Dé Utrechtse student is...

Dé Utrechtse student is vrouw uit middenklasse.

De typische Utrechtse student van vandaag is een heel ander type dan van kort na de Tweede Wereldoorlog. In 1947 was hij meestal een man, vaak uit een hoog sociaal milieu. Grote kans dat hij geneeskunde studeerde, 140 tot 190 gulden (60 tot 80 euro) per week voor zijn kamer betaalde en geen bijbaantjes had. Nu is de typische Utrechtse student een vrouw uit de brede middenklasse, studeert ze aan de faculteit sociale wetenschappen en vult ze haar studiefinanciering aan met een bijbaantje. Voor haar kamer betaalt ze 352 euro per maand.


Aldus Wouter Marchand, een van de auteurs van de ‘De Utrechtse student, 1945 tot nu, een zojuist verschenen boek van 364 bladzijden, vol wetenswaardigheden, anekdotes, waarnemingen, foto’s en grafieken. Het biedt zelfs meer dan de titel belooft. Het beginpunt is niet 1945, maar 1636, twee jaar na de oprichting van de zogenaamde Illustere school, waarbij de stad een bibliotheek beschikbaar stelde in het koor van de Janskerk met boeken van in beslagnames bij rijke Roomse kloosters en kapittels.


In het ‘Woord vooraf’ wordt gemeld dat er in Utrecht 67.000 studenten telt, maar het boek gaat vrijwel uitsluitend over studenten aan de universiteit (UU). Dat zijn er dertigduizend, onder wie achttienduizend vrouwen. In 1986 was het voor het eerst dat zich meer vrouwen in dan mannen inschreven. Utrecht liep daarbij voor op de andere universiteiten. Vrouwen presteren op de UU beter dan mannen.


Schermschool
De onderwerpen die de acht auteurs behandelen variëren van kamerbewoning, studie, studentenpopulatie, bijbanen, studiefinanciering en verenigingsleven tot politiek engagement en bijbanen, zoals die van een zevende jaars student rechten, die in 1992 honderd gulden per uur verdiende met het inspreken van erotische verhaaltjes voor een 06-lijn. Veel studenten deden in die tijd mee aan proefpersonenonderzoek. Auteur Leen Dorsman signaleert een opvallend verschil in de plaats waar studenten studeren. Vroeger gebeurde dat in de eenzaamheid van de huurkamer, nu massaal in de bibliotheken en andere gebouwen van de Universiteit. ‘De Universiteitsbibliotheek wordt ook gezien als plaats waar je gaat chillen en ongebreideld kan flirten’.


Utrecht probeerde al sinds de 17de eeuw studenten te binden, met belastingverlaging op bier en wijn en privileges zoals een golfbaan op de Maliebaan en een schermschool in de Zuilenstraat. Tot 1950 waren de universiteit en het studentenleven bijna volledig in de Binnenstad geconcentreerd. In 1960 kwamen de eerste collegezalen in de Uithof. Eindeloos college lopen Sommige foto’s in het boek zijn prachtig. Een studentenkamer uit 1928 is uitgerust met gecapitonneerde sofa’s en een monumentaal eikenhouten bureau. De huurder moest wel de hond uitlaten en bezoek van de andere sekse was verboden.


Een continu veranderend tijdsbeeld wordt uitgebreid beschreven. Het is niet ongewoon als een hoogleraar tegenwoordig te horen krijgt: ‘Maar dan kan ik geen tentamen doen, want ik moet werken’. Leen Dorsman, hoogleraar universiteitsgeschiedenis, haalt een quote aan uit een interviewbundel uit 1966: ‘Er was het hele jaar niet zoveel te doen, behalve eindeloos veel colleges te lopen. Dat trok mij niet…’


Bewoners leverden wel altijd commentaar op studenten. Dat illustreert het volksrijmpje uit de 17de eeuw; ‘Wij Utrechtse studenten, wij leven al zoo vrij. Wij leven op onze renten, wij zijn van zorgen vrij’. In de 18de eeuw werden er gedragsregels voor studenten opgehangen op het stadhuis, een maatregel tegen nachtelijk gebral.


Korpshuizen
Studentenhuisvesting werd in de afgelopen 70 jaar een steeds belangrijker issue. De SSH (oprichting 1956) kocht en huurde eerst bestaande panden, zoals Lange Nieuwstraat 103 en Nieuwegracht 151 en 189. Pas later werd er grootschalig geïnvesteerd in nieuwe studentenwoningen buiten het centrum en kwam er tijdelijk beheer van saneringspanden. Toch is het tot op de dag van vandaag niet gelukt om de vraag naar huisvesting bij te houden.

Utrechtse studenten Joep en Bono © Saar RypkemaUtrechtse studenten Joep en Bono © Saar Rypkema


Het USC, het Utrechts Studenten Corps, bezit zeventig korpshuizen. Louche huisjesmelkers, maar ook degelijke hospita’s hebben decennia verdiend aan studenten. Rond 1990 kochten veel ouders voor hun kind een huis in een goedkopere wijk. Het boek laat zien hoe studenten, de Binnenstad en de Utrechtse economie onlosmakelijk verbonden zijn.


Uitgave DdM Works Amsterdam ISBN 978 90 8247 4015 €38,90 •

Geschreven door Elaine Vis.
Uit de Binnenstadskrant nummer 3, 2018.


<< terug naar overzicht