Openbare ruimte ongelijk speelveld

De openbare ruimte in de (Binnen)stad is van en voor iedereen. Of anders gezegd; in principe is de openbare ruimte voor iedereen toegankelijk en het gebruik van deze ruimte wordt alleen via democratische procedures ingevuld en beperkt.


De gemeente Utrecht worstelt met het bovengenoemde principe. Zo is bijvoorbeeld de hoofdroute voor voetgangers van het Vredenburgplein naar het Centraal Station -een toch niet onbelangrijk gedeelte van het Utrechtse verkeersnetwerk- niet openbaar gebleken. Klépierre, de eigenaar van Hoog Catharijne (HC), bepaalde onlangs dat er na 10 uur ’s avonds geen gebruik meer kon worden gemaakt van de route door HC. De gemeente leek overvallen door dit besluit en inderhaast opgestelde borden wijzen de reiziger naar het station nu een weg naar buiten de winkelpassage om. De gemeente bleek niet bij machte deze beslissing aan te passen. Ook het Leger des Heils moest onlangs ervaren dat de passage in HC geen openbare ruimte is: de kerstcollecte moet met ingang van 2018 elders gehouden worden.


Ook aan een andere private partij heeft de gemeente haar controle over de openbare ruimte gedeeltelijk uit handen gegeven. In 2016 werden er door de gemeente Utrecht en het Centrum Management Utrecht (CMU) een convenant getekend waarin bepaald werd dat voor een periode van 5 jaar de inrichting en het beheer van de openbare ruimte in het centrum gedeeltelijk gedelegeerd werd naar CMU.

 


Jacques Blommendaal  (foto: Ondernemersfonds Utrecht)

 

 

Het CMU
Voortgekomen uit winkeliersverenigingen kreeg het CMU in 2012 haar juridische vorm. Een van de belangrijke initiatiefnemers was de huidige voorzitter van het stichtingsbestuur, Jacques Blommendaal. Naar eigen zeggen zet het CMU zich in voor een “ondernemend en vitaal centrum dat economisch optimaal functioneert en waar het prettig is om te zijn. Wij ondersteunen ondernemersverenigingen, doen aan promotie en marketing, zorgen voor feestverlichting en hanging baskets en nemen initiatieven die leiden tot verbetering van de openbare ruimte en de bereikbaarheid.” Het CMU werkt nauw samen met andere organisaties, o.a. met Utrecht Marketing (promotie toerisme), de Vereniging van eigenaren van Commercieel Onroerend Utrecht Centrum (opgericht op initiatief van CMU), en de Stichting Ondernemersfonds Utrecht (wil de economische vitaliteit van de stad bevorderen, en beheert daartoe de belastinggelden opgebracht uit een opslag op de ozb niet-woningen).

Het CMU wordt voor het grootste gedeelte gesubsidieerd door de belastingpenningen uit het Ondernemersfonds Utrecht. De begroting van het CMU bedroeg in 2017 € 882.500.

 

Bewoners
Het bovenstaande overziend kun je niet anders dan concluderen dat de economische ontwikkeling van de Binnenstad absolute prioriteit heeft in het beleid van de gemeente Utrecht. Op zich goed voor te stellen maar de stem van de bewoners van de Binnenstad en de leefbaarheid binnen het kleine gebied staan met zoveel tegenkracht sterk onder druk. De belangen van commerciële partijen in het toerisme, in de retail, en het onroerend goed hebben voor zichzelf een belangrijk platvorm weten te creëren. Bewoners hebben geen enkele vertegenwoordiging in het bestuur van het CMU. Zij worden ook niet betrokken bij de door vele bewoners als ontsierend ervaren CMU-straatacties die de Binnenstad moeten ‘opleuken’ zoals vlaggenmasten op het Domplein of op de middeleeuwse grachtenbruggen, en de overspanningen met dundoeken die de intrinsieke schoonheid van de stad verstoren. Om over de vele festivals en feestverlichting maar te zwijgen.


In 2020 moet er een nieuw convenant getekend worden tussen de gemeente en het CMU. Laten we hopen dat de politiek leert van gemaakte weeffouten in het verleden en de bewoners een reële invloed gaat geven die meer evenwichtig de leefbaarheid van de Binnenstad borgt en de bewoners betrekt bij de inrichting van de openbare ruimte.

 

Uit de Binnenstadskrant nummer 1 2018
Geschreven door Nico van Laar 

zie ook op deze site  Utrecht in 2030 volgens CMU

 

 


<< terug naar overzicht