Utrechts straten

De Oudegracht

Dit jaar woon ik precies tien jaar op de Oudegracht. Met zijn lengte en zijn werven is het een bijzondere straat. Het woord straat volstaat eigenlijk niet als je het over de Oudegracht hebt. Het is veel meer. Een gebied of zelfs een habitat. Ik woon er, koop er mijn eten, mijn kleren, ik ga er uit, ik drink er koffie op een terras, ik wandel er en ik vaar er met mijn boot. Alles en iedereen kun je daar dan ook tegenkomen en er gebeurt altijd wel wat. De beste manier, voor mij, om de Oudegracht te beschrijven is om dit te doen aan de hand van enkele gebeurtenissen.

foto Sjaak Ramakers

 

De student en de stripper

Achter twee van de drie ramen van ons appartement heeft mijn vriendin, al weer heel wat jaartjes geleden, twee banken gemaakt. Je kan daar heerlijk zitten en je hebt vandaar uit een perfect zicht op wat en wie er zoal langskomt op de gracht. We wonen op de tweede verdieping en in het voorjaar en de zomer zorgt de enorme kastanje die aan de werf staat voor een prachtig groen decor. Verder hebben we een prima uitzicht op de overkant, de straat, de werf, maar ook op het water.


Als ik op een vroege zomeravond voor het raam zit ben ik getuige van een wonderlijk tafereel. Vanachter de kastanjeboom zie ik een aftands bootje aan komen varen met daarop drie studentikoze types in slecht zittend pak en een schaarsgeklede dame. Eén van de studenten zit achterin de boot en bedient de buitenboordmotor. Nummer twee zit vlak voor hem op een houten stoel met een biertje in zijn hand. De schaars geklede dame die bij nadere inspectie voorzien is van een behoorlijke voorgevel voert ietwat lusteloos een dansje voor hem uit, terwijl student nummer drie eveneens voorzien van een biertje geamuseerd toekijkt. Een en ander biedt een treurig uitzicht en het wordt ronduit gênant als de dame haar topje uitdoet terwijl ze gegeneerd om zich heen kijkt. De studenten vinden het allemaal prachtig. Zo ook de ijs etende toeschouwers die vanaf de straat toekijken en het eigenaardige gezelschap aanmoedigen en nawijzen. Haar borsten groot en vol siliconen staan fier vooruit en terwijl ze ze met haar handen beetpakt gaat ze onder groot gejoel van de studenten en de toegestroomde niet-betalende bezoekers, bij de jongen op schoot zitten. Zijn staat van opwinding is gelukkig net niet meer te zien. Langzaam verdwijnt het bootje uit het zicht onder de Hamburgerbrug, de ijsetende toeschouwers verhit achterlatend.

foto Sjaak Ramakers

 

De kleine jongen en zijn grote ego

Een goede manier om de dag te beginnen is voor mij de korte wandeling van huis naar mijn studio in de buurt van het Ledig Erf. Er is al aardig wat volk op de gracht als ik, nog wat slaperig, onderweg ben naar mijn studio. Uit tegenovergestelde komt een groepje kinderen. Het zijn er een stuk of zes. De begeleidster loopt achteraan. De grootste van de twee vooraan draagt een baseballpet, achterstevoren. Tijdens het voorbij gaan krijg ik een flinke duw. Ik loop nog twee passen verder voor ik me realiseer dat het ventje met de pet opzettelijk even heeft aangegeven dat ie een mannetje is. Ik stop en draai me om. ‘Hé, wat ben jij nou aan het doen?’ vraag ik. ‘Ik deed niets’, zegt de jongen.

Ik heb ze nooit aan horen komen, maar ineens stopt er een politieauto. Eén van de twee agenten stapt uit en begint direct tegen de jongen te praten op harde en zakelijke toon. ‘Ik zie dat jij expres tegen deze meneer oploopt.’ Al het stoere en kordate zijn nu weg. Het huilen staat hem nader dan het lachen. Hij probeert nog wat ontkennende geluiden te produceren, maar de agent is resoluut. Hij moet zijn excuses aanbieden. Ik krijg een hand en verlaat deze ridicule samenscholing, terwijl achter me het jongetje flink op zijn donder krijgt. De begeleidster hoor ik niet. Ze stond er bij en keek er naar.

foto Sjaak Ramakers

De oude vrouw en haar televisie

Vrijdag is mijn vrije dag. Vaak ga ik even naar het Wed om bij Orloff koffie te drinken en de krant te lezen. Ter hoogte van de Hamburgerbrug zie ik een oud vrouwtje lopen. Ze loopt achter een rollator met daarbovenop een televisie. Zo één met een nog flinke beeldbuis. Het geheel ziet er wankel en zwaar uit en de oude dame stuurt uiterst langzaam en onzeker haar boeltje de brug over. Mensen lopen langs, kijken om en blijven even staan. Tegen de tijd dat ze aan de overkant van de gracht is, is het mij te veel geworden. De televisie hangt vervaarlijk scheef. Ik loop haar achterna en vraag haar waar ze naar toe moet. Haar weg leidt naar de Donkere Gaard en ik bied aan de televisie van haar over te nemen, zodat zij de tocht kan vervolgen met een onbeladen rollator. Ze vertelt al lopend dat haar televisie kapot was. Een nieuwe is onzin en iemand laten komen ook, zodoende ging ze dus zelf op pad.


Op de Donkere Gaard blijkt ze in een enorm huis te wonen en ik begin nieuwsgierig te worden naar hoe het er daar binnen uit zal zien. Helaas komt daar niets van in. Bij de deur aangekomen komt net haar kleizoon aanlopen die al mopperend op oma de televisie van me overneemt. Samen verdwijnen ze naar binnen.


Een half jaar later loop ik langs het huis en zie ik een kartonnen bordje naast de gevel. Open huis. Alles binnen is te koop. Ik kijk mijn ogen uit. Het huis staat van boven tot onder vol met spullen die je niet wil hebben. Het is het pakhuis van een verzamelaar in koopjes. Bergen met make-up en kleding, waarvan een groot deel nog in de verpakking zit. Doktersromans en kitsch vaasjes, doosjes en allerlei prullaria. Het huis zelf is prachtig, maar zwaar verwaarloosd. Ik raak in gesprek met een dame die de dochter blijkt te zijn van het oude vrouwtje. Ze vertelt me dat haar moeder is verhuisd naar een bejaardentenhuis. Haar verzamelwoede was zo groot dat de familie bedacht had om voordat ze het huis leeg gingen halen eerst eens te kijken of een open huis kon zorgen voor wat extra geld en een flinke opruiming. Er komt een grand-café in het huis. Nog meer horeca. Maar ik heb in ieder geval gezien hoe het oude vrouwtje daar woonde.

Geschreven door Eddy Stolk
Fotografie door Sjaak Ramakers


<< terug naar overzicht