Utrechts straten

Achter St-Pieter en Pieterskerkhof

In de rubriek ‘Straten’ besteden we aandacht aan één straat in de Binnenstad. Deze keer: Achter St-Pieter en Pieterskerkhof 

 

Als ik zeg dat ik Achter St-Pieter woon, is de reactie vaak: ‘Wat heerlijk rustig’. Ik weet dan dat ze mijn straat verwarren met het Pieterskerkhof. Het laatste stukje daarvan, bij de Daltonschool, is – als de school niet aan- of uit gaat – inderdaad bijzonder stil. Maar architect Mart van Schijndel wilde het destijds nog stiller. Niet aan het pleintje moest zijn huis komen, maar daarachter, zodat niemand het kon zien, en hij niemand zag. Het is een beroemd huis, in 1992 gebouwd in de stijl van Rietveld en Mies van der Rohe. Zijn weduwe Natascha  Drabbe beheert het.

Om het te kunnen betalen zette hij aan de pleinkant een woongebouwtje neer met verkoop-appartementen, in postmoderne stijl. De met een hek afgesloten doorgang ernaast leidt naar het Van Schijndel-huis.


Eén keer in de maand zijn er rondleidingen. De Binnenstadskrant zette in maart 2005 Natascha op de voorpagina, elegant liggend op de trap. Verderop in dat nummer, te vinden op de websites van onze krant, een verhaal over haar relatie tot het huis.

Bijzonder waren op het Pieterskerkhof de dagen van de veilingen van antiek en meuk in het Notarishuis. Op de tiende slag van de Dom, en geen seconde eerder of later, begon de verkoop. Eerst gingen de fietsen, daarna de goedkopere nummers in de loods achter de binnenplaats en tenslotte, na de middagpauze, het duurdere spul in het hoofdgebouw. Veel dezelfde gezichten elke week, zowel het meer ruige type als vrouwen met een bric à brac-winkeltje. Een mooi, apart sfeertje hing er. Heel wat dingen in mijn huis komen er vandaan. Door Marktplaats kwam de klad er in: de opslagruimte op de bovenverdieping werd een appartement. Het einde kwam helemaal in zicht toen assistent Peerdeman op een goed per auto bereikbare plaats in Overvecht een eigen veiling opende.


Het Notarishuis verkocht de laatste ruimte op het Pieterskerkhof en hield zo nu en dan nog een veiling in zijn pand in Achter St-Pieter. Inmiddels is alles voorbij en is alles omgezet in wonen.


Wat je overal in de stad ziet dat gebeurt ook bij ons: kantoren en andere bedrijfsgebouwen veranderen in appartementen en woonhuizen worden gesplitst. En alles in zogenaamde starterswoningen, zeer kleine eenheden, bestemd voor alleenstaanden of twee personen. De markt schijn onverzadigbaar.


Grote en kleine projectontwikkelaars storten zich op elk pand dat vrij komt. Bij mij schuin tegenover is een groot huis, lang geleden sociëteit van meisjesstudenten en daarna kantoor, opgedeeld in ‘studio’s’. Datzelfde gebeurde met het grote pand naast miniatuurcafé ASP. Naast de ingang, in de Domstraat, zie je het resultaat: een enorme partij brievenbussen.


Van al die nieuwe bewoners merk je to nu toe weinig. De straat blijft stil, wat niet minder dan een wonder is. Want pal bij ons begint het uitgaansgebied. In de Korte Jansstraat komen tot in de vroege uurtjes stappers in de snackbars ‘een vette bek’ halen. Van de twee luidruchtige tenten op het Oudkerkhof is alleen De Dikke Dries nog over. Havana is via kreeft en kip overgegaan op biefstuk.

Het meeste last hebben we nog van de bevoorrading van het Domhotel via het een poortje bij mij tegenover. Ze laten daar alles apart komen: vlees, vis, groente en fruit, etc. Heel vaak barricaderen vracht- en bestelauto’s de smalle straat. En berg je als de vetzuiger de vetput komt leegzuigen. De grote slang wordt uitgerold en even later begint het. En dan gaat het niet zozeer om het lawaai, maar om de stank die zich door de straat verspreidt.

Een buurtgevoel is er bij mijn weten - ik woon er sinds 1980 - nooit in de straat geweest. Ik had niet het idee dat veel bewoners intensief met elkaar omgingen. Maar dat verandert een beetje sinds we een buurtborrel hebben. Dat is nu sinds een jaar of zes. Initiatiefneemster was Sjoukje van nummer vier, maar haar zie ik er nooit meer. De laatste keren was de borrel in het Ariënsinstituut, het opleidingscentrum van het aartsbisdom in de Keistraat. En dankzij Victor Kramer, neuroloog in ruste, hebben we weer hanging baskets. Elk jaar gaat hij de deuren langs om handtekeningen te verzamelen.

Onze straat is oud, ons huis ook. Een groot deel van de huizen is omgenummerd toen destijds de Middenstandsbank werd veranderd in appartementen. Ons oude nummer is ASP 10. Op www.documentatie.org zie je dat de geschiedenis teruggaat tot in de Middeleeuwen. Er zijn nog sporen over van het claustrale huis waarmee het ooit begon. Nummer tien is gesplitst in vier appartementen. In het onze zit nog de regentenkamer van het blindeninstituut dat hier ooit zat. Wij hebben er voor getekend dat we de lambrisering, deuren, plafond ongemoeid laten. De kamer is mooi, absoluut, maar het mooiste van ons huis is toch het grote dakterras.

 

De meeste appartementen in ons complexje zijn inmiddels privé-eigendom, maar wij huren nog gewoon van Mitros.

 

Geschreven door Dick Franssen


<< terug naar overzicht