De student en de bewoner

23 maart 2021
Door Elaine Vis


In het derde gesprek rondom de concept Omgevingsvisie Binnenstad 2040 ontmoeten Jeanne Bogers en Stan Liebrand elkaar.
Jeanne Bogers is actief bij Binnenstad030. Zij heeft in Utrecht gestudeerd en woont nog steeds in het centrum. Het is een goede uitvalbasis, zij werkt als interimmanager door heel het land. Stan Liebrand is voorzitter van studentenplatform Vidius en behartigt de belangen van studenten in Utrecht. Hij woont net buiten de Binnenstad.

 

‘Dat zegt toch wat’ volgens Jeanne Bogers, ‘Vijfentwintig mensen in de Binnenstadsgroep en dan maar twee namens de bewoners’. Ondanks dat het positief was om met anderen om tafel te zitten als voorbereiding op de concept Omgevingsvisie Binnenstad 2040, zag zij de beperking. ‘Je bemoeit je met het proces en weinig met de inhoud’. Ook Stan vraagt zich af of deze Binnenstadsgroep wel een weerspiegeling van de bewoners van de Binnenstad was.


Rond de 30.000 studerenden in Utrecht. Voor de nieuwe studenten de eerste stad nadat zij, in een hele spannende tijd in hun leven, het ouderlijk huis hebben verlaten. Dat verbind je aan de plek. Als het kan, wonen studenten hier een jaar of zes, een aanzienlijk deel blijft daarna ‘hangen’. Utrecht is de stad met het hoogste aantal hoogopgeleiden.


Jeanne geniet van de jaarlijkse nieuwe lichting die elk jaar de stad bevolken, maar soms heeft ze er overlast van. Dan gaat ze in de nacht de straat op om te vragen of de studenten een ander plekje willen zoeken. ‘Verbaasd kijken ze dan om zich heen en vragen, alsof ze uit een andere wereld komen, ‘maar waar slaapt u dan’? Het besef dat er hier ook mensen wonen is er dan nog niet.


‘Jullie vertegenwoordigen studentenverenigingen die doorgaans een recreatief profiel representeren. Niet dat ik iets tegen horeca heb, maar er is natuurlijk wel overlast’, zegt Jeanne tegen Stan. Stan ‘Het hartje van ons stadsie, kom op Jeanne! Ik herken die overlast op sommige plekken, maar ik denk dat wij voor 90% van dezelfde dingen houden. Je gaat hier niet wonen als je niet van de bruisende stad houdt. Het academische karakter, verweven met de universiteit, maakt Utrecht de stad wie ze is. Ouderen genieten ook van de levendigheid die studenten meebrengen. En sommige studenten houden van rust. Studenten die alleen maar overlast geven en ouderen die alleen maar rust willen is te zwart-wit gesteld’.

schermmaria
De Mariaplaats afgelopen zomer, tijdelijke uitbreiding terrassen
in verband met corona © Luuk Huiskes

 
Dat de plek en de beleving met elkaar moeten samenvallen zijn ze met elkaar eens. Nederlandse kampioenschappen polsstokspringen op het Domplein, terwijl er een promotie of oratie is, vinden zij niet goed passen. Hoe dan om te gaan met het uitgaansleven en evenementen in een centrum waar gewoond wordt? In de omgevingsvisie wordt voorgesteld om in het Beurskwartier het nachtleven te centreren. Er zullen in 2040 30% meer bezoekers zijn. Op (vervoers)knooppunten in heel Utrecht komen meer voorzieningen, zodat het centrum niet onnodig overladen wordt. Maar de vraag is of dat het centrum voldoende ontlast. Bijvoorbeeld; in de aangrenzende wijken van de Binnenstad gaan de restaurants om 23 uur dicht. Het bijbehorende terras dus ook. Bezoekers zullen dan snel weer in de binnenstad hun vertier zoeken.De Uithof is een nieuw centrum, maar nog geen volledige wijk. Uitgaan kan je er niet en er is zelfs geen supermarkt. De dichtstbijzijnde is op de Burgemeester Reigerstraat. Als studenten dan boodschappen moeten doen gaan ze liever naar de binnenstad, ‘want’ zegt Stan ‘de sfeer van de oude stad is aantrekkelijk. Dat kan je niet nabootsen in de Uithof’.


Short stay stallen
Hij vraagt zicht af hoe het in het kader van de mobiliteit met de fietsstromen moet. Al het verkeer gaat door de binnenstad. ‘Op die mooie sfeerimpressies uit de concept Omgevingsvisie Binnenstad 2040 zie je weinig fietsverkeer. Jeanne ‘Het grootste knelpunt qua fiets is de hoeveelheid op de binnenstadsas van oost naar west. In het mobiliteitsplan gaat men de fietsers die niet in het centrum moeten zijn omleiden. Maar hoe is dat als mensen ergens in de binnenstad moeten zijn? Bewonersactiegroep Binnenstad 030 wil de fiets écht in de binnenstad houden. Uit ervaring weet ik dat je met de fiets, met kinderen en boodschappen, wel ergens moeten kunnen komen als je hier woont. Anders wordt het hier een soort museum’. Wij hebben het over kleinschalige fietsenstallingen. Stan en Jeanne kunnen zich vinden en gaan voor short stay fietsenstallingen voor een winkel. Je koopt iets en bent meteen weer weg.


Splitsen
En dan komen de huisvestingsproblemen van studenten ter tafel. Die spelen al een jaar of vijftig. In de denkrichtingen die de omgevingsvisie aandraagt komt de studentenhuisvesting niet goed uit de verf. Behalve studenten verblijven er ook veel expats in het centrum. 1 op de 5 is expat (bron WistUdata). De markt speelt daarop in. Er worden woningen gesplitst. Gevolg; je kunt geen gezin meer huisvesten. Maar in de binnenstad heb je ook jonge bewoners rond de 35 jaar, ideale leeftijd om een gezin te stichten. Die moeten nu ergens anders heen omdat er geen geschikte woningen in de Binnenstad zijn. Terwijl een diverse wijk ook van belang is en bovendien een van de speerpunten in de omgevingsvisie.

 

schermstanjeanne
© Kees van der Lucht

 

Stan ‘80% van de vraag naar wonen in de binnenstad komt van studenten en starters. Aan het splitsen van woningen om er eenkamer-studio’s van te maken voor 800 euro per maand hebben wij niets. Studenten wonen namelijk in het algemeen het liefst samen, met gedeelde voorzieningen. Maar omdat de vraag naar huisvesting zo groot is, accepteert men nu kleine studio’s voor 800 euro per maand. De maatschappij betaalt in dat geval, als het ware, de huurtoeslag aan de eigenaar. Als student zit je klem, het is dit of elke dag met de trein’.


Huurslag is niet te krijgen voor onzelfstandige wooneenheden en wel voor zelfstandige wooneenheden. Daar gaat het beleidsmatig fout. Er worden zelfstandige wooneenheden gebouwd terwijl de vraag ligt bij de onzelfstandige wooneenheden.

Delen
Jeanne ‘Wij moeten ervan af dat het soort woning bepaalt wat voor soort mensen erin komen te zitten. Ik denk weleens laconiek ‘ik ben begonnen op een kamer en eindig er ook weer’. ‘Als er in de binnenstad een groot gebouw vrijkomt zou het goed zijn om met meer mensen te wonen en voorzieningen te delen. Wij moeten anders leren denken over wonen, dan kunnen wij veel meer voor elkaar betekenen’. 


De gemeente heeft de intentie om zich te bemoeien met de vastgoedmarkt in de Binnenstad. Jeanne ‘Daar ben ik enthousiast over. De helft van de stad is niet meer in particuliere handen. Leegkomende panden worden meteen opgekocht. Dan krijg je een briefje in de bus ‘belangstelling voor de woning’, maar zij willen gewoon een speculatieobject opkopen.’

‘Ik zeg altijd je hebt altijd mensen die willen verdienen aan de stad en mensen die voor de stad willen zorgen. Dat moet een beetje in evenwicht met elkaar zijn. Als het alleen om de centen gaat krijg je een situatie dat mensen het niet meer kunnen betalen. Politieagenten en verzorgend personeel kan hier al niet meer wonen. Ik denk dat er fors ingegrepen moeten worden in de vastgoedmarkt. Bijvoorbeeld acuut een splitsingsverbod voor de binnenstad, tenzij voor groepsbewoning’.


Stan ‘Er zijn meer overeenkomsten tussen ons dan je denkt. De Binnenstad is ons gezamenlijke, publieke domein en niet een investeringsproject. De wijk moet aan zowel bewoners als aan bezoekers ten goede komen. Met dat woord ‘huiskamer’ uit de concept omgevingsvisie Binnenstad 2040 ben ik het wel eens. Horeca en cultuur, maar wel in balans’. Jeanne ‘Die dorpse sfeer is kneuterig en leuk. Maar ‘huiskamer’, wie heeft er nou altijd de voordeur openstaan?!’ •

 

Gerelateerd

De horecaman en de bewoner

De grote participatie operatie

Actiegroep Binnenstad030

 

Tot 19 april kan iedereen reageren op de Omgevingsvisie Binnenstad 2040 (concept).
klik hier voor meer informatie


<< terug naar overzicht