Utrechts straten

Dokter Jaap: alles op de fiets

Jaap van der Laan weet veel van de Binnenstad en ook van de bewoners, niet alleen ernstige zaken, maar ook leuke en positieve dingen. De dokter woont en werkt in hartje Utrecht.


Van der Laan opende in 1984 samen met een collega een artsenpraktijk op het Predikherenkerkhof. In 1993 verhuisde de praktijk naar de Breedstraat. De sfeer van de omgeving was bij de keuze doorslaggevend. ‘Ik woonde toen boven de praktijk en voelde mij net een oude dorpsdokter’, vertelt de arts. ’s Avonds keek ik naar beneden, in de straat zag ik mensen passeren, onder wie mijn patiënten.’
 
In 2013 ging de praktijk op in het tegenwoordige Gezondheidscentrum Binnenstad op de Asch van Wijckskade. Nu zijn er zeven dokters, die gezamenlijk tienduizend patiënten hebben. Het is de grootste artsenpraktijk in de Binnenstad. Jaap van der Laan: ‘Als ik op straat loop kom ik altijd mensen tegen die ik ken; in de winkel, het theater, op de markt’. Hoe is dat dan met zijn privacy? ‘Ik heb maar een of twee keer gehad dat iemand bij mij thuis aanbelde, iemand met een psychiatrisch verleden die de sociale codes niet kent. Maar dat is ook niet zo erg. De meeste mensen zijn heel netjes wat dat betreft, die scheiden werk en privé’. Ik ken artsen die er wel last van hebben. Als zij in de supermarkt een krat pils kopen, staan patiënten bij de kassa mee te kijken. Die collega’s gaan dan voortaan elders hun boodschappen doen’. Voor Van der Laan is het prettig in de stad te wonen. Het is redelijk anoniem vergeleken bij een dorp, er is vrijheid omdat er heel veel mensen wonen. 


Visites op de fiets
De praktijk ligt in de noordelijke Binnenstad en hij woont in de zuidelijke Binnenstad. ‘Ik stap de deur uit en zie de Dom, altijd weer in verschillend licht. Het is een genot om in deze mooie historische stad visites te doen op de fiets. Bovendien heb ik allerlei herinneringen aan patiënten die er woonden en aan mijn studietijd’.

Jaap van der Laan werkt iets minder nu hij 67 is


Van der Laan, die opgroeide in Barneveld, kwam in 1968 naar Utrecht om aanvankelijk farmacie en later geneeskunde te studeren. Hij had een studentenkamer in de Hamburgerstraat. In het Academisch Ziekenhuis, toen nog op de Catherijnesingel, liep hij veel van zijn co-schappen.
‘Toen ik kwam studeren was er niets in deze stad te doen. Op zondag was er één restaurant open en een enkele chinees. Nu lijkt de Binnenstad bijna een soort pretpark. Soms zou je willen dat die ontwikkeling wat minder doorzet.

Ik denk dat er in de Binnenstad een bijzonder patiëntenbestand is. Veel oudere mensen, die eerst buiten woonden en nu terugkeren. Veel studenten. Zelfstandigen, die nooit in de praktijk komen omdat ze zo hard werken. Maar ze behoren wel tot de praktijk. Er is meer psychiatrie, de anonimiteit van de stad trekt dat aan. En er zijn relatief veel baby’s en jong volwassenen. Jonge kinderen vind je meer in de randgemeenten.’

 

Uit Binnenstadskrant 2017 nummer 1

Geschreven door Elaine Vis
Fotografie © Gerard Arninkhof

 


<< terug naar overzicht