Minder sociale woningen

In snel tempo komen er in de Binnenstad woningen bij, maar het aantal sociale woningen groeit niet mee. Dat daalt zelfs, omdat woningbouwverenigingen huizen in de Binnenstad voor veel geld van de hand doen, om er in andere wijken meer woningen voor terug te bouwen. 

 

Voor wie zich zorgen maakt over sociale tweedeling is het een verkeerde ontwikkeling. De gedachte is dat dikke en dunne portemonnees beter bij elkaar in één buurt kunnen wonen, zodat ze elkaar nog eens spreken. Bovendien hebben mensen met weinig geld ook recht op een goed huis in een vertrouwde wijk. Het is oneerlijk als zij door het totaal ontbreken van betaalbaar aanbod geen kans hebben op een (ander) huis in bijvoorbeeld de Binnenstad.

Op de vooravond van een debat over tweedeling in theater Stefanus in Overvecht stond Reijnder Jan Spita, manager volkshuisvesting van corporatie Portaal, in het AD/UN. Hij zei dat arm en rijk wat hem betreft niet naast elkaar hoeven te wonen. ‘De ongedeelde stad is er niet meer in het gebied binnen de singels, en daarom hoeven we niet rouwig te zijn. We moeten niet doen alsof het wonen in de Binnenstad het grootste goed is, er niet krampachtig vasthouden aan sociale woningbouw. Als ik er hier eentje kan verkopen en voor dat geld er twee kan terugbouwen in Leidsche Rijn of Hoograven, dan doe ik dat. Elke sociale woning in Utrecht is er één.’

In de Binnenstad zijn 1535 corporatiewoningen (zie ook bladzij 16, ‘Scheefwoners’), in Amsterdam binnen de singels 47.000. De Huurdersvereniging Amsterdam heeft met de gemeente en de corporaties de afspraak dat het aantal sociale huurwoningen in de Binnenstad in tact blijft. In Utrecht past Portaal een truc toe om te kunnen zeggen dat het aantal sociale woningen in de Binnenstad niet afneemt. Het zuidelijke deel van Pijlsweerd, waar veel gebouwd wordt, rekent zij tegenwoordig ook tot de Binnenstad.

 

Uit de Binnenstadskrant nummer 5, 2016.

Geschreven door Dick Franssen


<< terug naar overzicht