Overeind blijven

Is de Binnenstad voorbereid op het opvangen van zware windstoten? Bestaat er iets als een preventieplan of een risicoanalyse? Bellend naar diverse kennisinstellingen (KNMI,TNO) en andere instanties (gemeente, Noodweercentrale, Veiligheidsregio Utrecht) komen wij tot de conclusie dat er weinig bekend is over de specifieke risico’s die een stad als Utrecht loopt als het op wind en storm aankomt – laat staan ten aanzien van specifiek kwetsbare plekken in de Binnenstad. De gemeente Utrecht laat ons weten dat er niet zoiets bestaat als een overzichtskaart met mogelijke effecten van windbelasting.


Preventiemaatregelen en stormwaarschuwingen richten zich meer op regio’s, ze zijn veel algemener. Het KNMI doet wel onderzoek naar een ander weerkundig verschijnsel op kleine schaal: de in de bebouwde omgeving soms grote temperatuurverschillen die ontstaan als gevolg van warmteopeenhoping en uitstraling op straten met veel asfalt, steen en beton. De zogenaamde hitteeilanden.


Wind speelt een serieuze rol bij het ontwerp van (hoge) gebouwen. De grote ingenieursbureaus hebben kennis van bouwfysica in huis waarmee het windrisico rond gebouwen wordt berekend, teneinde stormschade te voorkomen. Berucht zijn valwinden vanaf hoge gevels en trechterwinden tussen twee hoge gebouwen door. De Fietsersbond heeft de vraag ‘waar werd u van uw fiets geblazen?’ bij zijn lezers neergelegd. Dat bleek regelmatig voor te komen, op weg naar het werk in omgevingen met hoge kantoren.


Windtunnel

Nederland hanteert – als enige land ter wereld een norm voor windhinder: de NEN 8100 (Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving). De drempelwaarde voor windhinder is vijf meter per seconde. Gevaarlijk wordt het bij vijftien meter per seconde. Voor gebouwen hoger dan dertig meter moet altijd een onderzoek naar windhinder worden gedaan, aldus het hoofd windonderzoek van het gespecialiseerde bureau Peutz. Ze hebben daar zelfs een windtunnel voor gebouwd, waarin ooit ook een maquette van de Utrechtse Rabotoren werd geplaatst.


In Leidsche Rijn wordt in 2023 MARK opgeleverd, een gebouw met een hoogte van 140 meter. Bij het ontwerp wordt rekening gehouden met het breken van valwinden op het maaiveld middels groenvoorzieningen en luifels. En bij de meer dan duizend te realiseren appartementen worden alleen op de laagste verdiepingen balkons geplaatst.


Boogecho

Utrecht heeft overigens een rijke geschiedenis als het gaat om rampwinden. De bekendste is natuurlijk de tornado van 1674, waarbij het middenschip van de Dom instortte. Historisch meteorologisch onderzoek van het KNMI heeft uitgewezen dat het in 1674 trouwens niet om een tornado, maar om een zogenaamde boogecho ging. Dat is een zeldzaam verschijnsel waarbij een heftig boogachtig front in heel korte tijd veel schade weet te veroorzaken. In 1836 heeft een andere zware storm nog eens het bovenste deel van de Domtoren de kop gekost.


Via het KNMI heeft Utrecht ook een wetenschappelijke band met zwaar weer. De Utrechtse hoogleraar Buys Ballot was een van de oprichters van dit instituut. Hij verrichtte baanbrekend onderzoek naar het verband tussen drukverschillen en luchtstroming (de wet van Buys Ballot) en gebruikte de Domtoren voor een ander onderzoek naar regenval op verschillende hoogten.


Effecten
Met de snelle toename van het aantal hoge gebouwen aan de Jaarbeurskant (veel boven de 70 meter hoog, met de Rabotoren van 105 meter als hoogste) verdienen de effecten van zware windstoten meer aandacht. Zeker als we daar de kans op extreem weer door de klimaatverandering bij optellen. Het blad Bouwwereld is van mening dat beleidsmakers en architecten nog veel te weinig rekening houden met de gevaren en het ongemak van hevige wind rond (hoge) gebouwen. De Utrechter wil niet van zijn fiets worden geblazen. •


Geschreven door Charles Crombach en Erik van Wijk.
Uit de Binnenstadskrant, editie 5 - 2019.


<< terug naar overzicht