De stratenmaker van de Binnenstad

De opdracht was zes straten opknappen, maar de teller staat nu al op vijftien. Gemeente-ambtenaar Jan-Willem van Zeijl en zijn team begonnen in 2012 met de pilot Verbetering openbare ruimte in de Binnenstad. Ze zijn er nu nog volop mee bezig. Na het Domplein en omgeving komen straks nog in elk geval Wittevrouwenstraat-Voorstraat, Boterstraat, Tolsteegbarrière, Trans, Oudekerkhof, Korte Nieuwstraat en Noorderstraat aan de beurt.


De trein blijft dus rijden, maar het tempo gaat wel iets omlaag. Van Zeijl: ‘Wij komen uit het Stadskantoor, dat wij de Witte Kameel noemen, en gaan in de stad op zoek naar mensen met ideeën over het verbeteren van hun straat. Samen met hen maakt het team een plan, dat intern op het stadhuis wordt besproken met alle afdelingen die iets te maken hebben met de openbare ruimte. Iedereen moet er achter kunnen staan. Belangrijk zijn natuurlijk ook de financiën. Er moet voldoende geld zijn om het in één keer goed te doen. ‘Niet alleen onder collega-ambtenaren, maar vooral ook onder ondernemers moet het team zendingswerk verrichten. Zo kostte het Van Zeijl heel wat overredingskracht om de neuzen van alle horecaondernemers op de Mariaplaats dezelfde kant op te krijgen. ‘Soms moet je wachten, soms versnellen.
 

Kwartje
Het resultaat vindt hij fantastisch. ‘Je ziet hier hoe je van een dubbeltje een kwartje kunt maken. Het is dezelfde Mariaplaats, maar het is een wereld van verschil’. (Van Zeijl had toen nog niet de klachten gehoord over de ‘verrommeling’ van het plein, dat is ingericht volgens het principe van ‘shared space’, het gezamenlijk gebruik van de ruimte. Er zou sprake zijn van ‘hinderlijk parkeren’. D’66 vindt dat de verschillende functies (fietsen, lopen, laden en lossen) beter van elkaar gescheiden moeten worden.)

In bijna alle aangepakte straten speelt de shared space-filosofie een belangrijke rol. Dat heeft te maken met Van Zeijls opvatting dat je ‘ruimte moet maken, moet opruimen’. Straten, pleinen moet je zo inrichten dat iederéén ze maximaal kan gebruiken. En wil je op een plein bijvoorbeeld een marktje houden dan moet dat kunnen zonder eerst allerlei obstakels te verwijderen. Van Zeijl: ‘Als je kijkt hoe lang we van tevoren al moeten beginnen met allerlei maatregelen voor de vrijmarkt en als het voorbij is dan zijn we weer dagen bezig om alles terug te zetten. Dat is toch eigenlijk gekkenwerk.’

Een Binnenstad met meer allure, dat is het ‘product’ dat de pilot Verbetering Binnenstad moet opleveren. Wie kijkt naar de resultaten tot nu toe stelt vast dat er inderdaad grote vooruitgang is. De Domstraat en de Korte Jansstraat bijvoorbeeld zien er stukken beter uit.

Van Zeijl schrijft het succes vooral toe aan de goede samenwerking met bewoners en ondernemers, en aan het enthousiasme van zijn team. ‘Collega’s zijn ’s avonds nog naar Kampen en naar Amsterdam gegaan om te kijken of onze straatstenen wel de beste keuze waren. Zulke dingen doen ze.’ De veranderde houding van de ondernemers valt Van Zeijl op. ‘Vijftien jaar geleden zeiden ze nog dat het parkeren er absoluut in moest blijven. Tegenwoordig ligt dat heel anders.’ Maar bij de gesprekken nu over de herinrichting van het Oudkerkhof hielden de ondernemers eerst toch vast aan veel parkeerplaatsen’, voor hun klanten. Van Zeijl zei toen: ‘Laten we elkaar recht in de ogen kijken. De parkeermeters leveren hier vrijwel niets op. En hoe komt dat? Omdat er de hele dag vergunninghouders staan. En wie zijn dat? Jullie! ’Van Zeijl kan echt genieten als hij door een opgeknapte straat loopt. Maar aan één ding ergert hij zich behoorlijk: aan al die banieren van tegenwoordig. •


Uit de Binnenstadskrant nummer 1, 2017.

Geschreven door Dick Franssen­
Fotografie door Sjaak Ramakers

 


<< terug naar overzicht