Utrechts straten

‘Een heterdaadje is het mooiste’

Hij vond zijn werk prachtig, maar toch denkt hij niet dat hij het zal missen. Peter de Klein (63) is na veertig dienstjaren, waarvan de laatste twintig als wijkagent van het Museumkwartier, op 1 november met pensioen gegaan.

Hij is nu huisman; zijn vrouw werkt nog. ‘Mooi hè, ik mag nu stofzuigen’, zegt hij lachend. Hij wil veel in de tuin werken en grote fietstochten maken. Bij Fort Honswijk in Tull en ’t Waal meldde hij zich als vrijwilliger. Hij is bestuurslid van de volkstuinvereniging. ‘M’n tijd komt wel vol.’ Maar hij denkt dat hij altijd toch een beetje politieman blijft. ‘Als ik iemand zie die ik niet ken, kijk ik altijd waar hij heen gaat. Dat gaat er nooit meer uit.’ Je ogen de kost geven, op de hoogte blijven van alles wat er in de wijk speelt, de hele dag proberen boeven te vangen … Hij deed niets liever dan inbrekers, zakkenrollers of fietsendieven betrappen. ‘Het allermooiste is natuurlijk een heterdaadje.’ Een goedlachse agent, sociaal, sportief, vriendelijk, maar onverbiddelijk als iemand flink de fout inging. Toch gebruikte hij al die jaren nooit zijn pepperspray, wapenstok of pistool.

 

In de ogen kijken
Vanuit Houten fietste hij elke morgen naar het Paardenveld. ‘Kou, regen of wind, dat maakte me allemaal niks uit.’ Op het hoofdbureau trok hij zijn uniform aan en keek of er post was. Vaak waren het terugbelberichten. ‘Maar ik ben niet zo’n beller. Het liefst ga ik bij de mensen langs. Ik wil ze graag even in de ogen kijken.’ Zo snel mogelijk nam hij op het Paardenveld zijn dienst-mountainbike en reed naar het Museumkwartier. ‘Ik probeerde zoveel mogelijk buiten te zijn.’ Hij werkte bijna altijd alleen. Dat beviel hem prima. ‘Want dan hoef je alleen jezelf in de gaten te houden.’

 

In de twintig jaar dat hij er rondfietste, zag hij de bevolking van het Museumkwartier nogal veranderen. Niet alleen steeds meer studenten, maar ook andere, rijkere bewoners in de huizen die woningbouwverenigingen verkochten, zoals in de Brandstraat en de Andreasstraat. Zelfs het buurtje De Zeven Steegjes wordt anders. ‘Leegkomende huizen worden zo duur verhuurd dat mensen met een kleine portemonnee er niet meer aan te pas komen. Het liefst heb ik dat iedereen in de Binnenstad kan wonen.’

© Sjaak Ramakers© Sjaak Ramakers


Huiselijke twisten

In het Museumkwartier kreeg hij te maken met zowel heel rijke mensen als met daklozen en psychiatrische patiënten. Wanneer had hij bemoeienis met de rijken? ‘Ook daar loopt het weleens uit de hand. Huiselijke twisten komen overal voor. En er wordt natuurlijk wel eens ingebroken’.

 

Voor de rijken heeft hij trouwens wel waardering. ‘Al het geld dat ze steken in het opknappen of in stand houden van hun huizen…’ Het werk van de wijkagent is in de loop van de jaren moeilijker geworden. ‘Je moet met minder mensen hetzelfde doen, waardoor je vaker ‘nee’ moet verkopen. Steeds zorgvuldiger moet je kijken of er politie-inzet nodig is.’

 

De Klein hoeft zich er geen zorgen meer over te maken. Hij is een vrij man. Per 1 december volgt Jolien Schurink hem op. •


Geschreven door Dick Franssen.
Uit de Binnenstadskrant nummer 5, 2018.


<< terug naar overzicht