Horeca... hoe nu verder?

Het horecabeleid van de gemeente houdt de gemoederen van de binnenstadsbewoners al geruime tijd bezig. Naar aanleiding van het concept Ontwikkelingskader Horeca 2017 zijn maar liefst 92 reacties (‘zienswijzen’) ingediend, waarvan 95% betrekking had op de binnenstad.


Ook de Wijkraad Binnenstad heeft een zienswijze ingediend, waarin we onze bezwaren hebben geformuleerd. Samengevat komt het erop neer dat we tegen uitbreiding van de horeca zijn in het gebied binnen de singels, tenzij overleg met de betrokken buurt duidelijk maakt dat de omwonenden geen bezwaar hebben.

De redenen hiervoor zijn:
• Er is al voldoende horeca in de binnenstad en deze zorgt voor aanzienlijke overlast 
• De uitgangspunten voor het beleid zijn onvoldoende helder of onvoldoende onderbouwd 
• De bewoners zijn onvoldoende betrokken bij de totstandkoming van de plannen


Daarnaast heeft de wijkraad in december een advies aan het college van B&W opgesteld. Hierin wordt benadrukt dat de nota nauwelijks rekening houdt met andere factoren dan het economisch belang van de horeca, zoals detailhandel, leefbaarheid, wonen, veiligheid en de aantrekkelijkheid van de oude binnenstad voor bewoners en bezoekers. Verder waren de voorgestelde verruimingen van de exploitatie van bestaande horecavestigingen zo ingericht dat bewoners pas achteraf bezwaar kunnen maken. Daarmee is voor de bewoners een rol als klager weggelegd. Op handhaving, die de afgelopen jaren duidelijk tekortschoot, hoeft de bewoner niet te rekenen.


Daarom adviseerde de wijkraad het college het concept Ontwikkelingskader Horeca 2017 in te trekken en een nieuwe nota op te stellen die voldoet aan de volgende randvoorwaarden:

• Afstemming van de uitbreiding van de horeca op een integrale visie op de gewenste ontwikkeling van de binnenstad
• Explicitering van het begrip leefbaarheid om zodoende tot een bespreekbaar toetsingskader te komen
• Consultatie van de bewoners over het voorgenomen beleid

 



Het resultaat van dit alles was dat het college een Ontwikkelingskader Horeca 2018 heeft vastgesteld en voor besluitvorming heeft aangeboden aan de gemeenteraad.


In dit stuk is aan een aantal bezwaren uit de zienswijzen tegemoetgekomen. Een aantal mogelijke uitbreidingslocaties is geschrapt en een aantal uitbreidingslocaties is gemaximeerd of er wordt een lichtere vorm van horeca toegepast.


Maar aan de principiële bezwaren die de wijkraad heeft geformuleerd is niet tegemoetgekomen. De nota spreekt over ‘selectieve groei’ in de binnenstad en ‘een juiste balans tussen levendigheid en leefbaarheid’ zonder dat duidelijk wordt hoe deze begrippen het kader vormen voor de daadwerkelijk uitvoering van het beleid.


De Wijkraad Binnenstad blijft van mening dat het horecabeleid moet worden verankerd in een duidelijke, brede visie op de ontwikkeling van de binnenstad met een heldere definitie van wat men onder leefbaarheid verstaat. Het Ontwikkelingskader Horeca 2018 voldoet hier niet aan. Als het niettemin uitgangspunt voor het horecabeleid wordt, zijn wij van mening dat er geen vergunningen op basis van dit beleid mogen worden verstrekt, zolang niet eerst een heldere en toetsbare omschrijving van het begrip leefbaarheid is overeengekomen. Het spreekt vanzelf dat de bewoners bij die discussie een belangrijke en duidelijke rol moeten hebben. Inmiddels heeft de wijkraad zelf het initiatief genomen om tot een definitie van het begrip ‘leefbaarheid’ te komen. 



Geschreven door Bas Savenije: Voorzitter Wijkraad Binnenstad

Uit de Binnenstadskrant nummer 1, 2018

 

------------------------------
Eerder verschenen artikelen
------------------------------ 

 

VOORLOPIG GEEN UITBREIDING HORECA


De ruim tweeduizend protesten van bewoners tegen de aanwijzing van nog meer straten en plekken in de Binnenstad waar horeca mag komen,  hebben effect. Wethouder Kreijkamp (D66) zegde dinsdag 16 januari in de raadscommissie toe dat het deel van het horecakader 2018, dat betrekking heeft op nog meer mogelijkheden in de Binnenstad, voorlopig in de ijskast gaat.

 
Nieuwe horeca kan er de komende tijd alleen komen op de locaties uit het horecakader 2012. Dat betekent trouwens dat er nog ruimte blijft voor de toevoeging van vele horecabedrijven. Van een stop is dus geen sprake.

 
Alleen D66, de VVD en splinter Student en Starter bleken in de commissie voor honderd procent achter de nieuwe nota te staan. Alle andere partijen vonden dat een heleboel elementen, zoals streven naar meer horeca in de buitenwijken, positief zijn, maar dat geluisterd moet worden naar de bezwaren van de Binnenstadsbewoners.

 

Opmerkelijke uitspraken kwamen van VVD-er Dimitri Gilissen, die eerst opmerkte dat ‘het ervaren van overlast nog niet betekent dat er ook overlast is’ (gejoel op de publieke tribune) en later zei dat horeca zonder overlast niet bestaat.

 

Raadslid Klaas Verschuure van D66 (straks wethouder indien zijn partij voldoende stemmen haalt; Kreijkamp treedt terug) sprak tegen dat meer horeca automatisch tot meer overlast leidt. ‘Ik verwacht niet dat de bezoekers van daghoreca kotsend naar buiten komen’. 

 

(zie ook binnenstadskrantutrecht.nl/camera-loopt)
Door Dick Franssen 16 januari 2018

 

 

BLAUWE EN GROENE HORECA

 

De stad wordt in snel tempo groter, maar het gebied binnen de singels staat bij de gemeente nog steeds op nummer 1 als het gaat om uitbreiding van de horeca. In het concept ‘Ontwikkelingskader horeca 2017’ tonen kaarten van deelgebieden waar nieuwe horeca wordt toegestaan of zelfs aangemoedigd. Voor bewoners van de Binnenstad loont het de moeite de kaarten goed te bestuderen. Een pdf van het concept staat op de website van de gemeente Utrecht (zoek ‘Ontwikkelingskader horeca 2017 Utrecht’).

 

De deelgebieden vallen samen met de vijf kwartieren die door en voor de ondernemers zijn verzonnen: Dom-, Stadhuis-, Vredenburg-, Museum- en Universiteitskwartier. Daarnaast is er nog het Stationsgebied/Beurskwartier waarvoor nog geen kaart is gemaakt.

 
Ja, mits?
Op de kaarten staan de aanpassingen ten opzichte van het horecakader 2012 met gekleurde lijnen aangegeven. Rode lijnen betekenen strengere normen voor toelating dan in 2012, bij blauwe lijnen gelden gelijkblijvende normen en groene lijnen willen zeggen: ruimere normen dan in 2012. De strengere normen bij de rode lijnen houden voor het vestigen van horeca in feite in: nee, tenzij. Bij de ruimere normen, dus bij de blauwe en groene lijnen, is de betekenis: ja, mits. Er zijn verreweg de meeste uitbreidingen toegestaan voor eetgelegenheden. Vrijwel nergens binnen de lijnen is de uitbreiding aan een maximum gebonden. De gemeente heeft als voornaamste uitgangspunt genomen dat in gebieden met ‘een dominant woonkarakter’ en in het kernwinkelgebied geen nieuwe horeca gewenst is (tenzij…). De vraag is wat er wordt verstaan onder dominant woonkarakter. De conclusie bij het bestuderen van de kaarten is dat dit gebieden zijn waar uitsluitend wordt gewoond, zoals in bepaalde straten in het Museumkwartier.

 

Geen woongebied?
Lijnen laten zien dat op verschillende delen van de Oudegracht (oostzijde) de horeca groen licht krijgt. Het gaat dan om panden met op de begane grond een commerciële functie en daarboven wonen. Het betreft daar heel veel bovenwoningen. Maar kennelijk vindt de gemeente het toch geen dominant woongebied. Heel vreemd, omdat volgens de huidige regels een horecabedrijf niet mag uitbreiden naar de verdieping erboven als er op die verdieping in een buurtpand wordt gewoond. Er boven wonen zorgt blijkbaar voor minder overlast dan ernaast wonen.

 

Een van de redenen waarom in het kernwinkelgebied de horeca niet mag uitbreiden, is dat terrassen de loop langs de winkels belemmeren. Voor een bewoner die via een terras zijn huisdeur moet bereiken is weinig mededogen.

 

Pausdam?
Waarom horeca (door de gemeente) als gewenst wordt beschouwd, is voor veel discussie vatbaar. Kan een gebied met weinig of geen horeca juist wel wat horeca opnemen of moet je gebieden ontzien waar al veel overlast wordt ondervonden? Wat dit betreft zijn de groene lijntjes bij de Pausdam ook interessant. De gemeente beschouwt dit blijkbaar als een (toeristisch) interessante locatie waar horeca een toegevoegde waarde kan hebben. Anderen daarentegen vinden dat je de Pausdam alsjeblieft zo moet laten. In feite komt het erop neer dat je bijna per pand in discussie moet gaan of vestiging van horeca gewenst is. Juist deze discussie wordt door de gemeente (om begrijpelijke maar onterechte) redenen uit de weg gegaan. Ze kan pas plaatsvinden als er een vergunning is aangevraagd. Juridisch gezien hebben deze lijntjes echter grote impact. De gemeente kan een initiatief om daar horeca te vestigen moeilijk weigeren en protesten hebben weinig kans van slagen.


Geschreven door Ben Nijssen
Uit de Binnenstadskrant nummer 5, 2017 

 

  

ONTWIKKELINGSKADER HORECA STUIT OP ACTIEGROEP

 

Het college van B&W heeft het concept voor het Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2017 vastgesteld. Daarin wordt de gemeentelijke regelgeving met betrekking tot de horeca aangepast en voor de komende jaren vastgesteld. Tot 10 november konden zienswijzen over deze nota worden ingediend. Besluitvorming in de gemeenteraad moet nog plaatsvinden. De plannen van B&W hebben tot grote onrust geleid onder de bewoners van de Binnenstad. Er is een actiegroep ‘Leefbaarheid Binnenstad’ opgericht, een enquête uitgezet om ervaringen met de horeca in de Binnenstad in kaart te brengen, en een petitie aangeboden aan B&W. Vele Binnenstadbewoners hebben een zienswijze ingediend.

 

De nota biedt mogelijkheden voor de uitbreiding van de horeca in de Binnenstad, in bestaande en in nieuwe gebieden, plus mogelijkheden voor verzwaring van bestaande horeca. Bij de Wijkraad Binnenstad stuit dit op grote bezwaren. Deze zijn verwoord in een eigen zienswijze en een advies aan B&W en Gemeenteraad. In feite zijn we tegen uitbreiding van de horeca in het gebied binnen de singels, tenzij overleg met de betrokken buurt duidelijk maakt dat de omwonenden er geen bezwaar tegen hebben.

 

De redenen hiervoor zijn:

• Er is al voldoende horeca in de Binnenstad en deze zorgt al voor aanzienlijke overlast;

• De uitgangspunten voor het beleid zijn onvoldoende helder of onvoldoende onderbouwd;

• De bewoners zijn onvoldoende betrokken geweest bij de totstandkoming van de plannen.



Verdringing
Iedereen onderschrijft het belang van de woonfunctie van de Binnenstad. Maar dan moet er ook rekening worden gehouden met de bewoners en hun wensen. Belangrijk daarbij is dat niet alle buurten over één kam moeten worden geschoren en dat er ook mogelijkheden moeten zijn en blijven voor uiteenlopende categorieën bewoners. Bewoners ervaren op dit moment al aanzienlijke overlast van de horeca: denk daarbij aan geluidsoverlast, stankoverlast, vervuiling, en transport in verband met bevoorrading. Ook de ruimte die in toenemende mate wordt ingenomen door terrassen wordt als hinderlijk ervaren. Dat geldt niet alleen voor bewoners: er is in toenemende mate sprake van verdringing van winkels door horecabedrijven en dat maakt de Binnenstad voor zowel bewoners als bezoekers minder aantrekkelijk. De nota vermeldt herhaalde malen een toets op leefbaarheid. Het begrip ‘leefbaarheid’ wordt echter nergens concreet gemaakt. Onduidelijk blijft welke criteria van toepassing zijn en wanneer welke grenzen worden overschreden. In verband met adequate toetsing is verduidelijking van deze term broodnodig.

 

Weggezet als klagers
De Binnenstad is ingedeeld in zogeheten kwartieren. Dit kan inderdaad nuttig zijn ter oriëntatie van bezoekers. Onduidelijk is hoe besluitvorming heeft plaatsgevonden over deze indeling, maar in deze nota wordt hij gehanteerd als uitgangspunt voor het horecabeleid. Dat leidt tot ongewenste consequenties. Wanneer bijvoorbeeld een buurt in het Universiteitskwartier valt, wordt geconcludeerd dat daar dus reuring voor studenten moet kunnen plaatsvinden. Deze mogelijke consequentie speelde echter geen enkele rol bij de totstandkoming van de indeling! De bewoners zijn onvoldoende betrokken geweest bij de voorbereiding van de nota. Het stadsgesprek in november 2015 werd door de daar aanwezige bewoners als onbevredigend ervaren. Tijdens de Raadsinformatiebijeenkomst werden bewoners die bezwaren maakten, expliciet als klagers weggezet. Participatie van bewoners wordt op deze manier slechts het ‘afvinken’ van beperkte inspraakmogelijkheden. Van betrokkenheid op buurtniveau is in het geheel geen sprake. Bij het bewaken van de leefbaarheid spelen klachten van bewoners hoe dan ook een rol. Dat betekent dat een klagende bewoner niet per se een zeurpiet is, maar ook dat de handhaving serieus moet worden genomen. Op dit moment laat de handhaving duidelijk te wensen over.

 

Verkiezingen
Het wordt hoog tijd dat bewoners in het kader van de motie 155 (vernieuwing wijkparticipatie) serieus worden genomen en dat een vorm van participatie wordt gevonden waarbij bewoners - net zoals Centrum Management Utrecht - door de gemeente als gelijkwaardige partners worden behandeld.

 
In het kader van de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 vraagt de Wijkraad Binnenstad bij de politieke partijen ook om aandacht voor een nieuwe invulling van de bewonersparticipatie, om te beginnen bij nieuwe afspraken over de horeca.

 

Geschreven door Bas Savenije, Voorzitter Wijkraad Binnenstad
Uit de Binnenstadskrant nummer 5, 2017

 

 


<< terug naar overzicht