Utrechts straten

De Passementerie stopt ermee

26 maart 2021
Door Ineke Inklaar

 

Knutselspullen, linten, knopen, garens, kwasten, poppenogen, kerst- en paasversieringen – vanaf volgend jaar maart zijn ze niet meer te koop op de Lijnmarkt. Passementerie Baars en Van de Kerkhof stopt ermee, na 45 jaar. Clemens Baars (68) en Laura van de Kerkhof (63) gaan dan met pensioen en vooral van hun vrije tijd genieten.


Met name zíj had moeite met de beslissing. ‘Het bord Opheffingsuitverkoop heeft een tijd in het magazijn achter gehangen. Zo kon ik aan het idee wennen.’ Later stond het in de winkel; binnenkort maakt het promotie en komt het op het raam te hangen. ‘Nu ben ik er wel aan gewend. Wat meespeelde bij het accepteren: een neef van mij overleed van het ene moment op het andere. 73 jaar oud. Dat zet je aan het denken. Bovendien kunnen we nu nooit weg, want – tja – de zaak. Het is mooi geweest. Hoewel – ik knutsel graag. Als ik straks iets nodig heb, moet ik dat gaan kopen.’
 
Handwerkstraatje
Laura is opgegroeid te midden van garen en band. ‘Als 10-jarige stond ik achter de toonbank in de winkel van mijn ouders. Die hadden een soortgelijke zaak in Amsterdam. De winkelvoorraad stond onder mijn bed. Als kind maakte ik aan de keukentafel al sierborduursel.’

 

schermpas© Luuk Huiskes


In 1977 begon het echtpaar met de zaak op nummer 33. ‘Nu is er veel horeca.  Maar de Lijnmarkt was toen echt een handwerkstraatje met De Vlijt voor handwerkartikelen, de Marion/Knip voor naaipatronen, een kralenwinkel en twee wolwinkels.’ De eerste acht maanden woonden ze in het achterhuis – nu is dat het magazijn. ‘We kregen voorraad mee van mijn schoonouders’, herinnert Clemens zich. ‘Maar dat was niet voldoende om alle vakken te vullen. We hadden halflege schappen, daar zetten we dan planken voor waarop we voorbeelden installeerden.’ Krediet kregen ze niet zomaar. ‘De bank vroeg me waar ik het voor nodig had. Ik zei: bandjes en kantjes verkopen. De filiaalhouder van Vlaer & Kol, die bank zat toen aan de Oudegracht in dat pand met die vrouwenpilaren, heeft me op persoonlijke titel een lening gegeven.’

 

schermpas1
© Luuk Huiskes

 

Aan de Utrechters moesten ze wel wennen. Laura: ‘In Amsterdam was het allemaal wat losser.  Ome zus en tante zo. Daar kon ik in de winkel gewoon vragen: waar heeft u het voor nodig? Hier keken de klanten me dan aan met een misprijzende blik van ‘Waar bemoei je je mee?’
 
De baas
Ze was 19 toen ze in de zaak begon. ‘Een jonkie nog. Ik weet nog: een man in de winkel bedong korting. Die wilde ik niet geven. Toen zei hij: dan wil ik de baas spreken. Ik liep achter de toonbank, draaide me halverwege om en vroeg: u wilde mij spreken?’


De clientèle is in de loop der jaren veranderd. In het begin kreeg de winkel veel klandizie van stoffeerders, die ze herkenden aan hun stofjassen en kapotte knieën van het kruipen. ‘Ze stonden ’s ochtends met hun busjes al in de straat.’ Die kochten de kwasten voor gordijnen en sierranden voor gordijnkappen, trapkoorden, maar ook de franje voor bankstellen. Daarnaast leverde Baars en Van de Kerkhof bruidsversiering: de strikken en tule om bruiloftentourages aan te kleden. ‘En we hadden een Duitse balletmeister als klant. Die kwam eens in het jaar, ging als het ware op zijn troon zitten en liet alles aandragen. Ook verkochten we veel aan artiesten en theaters.’


Clemens, die van een boerenbedrijf kwam en een supermarkt had gerund, moest het vak nog leren. ‘Maar ik snapte al snel hoe het werkte. Koord indraaien, kwasten vermaken, koordjes voor chique menukaarten maken – ik kan het allemaal. Bovendien: mijn vrouw zag een supermarkt niet zitten.’

 

schermpas2
© Luuk Huiskes

Die 40 jaar zijn omgevlogen. Ze koesteren de herinneringen. Aan de kinderen voor het raam die de mooi ingerichte etalage bekijken, aan hun hulpen waar ze als ‘bonusouders’ nog steeds contact mee hebben. Corona heeft het makkelijker gemaakt om afstand te nemen. Clemens: ‘Vroeger wenkte ik de mensen naar binnen, nu moet ik ze wegwuiven omdat ze geen afspraak hebben gemaakt.’ •


<< terug naar overzicht