Utrechts straten

Bezoekers in de watten leggen

‘Per jaar bezoeken bijna dertig miljoen mensen de Binnenstad. Een grote meerderheid, pakweg zeventig procent beweegt zich uitsluitend over het zogenaamde A-rondje Lange Elisabethstraat, Steenweg, noordzijde Oudegracht, Choorstraat en Lange Viestraat. Buiten dat rondje zijn ook prima winkels en restaurants, maar veel bezoekers weten die niet te vinden. Daar kunnen we gelukkig wat aan doen. We moeten die straten aantrekkelijker en ook vindbaarder maken. Zadelstraat, Lijnmarkt, Schoutenstraat en Oudkerkhof liggen om een of andere reden nu onvoldoende in de loop.’

 

Aan het woord is Emile Fonville van de afdeling Economische Zaken. Hij adviseert het college over het economisch functioneren van de Binnenstad en de horecasector in de hele stad.

 

Toerisme Ton Verweij
foto: Ton Verwey

 

Het Oudkerkhof is volgens Fonville vanaf de Oudegracht onvoldoende zichtbaar. Het heeft een winkelbestand dat een select publiek trekt. Maar om te overleven is er meer omzet nodig. Ook de Vinkenburgstraat heeft zijn bijzondere aandacht; daar zou een onderneming bij moeten die als trekker functioneert om de doorstroming naar de Neude te bevorderen.

 

Schone straten
Fonville constateert dat de modeklant altijd behoefte aan aantrekkelijke horeca in de nabijheid. ’Het gaat om een uitgekiende branchering per straat’. De sterkste magneten in de Binnenstad zijn de Bijenkorf - tien procent van de stadbewoners komt daar regelmatig. En nu Primark, goed voor een miljoen bezoekers per jaar.

 

Het enthousiaste optimisme straalt er vanaf bij Emile Fonville. Hij ziet een Binnenstad voor zich met toegankelijke en schone straten, waar de bezoekers ontspannen en ongehinderd rondlopen. De voetganger moet als het ware in de watten worden gelegd, is zijn overtuiging. Strak aangelegd plaveisel zonder stoepranden en overbodig straatmeubilair. Van die vlak geplaveide straten en pleinen zijn er al een aantal gerealiseerd, zoals Domplein, Zadelstraat, Mariaplaats en Domstraat. Dat schept een aangenaam ruimtegevoel, waar je niet over een obstakel struikelt als je blik door een etalage wordt verleid.

 

Fonville probeert ondernemers, makelaars en vastgoedexploitanten te laten nadenken en samenwerken, bijvoorbeeld bij het investeren in de kwaliteit van gevels en gebouwen, of het gezamenlijk aanpakken van de afvalproblematiek. ‘Met starters en zelfstandige ondernemers is dat bevredigender dan met bedrijfsleiders van formulewinkels. Die doen om zes uur de deur dicht en bemoeien zich liefst zo weinig mogelijk met de stad’.

 

Voetgangersgebied uitbreiden
Het autovrije c.q. autoluwe gebied van de Binnenstad is aan uitbreiding toe, zegt hij. Voor het voetgangersgebied zijn nu de Neude, Vismarkt en de Donkere en Lichte Gaard in de planning. Ook aan de Nobelstraat en de Korte Jansstraat wordt gedacht. ‘Eigenlijk is onze Binnenstad niet echt groot - niet meer dan acht vierkante kilometer. Maar dat kleine centrum zit wel vast aan het grootste OV-knooppunt van ons land’, zegt Fonville. Verlaat je de stationshal dan kun je kiezen voor Hoog Catharijne of buitenroutes, en zo naar de Binnenstad. Fonville schat dat een kwart van de mensen voor route richting Moreelsepark zal kiezen. •

 

Geschreven door Charles Crombach en Erik van Wijk


<< terug naar overzicht