Coronakroniek

Maart/mei 2020
Door Bert Determeijer

Zo zag Utrecht er dus vijftig jaar geleden uit op zondag. Statig en prelatig. Verlaten straten, een betoverende rust. Als de horeca dicht is, is shoppen geen fun. Kopers zijn er nu nauwelijks. Maar de middenstand doet nog haar best. De wolwinkel krijgt zelfs extra aanloop. ‘De mensen willen toch wol in huis hebben, als er een lockdown komt.’ 

Twee agenten te paard surveilleren op de Lijnmarkt; het geklepper is hier nu het enige stadsgeluid. Klanten van een coffee to go genieten op zitjes voor de gevel van de zon en hun consumptie. Dat is niet de bedoeling. Op last van de politie te paard wordt het terras ontruimd. Niemand mort.

 
politiepaard HerenstraatPolitie te paard op kruising Herenstraat Oudegracht (foto: Luuk Huiskes)


We vinden tijd om hangend over de balie het herstel van de werfmuur van de Oude Gracht te volgen. Hier wordt nog klassieke, zelfs spectaculaire arbeid verricht en er is niemand die het ziet. De klassieke baliekluiver zit in de risicogroep en dus thuis.


Overal rennen hordes joggers. Alsof dat zo gezond is. Het enige gevaar is het nieuwe snelverkeer, de pedelec-fietsen, die geruisloos over argeloze wandelaars heen rijden. En de pizzabezorgertjes op hun elektrische torpedo’s. Zij zijn in deze crisistijd de reddende voedselridders en vragen dus nog meer baan dan voorheen. Sommigen gebruiken de hele straatbreedte als cross-baan. De leegte nodigt uit om te scheuren.

Bij koffieshop Bordeaux in de Voorstraat is nog volop leven. De klanten staan buiten in de rij en laten gewillig hun handen schoon sprayen. Dat worden brandschone joints. De koffieshop wordt de redding van onze economie. Stoned op de bank zitten is nu het gemakkelijkst.


De securityman van de gesloten Universiteitsbibliotheek passeert en beziet met een schuin oog de populariteit van de verdovende rookwaren. Maar zijn ronde is niet vergeefs. Hij ontwaart een leeszaaltje op de Drift, waar de leeslampjes nog branden. Ook tegen dat soort wangedrag moet worden opgetreden. ‘Het is weer eens iets anders’, beaamt hij.

Opruimwoede
We brengen een bezoek aan zoon, schoon- en kleindochter die kersvers in de binnenstad wonen. Ze zaten al in quarantair regime, dus dit is slechts routine. Het regent niet, zodat we elkaar even op afstand kunnen zien in een hofje. Inmiddels weet de 1-jarige kleindochter dat ze mij ter begroeting moet trappen.

Dankzij de schaarste aan kontakten hebben we tijd om de tuin lenteklaar te maken. We zijn net op tijd. Niet alleen tuinen worden opgeruimd, ook schuurtjes, zolders, kelders, kamers, berghokken en restaurants. ‘Anders zit je de hele dag bij moeder de vrouw’, verklaart een scheider. Even later verschijnt het bericht dat de afvalstations de aanloop niet meer aan kunnen. Of iedereen zijn meuk thuis wil opslaan. We halen opgelucht adem. En toen moest het strandvertier nog beginnen.


Daarna is de stilte nog verder ingedaald. Voor de mensenschuwen is de Nieuwegracht nu een paradijs. Zo heeft het hier lang niet meer geklonken. Ook het Domcarillon klinkt frisser/harder dan ooit. Nu oogt en klinkt de stad als meer dan honderd jaar geleden, toen de stadsarchivaris haar uitriep tot de ‘Koningin der dode steden’. Zonder leven is de stad op haar mooist, blijkt nu. Ook de wolwinkel is nu dicht.


Hoe stil kan Utrecht worden? Heel af en toe bromt een bus en uiteraard knettert er een scooter. Nu ruik je goed hoe smerig ze zijn. Op de Stadhuisbrug kan ik ’s avonds rustig 360 graden om mijn as draaien en niemand zien. Op de Neude is het dan ongewoon druk. Er staan twee mensen met elkaar te praten.


bertdsingel zomerFoto door Luuk Huiskes

Dat beeld verandert in de loop der weken. Steeds meer mensen verkennen hoeveel vierkante meter per persoon de stad telt. Maar niemand dringt. Ook in het favoriete Zocherplantsoen langs de singels is er ruimte. Totdat we jongeren met keelklank tegenkomen die met hun huishonden aan lange lijnen doodgemoedereerd informatie met elkaar blijven staan uitwisselen. Nederig mogen wij slalommend en dank zeggend onze wandeling vervolgen. Er is sinds honderd jaar weinig veranderd.


De Goey Koot houdt stand. Ze hebben op tijd hun aspergeaanvoerlijnen geactiveerd en kunnen blijmoedig leveren. Er zijn dus nog aspergestekers in het land. Maar het wegvallen van de horeca en pauzerend kantoorpersoneel als klant is een zware aderlating voor de delicatessenwinkels. Zij zijn geen onderdeel van de grote winkelconcerns, die juist nu extra omzetten draaien.

Converseren op een krukje
Piet van Willigenburg van Electro Service Utrecht bij het Wed klaagt niet snel. Hij draait onverstoord, maar behoedzaam voort. Het beeld is dubbel, spreekt de winkelier. Sommige mensen stellen hun aankoop uit – een nieuwe gloeilamp kan ook later- anderen gaan nu juist aan de slag. ‘De mensen die zich vervelen, komen bij mij.’


Bij het Bartholomeus Gasthuis is de lockdown naar de straat verhuisd. Op de hoek van de Springweg en de Smeestraat zit een bewoner in de etalage van de kapsalon, terwijl hij te eten krijgt van een verzorgster met mondkap. Op de stoep zitten twee bezoekers op een krukje en converseren met hun mobiele telefoon met de bewoner aan de andere kant van de etalageruit. Jeroen Bosch en Joop Moesman hadden dit niet kunnen bedenken. Zo doen ze het vaker, vertelt een medewerker van het gasthuis. Ze doen dit bij voorkeur in de serre aan de andere kant langs de Catharijnesingel en met deze sessies in de kapsalon kunnen ze de bezoekerscapaciteit vergroten. Maar nu mogen de kapsalons weer open, dus vervalt deze etalageruit.

Het blijft koorddansen of eierenlopen. Wie er echt uit wil, gaat de stad uit, maar daar is het drukker dan ooit. De motorrijders hebben de ruimte en de stilte in beslag genomen. Permanent raast, giert, bromt en brult het in het buitengebied.


schermbertdDe Voorstraat wordt verbouwd (foto door Luuk Huiskes)


Het vaarseizoen is opgeschort. Dus ook op het water biedt de Binnenstad kabbelende rust, met soms een kanootje. Op de steigers bij de Bemuurde Weerd, de Catharijnesingel en de Vaartsche Rijn is het beeld uniform. In plaats van boten liggen en zitten er mensen keurig afstand te houden. De zon lost veel op.


Sommige dingen gaan gelukkig nog door. Zoals de verbouwing van de Voorstraat. Dat maakt zo’n lockdown een stuk gemakkelijker. Gelukkig hebben media een middenstander ontdekt die meent dat dit juist niet nu moet gebeuren. En is er dus toch nog spektakel in een dode stad. •   


<< terug naar overzicht