veel platanen –, passerende bootjes, fietsers, joggers en wandelaars met of zonder hond.

Ik heb vooral zomers burencontact, het meeste met bewoners die net als ik een bankje aan de straat hebben, of op het stoepje voor hun huis zitten te zonnen. Voor zover ik ze ken, wonen in de jaren dertig woningen voornamelijk hoogopgeleide stellen en singles, veelal van middelbare of pensioengerechtigde leeftijd. Ik weet van een gepensioneerde architect en een domineesechtpaar en verder van straatgenoten die in hoger onderwijs, medische sector of bedrijfsleven werken. Ik woon naast een Vlaamse hoogleraar. Daarnaast woont een Oekraïense econome. Buiten-Europese allochtonen ken ik hier niet.


                                                      Het Geertebolwerk nu, vanaf de Zilverstraat
                                                                    en Andreashof tot de Andreasstraat.


Jongeren en gezinnen met jonge kinderen wonen hier weinig. In de bovenwoning naast me zijn er in de afgelopen decennia al een stuk of vijf keer jonge stellen ingetrokken die telkens binnen vijf jaar weer vertrokken om in de tuinsteden kinderen te krijgen. Dit jaar is er voor het eerst een stel vanuit de Betuwe komen wonen waarvan de kinderen net het huis uit gaan: de cirkel is rond. 


Sinds de komst van het vijfsterren Hotel Karel V wordt de smalle oorspronkelijke eenrichtingsstraat van beide zijden ingereden door de hotelgasten. Ik ben onder de indruk van de snelle bolides die rakelings over de stoep en langs mijn voordeur hun inhaalmanoeuvres uithalen. Zelf snij ik ook graag een stukje af, maar dan door vanaf mijn huis via de prachtige hoteltuin naar het Springhaver Café door te steken. Ik geniet in mijn straat van de relatieve rust en van de nabijheid van het dynamische centrum. Ik ben benieuwd wat er zal veranderen als na het doortrekken van de Singel – de planning is 2019 – de plezier- en rondvaartboten hier hun rondje zullen maken.


Geschreven door Onno Reichwein


<< terug naar overzicht