Utrechts straten

De andere Binnenstad

Er is een Binnenstad die we niet zien, of misschien is het beter om te zeggen: die we liever niet willen zien. Ze zwerven op straat, zijn soms verslaafd en/of hebben psychische problemen. In Utrecht zijn er zo’n 350 dak- of thuislozen. Dat aantal is al jarenlang stabiel. Ze zijn aangewezen op voorzieningen die in stand worden gehouden met geld van de gemeente en met de inzet van veel vrijwilligers.

De Sleep Inn op het Jansveld is zo’n voorziening, waar per nacht 55 daklozen kunnen slapen. In het naastgelegen Smulhuis kunnen ze ’s avonds een goedkope maaltijd krijgen. Er is veel behoefte aan zulke opvang: er is een wachtlijst. Het Leger des Heils heeft iets vergelijkbaars. Zo zijn er meer plekken. Wie er wil overnachten moet zich tevoren melden en moet ’s ochtends het pand weer uit. De straat op, of – voor een enkeling – naar het werk. De Binnenstadskrant ging op zoek naar die andere wereld en z’n bewoners. Twee daklozen en twee ex-daklozen komen aan het woord.


 

Janos Nemeth had de pech dat hij als buitenlander maar drie maanden in de Sleep Inn op het Jansveld mocht blijven. Dat was 11 jaar geleden, toen hij als 31-jarige uit Hongarije naar Nederland kwam om hier te werken. Na die drie maanden stond hij op straat en bleef sindsdien dakloos. Soms sliep hij bij kennissen, soms in een tent die hij op stille plekjes opzette. Niet op een camping. Te duur.

Hij had niet altijd werk en dus geen inkomen. Nog steeds niet. Voor een deel is hij afhankelijk van de opbrengst van Straatnieuws. Elke dag haalt hij een stapel bij het uitgiftepunt aan de Oudegracht. Inkoop: 1,60 per stuk, verkoop: 2,50. Een verkochte krant levert hem dus bijna één euro op. Als het tegenzit verkoopt hij er maar drie op een dag, soms wat meer. •


 

Leo van Kampen (62) leefde het grootste deel van zijn leven op straat. Zijn bestaan als dakloze begon na het overlijden van zijn vader. Er ontstond onenigheid in de familie en zijn moeder wees hem de deur. Ook zijn broers en zussen keerden zich tegen hem. Hij zag ze nadien nooit meer.

Een tijdje kon hij terecht bij ooms die zich over hem ontfermden. Maar daar voelde hij zich te veel worden. Hij ging zwerven en belandde in Nijmegen, waar hij voor het eerst in een daklozenopvang terechtkwam. En dat bleef de rode draad in zijn leven: van opvang naar opvang. Op die manier doorkruiste hij het hele land. Uiteindelijk bleek Utrecht een van de steden waar hij zich het meest op z’n gemak voelde. Daar vond hij onderdak bij het Leger des Heils op de Nieuwegracht. Met twee man op een kamer. En overdag zwierf hij door de stad. Met mooi weer naar het Lepelenburg, z’n favoriete plek. Tussendoor wat eten in de Catharijnesteeg. Gratis soep of brood voor daklozen. En bij slecht weer: de bibliotheek. Hij leefde van een uitkering, wegens gezondheidsproblemen. Nog steeds heeft hij veel last: heupen, knieën en ook zijn voeten spelen hem parten. Daarom verblijft hij tijdelijk in een speciale afdeling van het Leger des Heils in Baarn. En daarna? ‘Ik hoop dat ik overgeplaatst kan worden naar een vorm van begeleid wonen. Met een man of drie in een huis. Zodat je aanspraak hebt. Geen idee wanneer dat gaat lukken. Ik zie wel.’ •

 

Wim Eickholt (55) leefde jarenlang op een dieet van rosé en shag. Op het dieptepunt liep hij als een zombie door de Binnenstad. ‘Mijn leven was compleet uitzichtloos. Ik leidde een nutteloos bestaan. Als ik niet dronk, zat ik op de bank voor me uit te staren.’

Door de drank verloor hij zijn partner en zijn baan als leraar. En omdat hij zijn hypotheek niet meer afloste, werd zijn huis verkocht. Dat leverde nog een klein batig saldo op. Ook dat werd omgezet in drank. De nachten bracht hij door in de Sleep Inn op het Jansveld. ‘Toen was ik er blij mee. Maar nu vind ik het goor. Het gesnurk op de slaapzaal. De stank.’ Later bij het Leger des Heils ging het beter. Daar had hij een kamer voor zichzelf. Overdag probeerde hij de schijn op te houden. Zat-ie in de bibliotheek in een makkelijke fauteuil en deed of hij zat te lezen, met de wodka onopvallend in een Spa-flesje. Inmiddels gaat het weer beter met hem. Sinds kort heeft hij een huurwoning.

Eickholt wist al die tijd dat hij niet wilde afzakken tot het allerlaagste niveau. En nu wil hij werken aan meer begrip voor de daklozen. Daarom schreef hij er een boek over. Wat ik nou toch heb meegemaakt! heet het. Ook geeft hij voorstellingen en organiseert hij stadswandelingen rond het thema daklozen (informatie via imagoproject@tussenvoorziening.nl). ‘Nog steeds worden daklozen en verslaafden gezien als een soort onmensen. Daar verzet ik me tegen. We zijn mensen. Weliswaar mensen met een probleem. Maar we zijn wel mensen.’ •

 

 

Met Marcel Weesenaar (48) ga ik naar de Pandhof van de Dom. Voor hem is het een bijzondere plek omdat hij daar talloze nachten doorbracht, samen met anderen. In de jaren ’90 kon dat nog omdat de tuin toen dag en nacht open was. En de kerk verstrekte soms wat brood of soep. Soms sliep hij ook in kraakpanden, de sleep-in voor daklozen, de ‘verslaafdentunnel’ in Hoog Catharijne. In de Pandhof gebruikte hij zijn eerste cocai?ne. Het begin van een verslaving en daardoor voortdurend geldgebrek. Weesenaar liep als tiener van huis weg. Hij kan het exacte moment nog noemen: toen zijn vader z’n moeder een gebroken kaak sloeg. Drank maakte zijn vader gewelddadig. Opvang was er toen niet. Hij leefde op straat. En zou dat dertig jaar volhouden.

Een druk bestaan. ‘Vanaf het moment dat je opstaat heb je als dakloze alleen maar zorgen. Over waar je de komende nacht kunt slapen. Hoe je aan geld kunt komen. Aan eten. Of er misschien ergens een baantje voor je is. En ondertussen probeerde ik er vanwege het solliciteren toch behoorlijk uit te zien.’

Hij verdiende wat door af en toe via een uitzendbureau te werken. Of hij verkocht Straatnieuws. Met hulp van zijn vriendin is hij al bijna anderhalf jaar clean wat de cocaïne betreft. En sinds kort heeft hij een dak boven zijn hoofd. Een eigen flatje, een ongekende luxe.

‘Ik ben trots dat ik me staande heb kunnen houden. Dat ik er niet aan onderdoor ben gegaan.’ Het is wel een sober bestaan. De instanties die hem aan de woning hielpen, beheren zijn bijstandsuitkering. Hij mag vijftig euro per week houden om van te leven. •

Fotografie en tekst door Gerard Arninkhof.
Uit de Binnenstadskrant nummer 2, 2018.
 


<< terug naar overzicht