De grote participatie operatie

3 maart 2021
Door Elaine Vis


Een gedroomde toekomst openbaart zich in de net verschenen concept Omgevingsvisie Binnenstad 2040. Er wordt een prachtig beeld geschetst van een groene, gezonde stad voor iedereen, met cultuur en zorg voor de schoonheid van het erfgoed. De dilemma’s waar de binnenstad mee te maken heeft worden nog niet opgelost. Het stuk geeft richting om na te denken over de toekomst.
 
Het begon meer dan een jaar geleden met een mega participatieproces. De Binnenstadsgroep, bewoners en betrokken organisaties uit het centrum, adviseerden de Gemeente. De hamvraag; welke opvattingen en ideeën leven er bij de burgers? De informatie is gebruikt om de concept Omgevingsvisie Binnenstad 2040 samen te stellen.
 
Welke knelpunten straks de betrokkenen en beleidsmakers slapeloze nachten bezorgen is niet goed te voorspellen, het concept geeft alleen een richting aan. 26 denkrichtingen zijn neergezet. De bewoners en gebruikers van de Binnenstad kunnen tot 19 april reageren via een online formulier.
 

De komende weken publiceert de Binnenstadskrant drie gesprekken met betrokkenen bij de Binnenstad. Arjan Kleuver en Egbert Wesselink trappen af. 
Arjan Kleuver vertegenwoordigt als voorzitter van Centrummanagement Utrecht (CMU) de retail, cultuur en horeca in de binnenstad. Hij kijkt vanuit de belangen van de ondernemers naar de Omgevingsvisie 2040. Arjan Kleuver woont in Lunetten, maar is nauw betrokken bij de Binnenstad. Hij was 12 jaar raadslid voor D66. 
Egbert Wesselink vertegenwoordigt Binnenstad030. Hij verdiepte zich o.a. in mobiliteit en schrijft mee aan de reactie op de zienswijze vanuit het gezichtspunt van de bewoners van de Binnenstad. Hiermee levert de bewonersactiegroep input voor het definitieve concept Omgevingsvisie Binnenstad 2040 dat in de zomer wordt verwacht.
 

Een gedroomde toekomstvisie waar echt iedereen zich in kan vinden. Wie kan dáár nu iets op tegen hebben? ‘Fascinerend en leerzaam om dit proces mee te maken’, zegt Arjan Kleuver. ‘Je krijgt als lid van deze Binnenstadsgroep een heel ander beeld dan toen ik nog raadslid was. Afgelopen jaar ging over procesbegeleiding. Het sterkte mijn geloof dat wij moeten focussen op waar wij elkaar vinden’. Dat de inhoud nog niet aan de orde kwam vond hij zeer frustrerend en dat gold ook voor Egbert Wesselink. ‘Zeker, fascinerend hoeveel tijd en aandacht er in het proces van ophalen van informatie is gestoken, afgezet tegen de betrekkelijk geringe hoeveelheid uren dat er werkelijk uitwisseling met burgers is geweest. Wij moesten ook adviseren over het participatieproces. Dat is niet onze expertise. Het is mij niet zo duidelijk wat wij als bewonersgroep uiteindelijk precies hebben bijgedragen.’

 

schermstadKeesvdLucht
© Kees van der Lucht


De gemeente heeft de regie. De ambtenaren hebben de opgehaalde informatie in de visie ondergebracht. Als burger sta je op achterstand. Je spreekt vanuit een bepaalde ervaring en die sluit niet altijd aan bij wat ambtenaren nodig hebben voor de Omgevingsvisie. Er is veel vaststaand beleid en dat weet je als burger niet. Arjan Kleuver en Egbert Wesselink hebben beiden toch de indruk dat belangrijke aangeleverde informatie een plek heeft gevonden in het stuk. Het is natuurlijk één groot compromis. Dan blijven er altijd vragen over. Egbert: ‘Het is een grabbelton met minstens twaalf positieve denkrichtingen, maar hoe die tegen elkaar afgewogen worden staat er niet bij’. Arjan: ‘Een genuanceerd stuk, daardoor blijft de uitkomst open. De toekomst is ook open en ongewis. Je hebt daarom ruime kaders nodig’. De visie oogt misschien vaag, maar het voordeel is dat je met dit handvat flexibel op de toekomst in kan spelen. De ontwikkeling van de Binnenstad is niet vastgezet. 
 
Schuren hoort erbij
Op een aantal onderwerpen blijft het schuren, bijvoorbeeld tussen bepaalde vormen van ondernemen en wonen. CMU wil Utrecht beter op de kaart zetten met 30 procent meer regionale en landelijke bezoekers, die 3 uur langer in het centrum verblijven. Veel bewoners vinden dat deze commercialisering van de Binnenstad ten koste gaat van de woonfunctie. Toch, als het over bereikbaarheid gaat vinden bewoners en ondernemers zich nagenoeg helemaal.
 
Arjan: ‘Het is een misvatting dat bereikbaarheid gelijk staat aan twintig Bmw’s voor een winkel. Dat vinden ondernemers al lang niet meer. De Binnenstad moet wel bereikbaar zijn voor fietsers, voetgangers en bestemmingsverkeer. Een touringcar die in Leidsche Rijn moet parkeren is geen goed idee. Schoolklassen kunnen dan nooit meer naar het Nijntje Museum. Het is wel zo dat bezoekers die met de auto naar de Binnenstad komen meer uitgeven dan mensen die lopend of op de fiets komen. Maar de fietser is zeker bij ons zeer welkom. Nu passeren er wel heel veel fietsers die niet per se in de binnenstad thuishoren.’
 
Egbert: ‘Inderdaad, de Binnenstad mag niet één groot voetgangersgebied worden. Er is een aanname dat er veel niet-bestemmingsverkeer de binnenstad in komt en dat dat geweerd kan worden. Maar er komt vrijwel niemand met de auto de stad in zonder dat dat moet. Het is dan ook nergens druk met auto’s. Er bestaat weinig verzet tegen het opheffen van parkeerplaatsen op drukke plekken. Maar waarom zou iemand die op de Pelmolenweg woont daar zijn auto niet mogen parkeren? Daar is ruimte genoeg.’
 
Arjan: ‘Je hebt ook kort parkeren; pakketbezorgers, schoonmakers, vuilniswagens. Als je een kop koffie wilt drinken op het terras dan is dat helaas niet altijd comfortabel. Toch ben ik het met Egbert eens dat het autoverkeer in de Binnenstad moet kunnen komen.'
 
Beiden spreken eensgezind over gebieden in de Binnenstad waar het rustig moet zijn en over het belang van de diversiteit van verschillende wijken. De angst voor Amsterdammisering (red. overname door toerisme) is er bij Arjan niet. ‘Je kan niet verwachten als je aan de Neude woont dat je dan nooit overlast van geluid hebt.’ Egbert ziet dat anders. ‘Vrijwel de hele Binnenstad heeft ook een woonfunctie. Als je die niet goed beschermt en tegelijkertijd zoveel mogelijk bezoekers naar een gecommercialiseerde Binnenstad trekt, verliest de Binnenstad zijn ziel’.
 
Rolluiken
Er zijn een dozijn straten waar onaanvaardbare nachtelijke overlast is, daar moet een oplossing gevonden worden. Egbert: ‘Daar is geen beleid op. Alle pleinen zijn inmiddels zuip- en feestpleinen geworden, dat is jammer, ook voor de schoonheid van de stad. De bewoners zijn de grootste investeerders van de stad. Een bewoonde stad is aantrekkelijk.' Arjan legt uit dat de meeste ondernemers echt niet in de binnenstad zitten om puur rijk te worden aan vet en bier. Dat is geen goed concept en dat weten de meeste ondernemers ook. ‘In de horeca kan je elkaar ontmoeten, verliefd worden en ontspannen. Economische activiteit is goed voor een stad. Retail verandert, misschien wordt er meer gewoond in de toekomst boven winkels, maar winkels blijven bestaan. Als je niet zorgt voor divers economisch aanbod dan wordt het een dode stad met dichte rolluiken’.
 
Tenslotte stipt Egbert de onderliggende aannames aan waarop de conceptvisie is gebaseerd. ‘Zoveel drukker gaat het niet worden. Waar wil Utrecht die 60.000 woningen bouwen? En Zoetermeer krijgt zijn Mall of the Netherlands (concurrent van Hoog Catharijne). Volgens voorzichtige schattingen zal de kantoorruimte met 20% dalen. Het gaat allemaal meevallen, om dan nu de stad al in te richten op de groei en alvast het voetgangersgebied uit te breiden is een slecht idee.’
 
Zorgwekkend
Eigen woningbezit in de Binnenstad was vorig jaar slechts 43 procent (red. bron Utrecht Monitor). Investeerders zien hun kans. Egbert: ‘Dat is een zorgwekkende ontwikkeling. Het zijn de bewoners die zich inzetten voor deze mooie stad. Mensen met commerciële belangen en stadsplanners willen doorgaans voorsorteren op verwachte ontwikkelingen. Bewoners zijn altijd al de ankers van de stad geweest.’ De bewonersfunctie zal bij de uitwerking van de visie een enorme rol spelen. Maar eerst zijn de bewoners en gebruikers van de Binnenstad aan zet om te reageren op de concept Omgevingsvisie Binnenstad 2040. ‘Uiteindelijk legt het stadskantoor een ei’, zoals Egbert het samenvat. •

Meer informatie
Conceptvisie op de Binnenstad 2040

De horecaman en de bewoner

De student en de bewoner


<< terug naar overzicht