Onderscheidend zijn

Er vallen gaten in de rij etalages. ‘Te huur’. Beplakt glas met aannemersspullen op de grond. Met planken dichtgetimmerd. Niet zo dramatisch als in sommige buitenwijken of in kleine provinciesteden, maar toch… gaat het wel goed met de middenstand in de Binnenstad?

 

‘Het liep niet, dit filiaal op het Oudkerkhof. Sinds drie jaar zit de klad erin. Onze In-store in De Bijenkorf draait een stuk beter. We besloten het nieuwe huurcontract maar niet te tekenen.’ De commercieel directeur van een landelijke modeketen heeft in het lege pand net met de makelaar overlegd en heeft nu even tijd. ‘De eigenaren van commercieel vastgoed zijn niet geneigd de huurprijs naar beneden aan te passen. Ze laten een mooi pand nog liever leeg staan dan zich in een neerwaartse spiraal te begeven.’

 

Schermonderscheidend
Structurele problemen op het Oudkerkhof
(foto: Kateleine Passchier)

 

Of de gemeente hierin nog een rol speelt? Probeert bij te sturen om het winkelbestand op peil te houden? ‘Ik heb nog nooit iemand van de gemeente gesproken; we ervaren geen interesse van die kant. Er is onrust, zeker. Vooral kledingzaken hebben last gehad van de kopersstaking sinds de crisis. Het gaat nu wel wat beter, maar het vet is eraf. De snelle wisselingen in het winkelbestand van de laatste jaren hebben het Oudkerkhof geen goed gedaan. De consument is daar gevoelig voor. Het was hier ooit winkelen op niveau, maar een PC Hooft is het natuurlijk nooit geweest.’

 

Slaagfactoren
Wat zijn slaagfactoren? Welke winkels redden het wel, en waardoor? Aan de overkant, bij een vanouds bekend familiebedrijf, zijn twee van die factoren: eigendom en weggevallen concurrentie. De zoon: ‘Vier concurrenten zijn er de afgelopen tien jaar mee opgehouden. Wij zijn nog het enige adres waar je dit assortiment serviesgoed kunt kopen. Het scheelt enorm dat dit pand, met een lekker grote uitstallingsoppervlakte, eigendom van onze familie is.’

 

De vriendelijke serveerster van een koffiezaak in de Korte Jansstraat: ‘We hanteren hier bewust een wat landelijke -niet hippe- uitstraling, passend bij de vrij linkse bevolking van Utrecht. In Amsterdam, met die overload aan toeristen, zou dit concept minder goed werken.’

 

Mond-tot-mond reclame
De leegstand op de Lijnmarkt valt ogenschijnlijk mee. De kersverse eigenaar van een voedingssupplementenwinkel is heel tevreden: ‘Ik moet het hebben van mond-tot-mond reclame en van voorlichting en advies. De marges zijn goed. Ik heb vooraf met alle winkeliers hier gepraat. Dan hoor je veel. Je moet blijven innoveren, beleving creëren. Stilstand is achteruitgang. Mijn vroegere buurvrouw heeft het niet gered: niet onderscheidend genoeg.’

 

De net verbouwde specialist in koffiezetmachines is blij met de eigen werkplaats achter de winkel: ‘Dat scheelt tijd en vervoerkosten en de klant beleeft meteen welke aanpak we hebben. En… dit pand is ons eigendom, anders hadden we ons nooit zoveel vierkante meter kunnen permitteren.’

 

Topsegment
In de sportschoenenwinkel is het stil. Drie verkopers. Toch wordt er niet geklaagd. ‘Zoals deze sneaker, zo vind je er geen tweede in Utrecht. Dit is een topsegment. Daar komen modebewuste en kapitaalkrachtige jongeren graag voor.’

 

De eigenaresse van een modezaak wijst op het belang van een concept. ‘Ik betrek mijn kleding rechtstreeks van jonge Nederlandse topontwerpers. Mijn klanten vallen op duurzaamheid en eerlijk. Ze kopen liever één keer iets moois dan vijf keer weggooimode. Uiteindelijk ben je dan goedkoper uit. Mijn marge is beduidend lager dan die van de grote textielretailers (60 à 70%), maar ik heb geen retouren én het gevoel iets zinnigs bij te dragen aan de maatschappij.’

 

De rondgang langs de winkels stemt niet pessimistisch. Zeker, er zijn grote zorgen. Vooral de soms absurd hoge huren zijn nauwelijks op te brengen bij te lage omzet of marge. Maar het barst in de Binnenstad van (jonge) ondernemers en standvastige familiebedrijven die met hard werken en een innovatieve geest klanten weten te binden en zich weten te onderscheiden van het meer van hetzelfde van de grote ketens. •

 

Geschreven door Charles Crombach en Erik van Wijk
Uit de Binnenstadskrant nummer 3, 2019

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


<< terug naar overzicht