Torens ten oosten van het spoor

Eeuwenlang bepaalden kerktorens het silhouet van Utrecht. Zij wezen naar de hemel, maar waren ook uitkijkposten om tijdig de vijand en brand te spotten en hun klokken attendeerden de burgers op belangrijke gebeurtenissen. Nog steeds zijn kerktorens hoogtepunten in de historische Binnenstad, maar ze zijn niet de enige hoge gebouwen in dit deel van de stad.

 

Op de ereplaats staat natuurlijk de Domtoren (14), de hoogste kerktoren van Nederland (112 meter) die al sinds 1382 met zijn stenen schoonheid van veraf zichtbaar boven de stad te pronk staat. Dat moet zo blijven, vindt ook de gemeente. Sinds 2005 geldt daarom voor nieuwbouw in de wijde omgeving een maximale hoogte van 90 meter en daar moeten ook de kantoortorens in het Stationsgebied zich aan houden – behalve de Rabobank.

 

 

schermtorenkaart
@Anton van Tetering

 

 

Andere hoge kerktorens zijn allemaal ook middeleeuws, zoals de toren van de Jacobikerk (12) met zijn slanke naaldspits.

 

De stompe dikke toren van de Buurkerk (15), met bovenop alleen een koepeltje, heeft twee grote kogels in zijn zijmuur, als herinnering aan de beschieting in 1577 door de Spaanse vijand in kasteel Vredenburg. (De Utrechtse schutterij had in de Buurkerktoren een kanon geïnstalleerd, net als in de Jacobitoren trouwens, om de Spanjaarden te verjagen. En dat lukte.)

 

De ene romaanse toren van de Klaaskerk (21) heeft een onopvallend dak. De andere toren werd in de renaissance opgebouwd en bekroond met een elegant koepeltje voor het carillon.

 

En dan is er nog de toren van de Sint-Catharinakathedraal (20), naast de westgevel van de kerk. Omstreeks 1900 werd de kerk naar het westen verlengd; de huidige westgevel is een kopie van de oorspronkelijke gevel. Het parochiebestuur wil van de kerk af, maar er is oppositie en kardinaal Eijk heeft nog geen beslissing genomen.

 

De eerste wereldse concurrent van de kerktorens was de Watertoren (11), die er vanaf 1896 voor zorgde dat drinkwater onder voldoende druk uit de kranen kon lopen.

 

In 1921 kwam er een opvallende toren bij, of eigenlijk een gebouw met een toren: het derde Hoofdgebouw van de Nederlandse Spoorwegen (HGB III), ofwel de Inktpot (18). Het is een donker bakstenen gevaarte in een bijpassend park. Voor de bouw werden 22 miljoen bakstenen en 21 kilometer spoorrails gebruikt. Tegenwoordig zit hier ProRail en al heel lang verblijven duizenden kleine vleermuizen in kieren tussen de bakstenen. De Neudeflat (13) heeft sinds de bouw in 1961 uitgesproken tegenstanders. De flat in nieuw-zakelijke strakke bouwstijl steekt hoog uit boven de historische bebouwing: een vreemde eend in de bijt. (Zie bladzijde 7.) Tegen het station aan verrees in 1974 een nieuw NS-kantoor, de Katreinetoren (16). Het was een typische betonnen toren met allemaal ‘balkons’, althans, zo zag het er uit. In 1997 werd de toren gerenoveerd en voorzien van een non-descripte glazen gevel.

 

Vlak bij de Katreinetoren liet de NS in 1990 alweer een kantoor bouwen, NS Hoofdgebouw IV (17), ook met een glazen gevel.

 

De jongste toren aan de stadskant van het spoor is de Klundertoren (19), een rijkskantorengebouw uit 1999, genoemd naar architectenbureau Klunder. Minder bekend, maar wel herkenbaar door de reusachtige neonletters IK bovenop. De letters zijn een kunstwerk van Jan van Munster; hij voelt hierin de energie van het individu.

 

Geschreven door Marijke Brunt
Uit de Binnenstadskrant nummer 5, 2018

 

 


<< terug naar overzicht