De horecaman en de bewoner

14 maart 2021
Door Elaine Vis
 

Binnenstadsbewoner Peter Hustinx, actief bij Binnenstad030 en ingelezen op het gebied van de Ruimtelijke Strategie Utrecht en de problematiek rondom evenementenlocaties, spreekt met Pieter Honing. Pieter Honing is voorzitter Horeca Nederland, woont in de binnenstad en is franchisenemer van de Mc Donalds in het centrum. Hij zat in de Binnenstadsgroep die de concept Omgevingsvisie Binnenstad 2040 voorbereidde.
  

Wonen en economische bedrijvigheid stellen verschillende eisen aan de Binnenstad. Met name horeca kan botsen met een leefbare woonomgeving. Waar leg je de grenzen en hoe los je problemen op? Voor Peter Hustinx van Binnenstadsgroep 030 is het duidelijk. De gemeente is aan zet en moet de wet toepassen. Daarnaast moeten er creatieve oplossingen verzonnen worden voor de botsende functies van horeca en bewoning in de Binnenstad. De juiste horeca op de juiste plek. Pieter Honing, bewoner en horecaman, gelooft dat er altijd een spanningsveld zal blijven tussen horeca en bewoning. In zijn kringen verkondigt hij dat je als horecaondernemer niet alleen gastheer bent in de eigen zaak, maar ook gastheer voor de omgeving.
 
De horeca kan, in beginsel, prima leven met de concept Omgevingsvisie Binnenstad 2040. Pieter Honing: ‘Op details moet er gekeken worden hoe de stad zich gaat ontwikkelen, zodat je precies weet waar je terrassen kan hebben en waar zeker niet. Het is niet zo dat je kan zeggen ‘wij zijn van de feestpartij’. Ik snap dat wij in redelijkheid mee moeten denken.’ De notoire klagers over de horeca neemt hij niet serieus. ‘Je hele leven blijven zeuren is ingewikkeld voor jezelf, voor alle partijen. Het is namelijk wel zo dat de Binnenstad 17.000 inwoners telt en 30.000 studenten gebruik maken van het centrum. 7000 studenten volgen er college.’
 
De meeste binnenstadsbewoners ervaren horeca als een draak met twee koppen volgens Peter Hustinx. ‘De stad is ontstaan door een combinatie van bedrijvigheid en wonen. Dat moet ook zo blijven; dat is de essentie van de binnenstad. Horeca dient ook de binnenstadsbewoner. Overlast is het andere gezicht. Horeca brengt overlast mee en daar heb ik moeite mee. Mijn grootste punt is dat de gemeente nalaat om de grenzen bij overlast te bewaken. Daar heb ik meer moeite mee dan het feit dat er horeca is.’ De gemeente zou volgens Peter creatief moeten nadenken hoe de horeca beter in te passen in de verschillende woongebieden. Bijvoorbeeld door horeca en terrassen, zoals bijvoorbeeld in Leiden, als rustig, lawaaierig of ertussenin te waarderen. En vervolgens alleen een vergunning voor de juiste plek te geven.
 
Peter legt uit waarom het huidige vergunningenstelsel niet werkt. Samengevat: de grenzen tussen café en restaurant zijn soms vaag. Een restaurant heeft niet altijd een terras met een rustiger karakter dan een café. Daarom klopt het koppelen van een bepaalde overlastcategorie aan een bepaalde horecacategorie niet. Er zou gekeken moeten worden naar het feitelijke gebruik. Dan is er nog een punt. In de wet staat dat een gemeente aandacht moet schenken aan de schadelijke gevolgen van de activiteiten waar zij een vergunning voor verleent. De toegestane geluidswaarden zijn in het Activiteitenbesluit per inrichting, dus ook voor de horeca, beschreven. Er worden een paar uitzonderingen genoemd, zoals onverwarmde en onoverdekte terrassen en het komen en gaan van bezoekers vanuit horecagelegenheden. Daardoor wordt menselijk stemgeluid niet meegerekend in de geluidsbelasting die wordt gemeten bij horeca met een onverwarmd en niet overdekt terras. Deze richtlijn is ontstaan omdat geluidsbelasting door het menselijk stemgeluid (vrijwel) altijd de normen overtreedt. De gemeente kán in deze situaties niet handhavend optreden als een vergunning verleend is en aan de voorschriften daarvan is voldaan. Daarom zou de gemeente idealiter bij het verlenen van de vergunning wél rekening moet houden met de overlast die te verwachten is. Peter: ‘Enige overlast mag iedereen verwachten, maar de grens ligt in ieder geval bij het moment dat die overlast schadelijk voor de gezondheid is. Het is aan de gemeente die grenzen te bewaken. Niet achteraf, maar vooraf bij het verlenen van de vergunning.’

 

schermstad4
© Kees van der Lucht

 
Volgens Pieter Honing ligt een deel van de oplossing erin om woningen op bepaalde plekken met subsidie te voorzien van dubbel glas of geluidsisolatie. Zelf woont hij in de binnenstad boven een terras, heeft het appartement goed geïsoleerd en slaapt aan de achterkant. ‘Niet iedereen kan dat, dat snap ik, maar je kunt een stad niet vergrendelen als bewonersstad en geen feest meer vieren. In lengte van dagen zullen bewoners en ondernemingen in de stad elkaar moeten zien te vinden.’

Peter Hustinx legt de nadruk op de rol van de overheid. ‘Je zou kunnen zeggen dat je terrassen met een beetje overlast moet tolereren. Geluidsoverlast kan incidenteel zijn. Dat een bewoner doorgaans door de geluidsoverlast niet meer kan slapen is een andere kwestie. De gemiddelde Nederlander gaat om 22.20 uur naar bed, stadsbewoners iets later’. Pieter: ‘Dit is een studentenstad, die gaan echt niet om 22.20 uur naar bed.’ Peter: ‘Als de gemeente de sluiting van de tijdelijke uitbreiding van de terrassen in coronatijd op 23:00 uur heeft gezet dan moet je daar niet over klagen. Maar dat geldt niet voor de gegunde terrassen van voor de corona. Als daar overlast is moet er een oplossing komen.’
 
Peter vertelt een mooi verhaal over de bewoners van de Nieuwegracht die in gesprek gingen toen Rubens Proeflokaal aan het einde van de gracht een terrasvergunning aanvroeg. Op slechts twee punten waren bewoners en eigenaar het niet helemaal eens; de bewoners zagen een vergunning voor onbepaalde tijd niet zitten en wilden graag dat de zaak om 23 uur dicht ging. Eigenaar Wim had middernacht in het hoofd. De gemeente hakte de knoop door en gaf de bewoners de zin. Wim is er ook tevreden mee en heeft zijn terras. Pieter vertelt hoe de buren onder, boven en naast zijn horecagelegenheden zijn telefoonnummer hebben. Met een arrogante houding ben je geen goede ondernemer volgens hem.
 
De intenties om elkaar te vinden zijn er, maar het blijft complex. Is de horeca niet een rupsje-nooit-genoeg, die almaar wil uitbreiden en groeien? Pieter: ‘Wij zijn niet op groeimodellen gebaseerd, wij anticiperen op de maatschappelijke ontwikkelingen. Kijk maar naar de gemaksvoeding, eten thuis bestellen. Wij spelen daarop in. Ik geloof heilig dat het hedonisme hoogtijd gaat vieren na corona. Na een paar jaar vlakt het dan weer af.’
 
Pieter heeft 15 jaar geleden Utrecht leren kennen als warme stad, waar je samen met de overheid de stad kan maken. ‘In vergelijking met Amsterdam is Utrecht een dorp, iedereen kent elkaar. Laten wij dat en het aspect van een woon- werkstad vasthouden. De stad zal gegroeid zijn in 2040, dat kunnen wij niet ontkennen. Laten wij daar de horeca neerzetten, waar iedereen er gebruik van kan maken zonder al te veel overlast.’ Peter: ‘Dat is ook uit mijn hart gegrepen. Maar ik ben bang dat de realiteit anders uitpakt als de horeca in handen genomen wordt door ketens. Want die hebben maar één bottom line en dat zijn de financiën, en de eigenaar zit ver weg’ •
 

Meer informatie

Concept Omgevingsvisie Binnenstad 2040 

De grote participatie operatie [1]

De omgevingsvisie voor Dummies 

Aktiviteitenbesluit


<< terug naar overzicht