Utrechts straten

Springweg

In de rubriek ‘Straten’ besteden we een maand lang aandacht aan één straat in de Binnenstad. Wie woont er in de straat? En wat is de geschiedenis? Deze maand: Springweg.

Deel III Springweg: Hoe de Springhaverbuurt een nieuwe impuls kreeg

Het is vandaag moeilijk voor te stellen, maar de Springhaverbuurt was in de jaren zeventig en tachtig een verwaarloosde en arme buurt, tot dat de vele bewoners in actie kwamen.


‘In die tijd liepen er buurtwerkers rond. Ze hielpen, vanuit de gemeente, bewoners met belastingformulieren en administratieve zaken’, vertelt Ingrid van Veluwen (55), die begin jaren tachtig op de Springweg kwam wonen. ‘De bewoners hadden geen geld om de huisjes op te knappen.’ De bekendste werker was Jelle, de best betaalde van het land en met een herkenbaar Amsterdams accent: ‘Hij had gestudeerd, dat was bijzonder.’


De ommekeer was het kraken van een huis in de Tuinstraat 6 (een zijstraat van de Springweg, onderdeel van de karakteristieke Kameren van Veilo) in 1982. De gemeente, die de huisjes wilde slopen, ving dit signaal uiteindelijk op: 21 huisjes kregen een restauratiebeurt en mochten blijven; andere panden in de buurt werden eveneens opgeknapt..


Ook de herintrede van het buurtfeest, in 1981, zorgde ervoor dat de buurt een nieuwe impuls kreeg. Van Veluwen is lid van de Stichting Buurtfeest Springhaverbuurt en is er sinds het begin bij betrokken. ‘Het begon met een avondje bingo, vervolgens een avondje kraampjes op straat. Tijdens de opbouw ontstonden er spontaan activiteiten, zoals een hapjeswedstrijd of een cursus trommelen. Het werd goed geaccepteerd in de buurt’, zegt Van Veluwen.


Door het opknappen van de panden is de samenstelling van de wijk veranderd. Er wonen nu veel goed opgeleide en jonge mensen. Het buurtfeest is een evenement waar men elke twee jaar naar uit kijkt. ‘Je leert nieuwe mensen kennen, je kunt met je kraampje zomaar naast een onbekende staan’, vertelt Van Veluwen. Sinds de eeuwwisseling doen de ondernemers ook mee: ‘Zij zagen er wel heil in. Ze hebben wel een voorwaarde gesteld: de straat moest worden afgezet en de veiligheid moest worden gegarandeerd.’


Inmiddels is het buurtfeest, het grootste van Utrecht, uitgegroeid tot een tweedaagse evenement: een lampionoptocht op vrijdagavond en een markt op zaterdag. Het wordt traditiegetrouw afgesloten met het buurteten, waarbij er lange rijen tafels in het midden van de straat komen te staan. Lang kookten de bewoners zelf, dat weet Van Veluwen maar al te goed : ‘Ik heb jaren lang spinazie in een badkuip gekookt en er weer afgeschraapt. Maar sinds acht jaar regelen we een cateraar.’


De buurt is zodoende uitgegroeid tot een tolerant dorp, waar iedereen elkaar kent en met respect met elkaar omgaat. Van Veluwen: ‘Je groet elkaar op straat, je wordt geaccepteerd zoals je bent.’

Geschreven door Henk Oldenziel

Deel II Springweg: Straat vol religie en zorg

Sinds Hedwig Duindam in 2008 borstkanker overleefde heeft zij nog maar een derde van haar energie over. Genoeg voor de van huis uit juriste om verslingerd te raken aan de Utrechtse geschiedenis, waarover ze eindeloos kan vertellen.

Het is vanzelfsprekend dat Duindam (55) zelf in een historisch pand woont: het Andreasklooster op de Springweg, daar waar de Zusters van Liefde tussen 1845 tot aan 2001 woonden: ‘Het Aartsbisdom Utrecht heeft hier in 1873 het eerste katholieke ziekenhuis van boven de rivieren gesticht, na bijna drie eeuwen een ondergronds bestaan in schuilkerken’, vertelt ze. De Zusters van Liefde werd gevraagd de zieken te komen verplegen, omdat ze zich tijdens de cholera-epidemieën met gevaar voor eigen leven inzetten voor de patiënten.


Het “Andreasgesticht” was niet het enige ziekenhuis in de straat. ‘Alle huidige ziekenhuizen van Utrecht zijn op de Springweg begonnen of in de omgeving’, zegt Duindam. Het eerste Diakonessenhuis was tussen 1844 en 1847 in een huurhuis op de Springweg gevestigd. Het Andreasklooster is een voorloper van het St. Antonius ziekenhuis. En Het Militair Hospitaal uit 1811 werd in 1990 Grand Hotel Karel V. ‘In dit rijtje past eigenlijk ook het Johannes de Deo op de Mariaplaats (uit 1895, nu van het Conservatorium), dat later Ziekenhuis Overvecht werd. En natuurlijk het Academisch Ziekenhuis (AZU), dat aan de overkant van de Singel, in de Lange Jufferstraat, gevestigd was’.


De Springweg is ook een religieuze straat, zo ontdekte Hedwig in de loop der tijd. ‘Een Grieks-Orthodoxe kerk, een Stichting Zending en Opwekking en een orthodoxe synagoge. We missen alleen een moskee’. De Geertekerk, aan het einde van de Springweg, is in 1954 door de Remonstrantse Broederschap gekocht en gerestaureerd. Dat was hard nodig, de bomen groeiden in de kerk die haar dak verloren had.

     

Van het voormalige Andreasklooster is alleen de voorgevel bewaard gebleven. De Zusters van Liefde verlieten het in 2001. De resterende gemeenschappelijke ruimtes werden verbouwd tot nieuwe luxe appartementen. Duindam is een van de weinigen die hier sinds het aller begin (2002) woont. ‘De meeste bewoners blijven korter omdat het vooral starters zijn. Daardoor is er minder sociale cohesie dan in de Springweg zelf, dat een dorp op zich is’. Maar een vaste kern van enthousiastelingen doet veel voor het Andreas en de buurt. Op 27 juni doet het klooster voor de tweede keer mee aan de open tuinendag. ‘Vorig jaar kwamen er 653 mensen langs, dat aantal hopen we dit jaar ook weer te halen. We zijn volop op zoek naar vrijwilligers!’

Geschreven door Henk Oldenziel

Deel I Springweg: ‘Op mijn vijftiende stond ik al in de salon’

Bij De Bruijn is het knippen een ambachtelijke traditie. Al sinds 1848 is de familie aanwezig in de Binnenstad. Michael (33) is de zesde generatie. Hij is samen met zijn vader eigenaar.


Het begin van de Springweg kenmerkt zich door authentieke boetiekjes en winkeltjes. In dit rijtje past Kapsalon de Bruijn, oorspronkelijk een mannenkapper, maar nu voor dames en heren.


Het ambacht is er bij Michael met de paplepel ingegoten, maar hij heeft net zoals zijn beroepsgenoten de kappersschool gevolgd, maar dan wel met een streep voorsprong. ‘Ik draaide al vanaf mijn vijftiende mee in de salon: vegen, afrekenen, haar wassen. Op school leerden we eerst permanenten, wij vinden het belangrijk om meteen te kunnen knippen ’. Ook buiten werktijd wordt er wel eens over werk gesproken. ‘Als hij niet gewerkt heeft vraagt mijn vader ’s avonds altijd hoe het gegaan is die dag’.


De reputatie van De Bruijn reikt ver buiten de stadsgrenzen. ‘Mensen uit Engeland komen een paar keer per jaar naar Utrecht. Ze stellen hun knipbeurt altijd uit totdat ze weer hier zijn’, vertelt Michael met enige trots. Maar ook Utrechters zijn trouw, zoals mevrouw Alflen (een bekende familie in Utrecht) die hier al sinds 1986 komt. ’Ze is inmiddels tachtig en een bezoek aan onze salon is voor haar een uitje geworden. Ze zit er elke week’.


Michael woont boven de salon, al sinds zijn derde. Zijn werk- en woonruimte zijn slechts gescheiden door een wenteltrap. ‘Het is een leuke, sociale buurt, de bewoners hebben goed contact onderling. We lopen regelmatig bij elkaar binnen’, zegt Michael. De sociale cohesie is goed, ook onder ondernemers: ’We houden elkaar goed in de gaten. Er is een onderling belsysteem voor als iemand iets verdachts ziet’.


In 2023 bestaat de salon 175 jaar. Michael wil bij die gelegenheid graag het predikaat Hofleverancier krijgen. ‘We hebben genealogisch onderzoek moeten doen  om te bewijzen dat we echt al zo lang bestaan. En laten zien dat we geen juridische antecedenten hebben’.

Geschreven door Henk Oldenziel

 


<< terug naar overzicht