Zonneburg krijgt prachtmuur

Door de droogte en de brandende zon van de afgelopen zomer verdorde het gras langs de singel en legden rododendronstruiken het af. Maar de planten op de hoge muur van het bolwerk Zonnenburg stonden er onveranderd fris en groen bij. Aan vocht kennelijk geen gebrek. Een mooi gezicht, maar ook een teken aan de wand: de muur heeft een slechte conditie en moet worden vernieuwd. Het is het zorgenkindje van eigenaar K.F. Hein Fonds Monumenten.


Overal tussen de bakstenen van de indrukwekkend hoge bastionmuur groeien planten, ook bijzondere. Heel veel muurleeuwenbekjes met hun piepkleine bloempjes, gele helmbloem, franjekelk, en wel duizend exemplaren donderkruid. Hier en daar steken grote varens uit de muur en in de bocht, net boven de gevelsteen met de gouden zon, prijken een paar enorme plukken van de zeldzame geitenbaard, hun bloempluimen – die op lange geitensikken lijken inmiddels uitgebloeid en bruin.

 

schermGijsbert van Hoogevest en Hugo van Milt © Peter Selie
Gijsbert van Hoogevest en Hugo van Milt © Peter Selie

 



‘Kijk,’ zegt architect Gijsbert van Hoogevest, ‘de planten groeien in de kalkmortel van de voegen tussen de bakstenen. Ze eten om zo te zeggen de mortel weg. Stenen gaan loszitten. De muur is trouwens niet de oorspronkelijke muur van het bolwerk. Die metersdikke, eeuwenoude muur zit erachter. Wat je ziet is een muur die daar in de negentiende eeuw als een schil tegenaan is gezet en die toen waarschijnlijk niet overal goed aan de oude muur is vastgemaakt (‘verankerd’). Als je goed kijkt, kun je zien dat de muur hier en daar zo’n twintig tot dertig centimeter uitbuikt. Daar is hij losgeraakt van de oude muur erachter en dat kan gevaarlijk worden.’ Van Hoogevest is bestuurslid van het K.F. Hein Fonds Monumenten dat sinds achttien jaar eigenaar is van het hele zestiende-eeuwse bolwerk Zonnenburg, een rijksmonument, en ook van de sterrenwacht die er in de negentiende eeuw bovenop werd gebouwd.


Boor liep vast
Het restauratiebedrijf Van Milt onderzocht hoe de muur in elkaar zit. Hugo van Milt: ‘We boorden in de muur, maar we kwamen niet diep. Achter de schil van bakstenen zijn de stenen van de oude muur verweekt tot een soort kleiklont waar de boor in vastliep. De muur is drijfnat.’
De regenpijpen van de sterrenwacht kwamen gewoon op de grond uit. Het hemelwater sijpelde rechtstreeks in de bodem achter de muur. De maatregel die verleden jaar daarom als eerste al is genomen is een goede afvoer van al het regenwater naar de singel en het riool.
De negentiende-eeuwse buitenste muur is vroeger al een keer of wat opgeknapt. Dat is bijvoorbeeld te zien aan de stukken van de muur zonder plantengroei. Daar is de oorspronkelijke zachte kalkmortel van de voegen in het verleden vervangen door harde cement waar plantenwortels niet in kunnen doordringen. De harde cementvoeg drukt echter bij vorst de zachtere bakstenen kapot. En doordat het vocht door de harde voeg er niet uit kan, zijn juist in dit gedeelte de uitbuikingen ontstaan, waar de muur los is gekomen van de originele bastionmuur. Nu moet die hele buitenste muur worden vernieuwd. Van Hoogevest: ‘Dat gaan we heel zorgvuldig doen. Het is ingewikkeld en moet goed gebeuren. We moeten rekening houden met én de historische waarde van het bolwerk én de botanische waarde van de muurplanten. En de nieuwe muur moet er weer tientallen jaren tegen kunnen en veilig zijn.’


Glasfiberstaafjes
Er zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van de oude bakstenen, die worden afgebikt. Nieuwe bijpassende bakstenen worden op bestelling in een gespecialiseerde steenbakkerij gebakken. Verder zal de muur helemaal met kalkmortel worden gevoegd. Delen van de muurplantbegroeiing worden gespaard of herplaatst in de nieuwe muur, maar het wordt geen verticale tuin. De uitbuiking van de muur wordt uiteraard hersteld. Voor het vastzetten van de vernieuwde muur aan de oude muur erachter denkt restauratiespecialist Van Milt aan verankering met glasfiberstaafjes.


De kosten van de restauratie worden geschat op anderhalf tot tweehonderdduizend euro. Het K.F. Hein Fonds Monumenten draagt zelf een deel van de kosten en hoopt op subsidies van provincie en gemeente. In het voorjaar van 2019 wordt met het werk gestart. In 2020 houdt het Centraal Museum een tentoonstelling over de stadsmuren en dan moet de bolwerkmuur er weer mooi bij staan. Om te beginnen komen er nog voor de komende winter netten over de muur tegen vallende stenen. •

 

Geschreven door Marijke Brunt.
Uit de Binnenstadskrant nummer 4, 2018.


<< terug naar overzicht