Waltoren zichtbaar in plaveisel Catharijnesingel

In september moet de Catharijnesingel weer bevaarbaar zijn. Dat is een goede gelegenheid om te kijken hoe de singel er vroeger uit zag. Het was immers niet alleen een waterpartij, maar de singel was onderdeel van walmuren, poorten en bolwerken. Gezamenlijk maakte dat de stad verdedigbaar in tijden van oorlog.

 

De stadsmuur omgaf de gehele binnenstad; rond 1550 werden in opdracht van Karel V op een aantal hoeken vijf stenen bolwerken  aangelegd en omstreeks 1580 heeft Willem van Oranje geregeld dat er nog vijf aarden bolwerken aan werden toegevoegd. 

 

plaatje 1 uitsnede Blaeu
Het verdedigbare Utrecht door de bekende kaartenmaker
Joan Blaeu in 1649 weergegeven (uitsnede)

 

Op de kaart is het gedeelte omrand waar het water weer terugkomt, waarmee het project ‘Utrecht weer omsingeld’ wordt afgerond. Het donkerder gedeelte ligt onder Hoog Catharijne en correspondeert met de zuidwestelijke hoektoren van kasteel Vredenburg dat in 1580 werd afgebroken. De onderbouw van de westelijke torens werd in de stadsmuur opgenomen.

Wat op de kaart niet te zien is: tussen de tweede en derde waltoren zat een poortje in de stadswal. Men kon vanuit de Maria-immuniteit zo buiten de stad komen. Dat poortje heette het Mariawaterpoortje. Er waren meer van dergelijke poortjes in de stadswal: het Begijnewaterpoortje in het noorden en het Maliepoortje in het oosten. De buitensingel en het buitengebied werden hiermee bereikbaar voor burgers van de stad. Ongeveer op de plek van het Mariawaterpoortje ligt inmiddels de Marga Klompébrug.

Wolhandelaren
Naast die brug heeft de gemeente de plaats van de derde waltoren in het plaveisel van de straat Willemsplantsoen aangegeven. Waarschijnlijk heette die toren de Grote Wantsnijderstoren, naar het wolhandelarengilde dat de toren diende te onderhouden en te bewaken.


Van de vierde t/m de achtste waltoren, het gedeelte tot aan de Smeetoren, zijn waarschijnlijk nog fundamenten in de grond onder het plantsoen te vinden. In het wegdek van de Lange Smeestraat zijn de contouren van de Smeetoren aangegeven.

Van de stadsmuren of walmuren is nu weinig meer te zien. Bij de Catharijnesingel bestond de muur uit een aarden wal, aan de kant van de singel met steunberen en waltorens verstevigd. Tussen de muur en het water lag een brede strook grond, soms begroeid, soms met huizen bebouwd.

Dat bolwerk werd niet meer voor verdediging gebruikt en er stond onder meer een plateelfabriek. Doordat de handel de Catharijnesingel meer ging gebruiken als een gemakkelijker doorvaart naar de Vaartse Rijn dan de Oude Gracht, werd de singel in 1664 recht doorgetrokken en het Mariabolwerk werd vergraven en is inmiddels geheel verdwenen. Op die plek staat nu een hoofdkantoor van de Spoorwegen, bekend als de Inktpot.

 

Plaatje 2 Saftleven 36319

 

Op een tekening van Herman Saftleven omstreeks 1660 kijken we vanaf de muur naar de singel, en we zien dan nog het Mariabolwerk vanuit het noorden. Met enige moeite kan je zien dat de singel voorbij het bolwerk weer doorloopt.

In het midden een overhaalpontje, dat een geregelde veerdienst lijkt te betekenen want de eerstvolgende passagier zit al op een bankje te wachten. Het pontje moet aan de stadskant wel aansluiten op het Mariawaterpoortje want daarmee kan je direct de stad in.

De hoge waltoren helemaal links op de tekening moet wel de waltoren zijn die nu in het plaveisel is gemarkeerd; hij ligt juist voorbij het aanlandingspunt van het pontje. De lage waltoren vooraan in beeld is dan de Kleine Wantsnijderstoren.

Er is nog lang een pontje geweest, want in 1737 tekende Jan de Beijer het vanaf de overzijde. De waltorens zijn dan al verdwenen, maar de muur is in stand gebleven.

 

 

plaatje 3 de Beijer 36307
Het Marie Water Poortje door Jan de Beijer uit 1737

 

 plaatje 4 Plan Feuchtinger
Ontwerp uit 1958 van Prof. Feuchlinger voor het verkeer in de binnenstad 

 

Burgemeester Hubert M.A.J. van Asch van Wijck ontwikkelde rond 1830 plannen voor een grootschalige stedenbouwkundige transformatie van de stad waarbij aan Jan David Zocher opdracht werd gegeven de in die tijd nogal rommelige stadsrand te ontwikkelen, aan de oost- en zuidzijde in de vorm van een ruim park waarin de bolwerken werden opgenomen, en aan de westzijde een smallere strook park en industriële ontwikkeling. Dat laatste, aansluitend op de doorvaartfunctie van de Keulse Vaart (nu Catharijnesingel) is niet van de grond gekomen.


Allure en autowegen
Zocher kreeg een ruime vrijheid van handelen want hij bemoeide zich niet alleen met vormgeving en inrichting van het park, in Engelse landschapsstijl, maar ook met de allure van de huizen die vanaf de singel in het zicht kwamen. Verschillende panden uit die tijd vertonen zijn stijl.


Het heeft nog een eeuw geduurd voordat een nieuw initiatief ontstond. In 1958 zocht het gemeentebestuur een oplossing voor de slechte bereikbaarheid per auto van de binnenstad. Hiertoe presenteerde men het plan van de toen populaire Duitse verkeerskundige Max Erich Feuchtinger, waarin de singel zou worden gedempt voor een rondweg met grote verkeerspleinen. De binnenstad zou daarmee doorsneden worden met brede autowegen. Dit plan leverde veel weerstand op. Uiteindelijk is het vervangen door een afgezwakte versie waarbij de doorgaande autowegen vervielen en de demping beperkt bleef tot de noordwesthoek waarin Hoog Catharijne kon worden gerealiseerd.
Belangrijk daarbij was de rol van Marga Klompé, minister van OCW, die toestemming voor de demping weigerde en het grootste deel van het gebied tot beschermd monument verklaarde.


Het Paard
Het gedempte gedeelte beviel veel burgers niet en in 1991 werd de werkgroep ‘Utrecht weer omsingeld’ opgericht. Deze slaagde erin, draagvlak te vinden en in eerste instantie te bevorderen dat de Weerdsingel weer open gegraven werd. In 1996 stond de gemeenteraad achter dit plan. Daarbij kwam een waltoren gelegen in het water aan het licht:  toren Het Paard, vroeger bekend als de Brouwerstoren aan de Nieuwekade, ter hoogte van de Kroonstraat.
Vervolgens werkte de groep aan het realiseren van de gehele voortzetting en in 1997 was de raad het met de doelstelling van de werkgroep eens. Daarna is in drie fasen, van 2001 tot 2020, de singel rond de binnenstad weer hersteld. Iets ten noorden van de Catharijneknoop, bij de Lange Koestraat, kan de oplettende beschouwer nog een klein deel van een waltoren, de Pulvertoren, aan de rand van het singelwater zien liggen.


Met het herstel van het singelwater en met de beschikbaar gekomen detaillering is weer een deel van de rijke Utrechtse geschiedenis in het zicht gekomen.•

 

Geschreven door Theo Haffmans
Uit de Binnenstadskrant  nr. 2,  2020


 

 


<< terug naar overzicht