Hooien in het Zocherpark

Ze zijn een opvallende verschijning in het Zocherpark. Een kleine hooiwagen met een paard ervoor en een stel vrijwilligers in de weer met hooiharken en hooivorken. De vrijwilligers harken afgemaaid en droog geworden gras op hopen en steken het dan in plukken omhoog naar bovenop de hooiwagen. Paard Dumika staat rustig voor de wagen te wachten tot ze die een eindje verder moet trekken.


Zo gaat het al een paar jaar in het Zocherpark en andere Utrechtse parken: ecologisch maaibeheer oftewel maaien met oog voor de natuur. In de lente zijn de bermen langs de paden en de singeloevers één uitbundig feest met eerst de kleurtapijten van crocussen en allerlei andere bloembolletjes en daarna het spectaculair bloeiende eenjarige fluitenkruid (‘Hollands kant’). In juni na de bloei, wanneer de planten hebben gezorgd voor nakomelingen voor het jaar daarop, wordt alles gemaaid. Dan ligt het gras in het park er weer glad en strak bij, zoals parkontwerper Zocher het honderdvijftig jaar geleden bedoelde.


Het maaibeheer wordt uitgevoerd door Dirk Meerkerk uit Polsbroek. Hij gebruikt een vingermaaibalk, een wendbare kleine machine die het gras knipt. Enkele bijzondere ‘vaste’ wilde planten worden gespaard. Als het maaisel droog is, moet het worden afgevoerd want het ter plekke laten verteren geeft teveel meststoffen in de bodem. Het hooien is veel werk en daar helpen de vrijwilligers bij.

 

© Saar Rypkema© Saar Rypkema


Meerkerk reed zijn hooiwagen eerst achter een trekker over de wandelpaden, maar het lawaai en de stank waren bezwaarlijk. Een paard was een goed alternatief. Dirk Meerkerk is een paardenliefhebber. Hij heeft er thuis een stuk of vijf – doet ook rouw en trouw - en heeft mooi tuig. Het afgevoerde hooi is overigens ongeschikt als veevoer omdat het is vervuild door uitlaatgassen. Het wordt gecomposteerd.


Voorbijgangers nemen foto’s van het hooitafereel. De vrijwilligers krijgen koffie en stroopwafels van een bewoner en Dumika krijgt een suikerklontje van een vrijwilliger. •


Geschreven door Marijke Brunt.
Uit de Binnenstadskrant nummer 4, 2019.


<< terug naar overzicht