Hoog en bijna droog in Binnenstad

De wateroverlast in steden neemt toe. Hoe zit dat met Utrecht en wat zijn de consequenties voor de Binnenstad?

Het is voor iedereen duidelijk: we krijgen steeds meer te maken met de effecten van de klimaatverandering. Het gaat ook allemaal veel sneller dan oorspronkelijk gedacht. De temperatuur loopt op en we worden geconfronteerd met extreme neerslag en een stijgend zeewaterniveau. Mogelijke wateroverlast kan het gevolg zijn van een buitengewone hoeveelheid neerslag, zoals wij de laatste tijd wel meer hebben gezien, maar bijvoorbeeld ook van overstromingen door een dijkdoorbraak.

 
In de regio wordt op dit gebied samengewerkt in een coalitie met de provincie, het waterschap Hoogheemraadschap. De Stichtse Rijnlanden (HDSR), Veiligheidsregio Utrecht en zes gemeenten, waaronder Utrecht. De opgave is om de bebouwde omgeving zodanig aan te passen aan de veranderde omstandigheden dat het er ook in 2050 nog aantrekkelijk is om te verblijven.

 
Dankzij de Romeinen
Voor de afvoer van het regenwater via de riolering naar het oppervlaktewater is de gemeente verantwoordelijk. De afvoer van het overtollige oppervlaktewater is weer een verantwoordelijkheid van het waterschap en Rijkswaterstaat. Als onderdeel van de zogenaamde stresstest heeft de gemeente Utrecht onlangs laten berekenen wat er gebeurt bij een neerslag van 40, 60 en 80 mm in één uur. In 2014 viel er bijvoorbeeld in Kockengen in 48 uur 120 tot 160 mm, wat zeer veel overlast en de nodige schade met zich meebracht.

Michiel Rijsdijk, adviseur Stedelijk Watermanagement bij de gemeente Utrecht, vertelt dat er nu een redelijk gedetailleerde kaart beschikbaar is, waarop de ingeschatte waterniveaus zijn aangegeven. De Binnenstad komt er bij alle prognoses goed van af. Dit hebben we te danken aan de Romeinen die er indertijd voor kozen om het Castellum Traiectum (Utrecht) te stichten op een wat hoger gelegen, droog zandgebied langs de Rijn. En natuurlijk ook aan de grachten en de singels, die het water weer afvoeren naar de Vecht en de kanalen.

 


© Ton Verweij

 


Dit deel van de stad ligt dan ook veilig (gemiddeld circa 3,30 m boven NAP). Bij een neerslag van bijvoorbeeld 60 mm wordt de eerste 10 mm in het rioolstelsel opgenomen, 20 mm wordt via een overstort afgevoerd naar waterwegen en 30 mm blijft op het terrein (met als gevolg plassen, blank staande straten, etc.). Michiel Rijsdijk: ‘In 2015 is er 60 à 70 mm in de Binnenstad gevallen en dat ging nét goed, ook voor de werfkelders. Dat wij veel water kunnen afvoeren is mede te danken aan de lage ligging van het Amsterdam-Rijnkanaal; een uitkomst voor de stad.’

 
Operatie Steenbreek
Het is volgens Rijsdijk belangrijk dat niet alle terreinen zijn ‘dichtbestraat’ of geasfalteerd. Er is al zoveel verstening van onze omgeving door de toenemende bebouwing. Het overtollige water moet in de grond kunnen zakken en dat wordt moeilijker door de toepassing van steeds meer verharding. De gemeente past tegenwoordig weliswaar meer klinkerbestrating toe in plaats van asfalt, maar dat biedt onvoldoende soelaas. Om dit aspect ook bij de burgers onder de aandacht te brengen, doet Utrecht met ‘Waterproof030’ mee met de actie ’Operatie Steenbreek.’ Hierbij worden burgers opgeroepen om meer groen in hun tuinen toe te passen. Alle beetjes helpen! Ook groene daken helpen mee het water op te nemen en langer vast te houden. De gemeente heeft hier zelfs een subsidieregeling voor in het leven geroepen. In de Binnenstad zijn inmiddels dertien groene daken met subsidie gerealiseerd. Kelders en ondergrondse parkeergarages blijven natuurlijk een zwak punt bij extreme neerslag. Bij de aanleg hiervan moet veel aandacht worden besteed aan voldoende waterkering.

 
Overstroming
Voor de dijken en het niveau van het open water is het waterschap verantwoordelijk. Goos Boelhouwer, beleidsadviseur water bij het HDSR, wijst op het verschil tussen overlast door neerslag en door een overstroming. ‘De kans op zeer grote overlast door regen is statistisch bijvoorbeeld eens in de 1000 jaar. Een overstroming door een dijkdoorbraak komt statistisch eens in de 12.000 jaar voor, maar dat kan bij wijze van spreken ook morgen zijn. Bij een dijkdoorbraak houdt de Binnenstad het dankzij die Romeinen droog. Dat kun je zien op de website www.overstroomik.nl. Alleen zal er wel preventief worden geëvacueerd, omdat veel nutsvoorzieningen – zoals elektriciteit, water, riolering, telecom e.d. – zullen uitvallen.’ Het waterschap werkt er continu aan om de dijken goed te onderhouden en indien nodig te versterken. Onlangs is er nog een grootscheepse crisisoefening gehouden bij onder andere de Lekdijk, waarbij dijkwachten en militairen controleerden of de rivierdijk bestand is tegen extreem hoog water. Ook houdt het waterschap het niveau in de watergangen en bijvoorbeeld de Kromme Rijn nauwkeurig in de gaten, zodat de waterhoogte in de Utrechtse grachten exact gelijk blijft: wel zo handig voor de werfkelderbewoners.

Deltaplan
Aangezien een groot deel van Nederland onder de zeespiegel ligt en meer dan de helft van het land gevoelig is voor overstromingen, is er een landelijke aanpak nodig. Op Prinsjesdag is het ‘Deltaprogramma 2018’ verschenen. Het bevat voor het eerst een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk dat de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen moet versnellen en intensiveren.

 

Geschreven door Ton Verweij
Uit de Binnenstadskrant nummer 5, 2017


<< terug naar overzicht