Stinkend rijke zeurpieten

Geschreven door Dick Franssen / 13 februari 2019

Sneue zeurkousen, dat  zijn de vijftienhonderd ondertekenaars van de visie van de actiegroep Binnenstad 030. De columnisten van AD/UN Wouter de Heus en Ingmar Heytze zijn het met elkaar eens: de klagers kunnen twee dingen doen, namelijk zich neerleggen bij de ontwikkelingen die volgens de twee schrijvers nu eenmaal horen bij de groei van de stad of vertrekken naar rustiger plaatsen zoals Zutphen of Deventer.


De Heus woonde ooit in Hoogh Boulandt en verhuisde naar Leidsche Rijn toen de eerste nieuwbouw daar verscheen. Heytze zou, zo schreef hij meermalen, graag in de Binnenstad  wonen, maar kan daar geen huis vinden dat hij kan betalen.


Op zijn website noemt Wouter de Heus zich Vinexpionier,  journalist, reclamemaker, onzindoorprikker en vooral keramist is. Elke week heeft hij een column in het AD/UN. Hij presenteert zich daarin als een man vol bravoure.


Van Heytze zie je overal in Utrecht dichtregels: in TivoliVredenburg, op de gevel van de Doopsgezinde kerk op de Oudegracht, boven de receptie van huisartsenpraktijk Binnenstad. Een veelgevraagd man, die ook een gedicht leverde voor een uitgave van de ontwikkelaars van het Stationsgebied.

 

schermhoreacakaderBewoners Binnenstad bespreken de horecavisie (foto: P. de Jong)


De mensen die Heytze en De Heus  sneue zeurkousen noemen vinden dat het in sommige opzichten in de oude  Binnenstad de verkeerde kant opgaat: te veel horeca, met al het bevoorradingsverkeer dat daarbij hoort, te veel splitsingen van woonhuizen in appartementen, te veel kamerverhuur, short stay en airb&b. Van alle soorten bedrijvigheid die er vroeger was blijven er nog maar twee - zeer conjunctuurgevoelige -sectoren over: horeca en retail (winkels).


De Heus schrijft in zijn column dat je wist dat het zou komen: de opstand van de Utrechtse grachtengordel. ‘Het past helaas in een trend die al jaren voelbaar is: het mensenras kan steeds minder hebben. En dan vooral dat deel van de mensheid dat het veel en veel te goed heeft’.


Wat valt er eigenlijk te klagen? De Heus:  ‘De halve wijk is al afgepaald voor autoverkeer, alle prostitutie is verdreven, dozijnen heroïneverslaafden zijn verplaatst naar de buitenwijken.’ Nog verder terug in de tijd waren de werven afgeladen met timmerlieden, smeden en andere lawaaiberoepen. Je had leerlooiers en tingieters in de stegen, roet van houtskoolbranders.


Allemaal verdwenen, dus waarover maak je je in hemelsnaam druk?


Ingmar Heytze heeft het ook over de jaren van weleer. Hij schrijft dat de klagers terugverlangen naar de tijd toen het in de Binnenstad nog altijd zondag was. ‘Nu het anders wordt -  meer naar buiten gericht, toeristischer, ondernemender - schieten de meer behoudende krachten in de protestmodus. Maar het Utrecht van vroeger bestaat niet meer, en komt ook nooit meer terug.’

Zouden de beweringen van Ingmar Heytze waar zijn, en heeft Wouter de Heus gelijk dat er eigenlijk niets te klagen valt? Wonen de meeste ondertekenaars al zo lang in de Binnenstad dat ze zich de tijd nog herinneren dat het er altijd doodstil was? (Als die tijd er nooit geweest is?). En willen ze daarnaar  terug? Zijn al die ondertekenaars stinkend rijk?


Opvallend is dat De Heus en Heytze niet onderkennen dat de klagers toch wel een punt hebben: het gebruik van de Binnenstad verandert de laatste tien jaar razendsnel, zonder behoorlijke regie.  Willen we dat, een Binnenstad waarin ‘de markt’ de dienst uitmaakt? Waar de ene na de andere sociale huurwoning verdwijnt, waar straks geen gezin meer woont, waar je alle overlast voor lief moet nemen, waar je niet weet wie er naast je woont?

 

____________________________________


Ingmar Heytze

EXODUS


Als het om Utrecht gaat, ben ik het zelden eens met mensen van buiten. Maar zelfs een verstopte binnenstedeling als ik moet toegeven dat Wouter de Heus uit Leidsche Rijn gelijk heeft met zijn column van gisteren: de petitie van 1500 klagende Utrechters die voor het leeuwendeel in het 3512-postcodegebied wonen, is moeilijk serieus te nemen.


Voordat ik straks ruzie krijg bij de bakker, zal ik dat even uitleggen. Het is namelijk niet zo dat ze ongelijk hebben. Utrecht verandert, wordt drukker, meer naar buiten gericht, toeristischer, ondernemender. En dat werkt vervreemdend voor mensen die de binnenstad kennen zoals ik: rustig, stil, eeuwig zondag, met Hoog Catharijne als vergaarbak voor alle commercie en wansmaak die zodoende nergens anders een poot aan de grond kreeg. Het Utrecht waar één uur ’s nachts al een ruige sluitingstijd was en een studentenfeestje een schandaal. 


Natuurlijk, als je het wílde zien waren er ook een paar enge kroegen, drie bordelen, een straatje met rood verlichte ramen, een beetje drugshandel, wat witwasserij – maar niets wat de algemene, licht statige kalmte werkelijk verstoorde. Alsof de Dom de opgestoken wijsvinger was die God zelf op een mond ter grootte van de binnenstad had gelegd: ssst, de kloostermoppen slapen! Als je al een toerist tegenkwam in de binnenstad, was die verbijsterd dat niet meer mensen van de schoonheid van onze stad op de hoogte waren. 


Nu het anders wordt schieten de meer behoudende krachten in de protestmodus. De vraag is niet wie er gelijk heeft, maar wat voor Utrecht we willen. Het Utrecht dat nog stamt uit de tijd dat iedereen in stralende nieuwe buitenwijken ging wonen en de binnenstad aan de artistiekelingen, krakers en zonderlingen overliet, en dat er nu niet maar niet aan kan wennen dat ons laat-Romeinse servet met asfalt, staal en beton aan het Randstedelijke tafellaken wordt geweven? Dat Utrecht bestaat niet meer, en het komt ook nooit meer terug. 


Wie iets terug wil dat al verdwenen is, gaat het pleit niet winnen. De ondertekenaars zeggen meer over zichzelf dan over de stad. Als ik het einde van Wouters stukje mag citeren: ‘De Utrechtse binnenstad trekt al sinds de middeleeuwen een grote massa van buiten aan. En ben je dat ontgroeid – zoals ik ooit – dan is het hoog tijd je geluk elders te beproeven.’


Dat is bot, en de Utrechter in mij wilde dat het anders was, maar het is wel waar. Amersfoort, Deventer, Zutphen en andere prachtige steden liggen klaar voor de exodus van Utrechtse stedelingen, met het verschil in huizenprijzen als springplank. Wat houdt ons hier? 

_________________________________


<< terug naar overzicht