De drukte op station Vaartsche Rijn moet nog komen

Over twee jaar zal op station Vaartsche Rijn ook de sneltram naar de Uithof halt houden. Het station is dan ook vooral bedoeld als ‘overstapstation’ om Utrecht Centraal te ontlasten. Het zou er wel eens flink druk kunnen worden. Maar daarvan is nu – een paar maanden na de opening eind augustus – nog geen sprake. Op een doordeweekse ochtend wachten op perron 1-2 om tien over negen achttien meest jonge reizigers op hun trein richting Utrecht Centraal. Aan de overkant op perron 3-4 stappen er even later vierentwintig uit.

De eerste twee reizigsters die we aanspreken, zijn wat confuus. De een heeft haar trein net gemist (‘terwijl ze anders bijna altijd een paar minuten te laat zijn’), de ander is een station te vroeg uitgestapt. Ze moest naar Lunetten en een medereizigster zei dat ze bij het eerste station moest uitstappen. Maar voor de rest niets dan lof. De meeste mensen wonen of werken hier in de buurt en zijn komen lopen. En een aantal anderen die wel van wat verder komen, prefereren de overzichtelijkheid en de rust van dit nieuwe station boven de chaos van Centraal. Plus de riante fietsenstalling. ‘Een verademing! Laatst was de fietsenstalling aan de Jaarbeurskant weer eens vol en miste ik de trein naar mijn werk. Utrecht profileert zich als fietsstad, dan is het een schande dat je je fiets niet in de buurt van het Stadskantoor kwijt kunt.’ Eén passagiere is bijzonder in haar nopjes. ‘Ik reis elke dag van Amsterdam Bijlmer naar mijn werk hier én moet bovendien regelmatig naar Rhenen. Beter had ik het niet kunnen krijgen.’ Een ander heeft gemengde gevoelens: ‘Ik doe dit voor de eerste keer, en het is prettig hier te kunnen uitstappen, maar ik kon in Geldermalsen geen kaartje met bestemming Utrecht Vaartsche Rijn uit de automaat krijgen en betaal dus eigenlijk te veel.’



Stedelijke dynamiek

De nieuwheid straalt van het station af. Het doorkruist weliswaar het perspectief vanuit de stad richting watertoren, maar qua functionele schoonheid kan het de toets der kritiek goed doorstaan: breed uitgevouwen, net niet symmetrisch, strakke lijnen, overzichtelijk. Ooster- en Westerkade worden mooi aan de zuidkant afgesloten. Alleen de bestrating onder het viaduct kan strakker en mooier: alsof de stenen nog maar voorlopig neergelegd zijn.

Boven, op de perrons, kom je in een andere sfeer. De stad ligt aan je voeten, maar je merkt niets van de stedelijke dynamiek. Ondertussen rijden de sprinters af en aan: achtmaal per uur richting Utrecht Centraal en verder, viermaal naar Driebergen/Rhenen en naar Den Bosch/Tiel/Breda. Het spoorboekloze tijdperk lijkt hier al aangebroken. Wel even goed opletten welk perron je moet hebben. Geen roltrap, wel twee liften. Op straatniveau staan de kwetsbare elektronische schermen met de vertrektijden; één scherm werkt vandaag niet. De onderdoorgang is heel breed en heeft een laag plafond. In het midden stroomt het donkere water waar de gewichtige pijlers in verzonken zijn; zij torsen de spoorbrug. Bijzondere ruimtelijke effecten zijn het resultaat, het halfopen gebouw oogt zeer geschikt als decor voor een zwart-witfilm. Als een massieve intercity boven je hoofd voorbij dendert, blijft de verwachte herrie uit: een sonoor zuigend geluid, niet meer dan een storm in een glas water.

 

Laag parkeertarief
Op de loopbrug bewonderen we de foto’s van het oude station Utrecht Jeremie, dat hier tussen 1893 en 1935 was. Wát een drukte voor de slagbomen! De uitbater van de fietsenstalling is vriendelijk, maar terughoudend. Geen naam, geen foto’s, eerst toestemming van NS. De stallingruimtes zijn modern en ruim. Met je OV-chipkaart is het snel en eenvoudig inchecken, de eerste 24 uur gratis, net als bij grote broer Centraal. De tarieven van de ruime autoparkeergarage zijn voor Utrechtse begrippen laag: € 6,41 voor een avond van 19.00 - 0.00 uur. Maar NS is er nog niet in geslaagd de overige ruimtes te verhuren. Een kwestie van tijd, lijkt ons: de ‘lichte horeca’ en de winkels zullen er op termijn vast wel komen. •


 

Uit de Binnenstadskrant nummer 5, 2016.

Geschreven door Charles Crombach en Erik van Wijk

Fotografie door Saar Rypkema

 


<< terug naar overzicht