'Binnenstadsbewoners gedegradeerd tot figuranten'

12 maart 2021
Door Ineke Inklaar
 
Bij de plannen voor de Binnenstad in 2040 heeft Utrecht nauwelijks aandacht voor wonen. Ook staat in de zogeheten Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 niets over de balans tussen leefbaarheid en levendigheid. ‘Terwijl dit voor de mensen die in de Binnenstad wonen een belangrijk item is’, zegt Egbert Wesselink (64). Hij is voorzitter van de Actiegroep Binnenstad030. In het concept van de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 ontvouwt de gemeente haar plannen voor wonen, werken en recreëren over 20 jaar. Wesselink wordt argwanend van zinnetjes als ‘De nadruk ligt op menging van functies, wonen is niet leidend’ op pagina 90 van het ruim 200 pagina’s tellende document. Onder functies rekent de gemeente culturele voorzieningen, maatschappelijke instanties, kantoren, horeca en winkels.


De Binnenstad is – zo signaleert de actiegroep – de meest intensief bewoonde wijk met de meeste bewoners per vierkante meter. Ruim 80 procent van de panden is bewoond. Tegelijkertijd is ook zo’n 80 procent van de horeca in het centrum geconcentreerd. ‘Dat kan schuren, daarom vinden wij dat de gemeente in een toekomstvisie daar aandacht aan moet besteden: hoe zorg je dat die twee werelden goed samen blijven gaan?’

 

schermdronestad
© Kees van der Lucht

 

Op pagina 132 staat een opsomming wat over 20 jaar de waarde van het centrum zal zijn. Daar staat dat het een gemengd milieu is met wonen, werken en voorzieningen. Ook is het een economisch knooppunt, winkelgebied, ontmoetingsplek en verzamelpunt van bovenregionale voorzieningen. De nadruk ligt op ‘menging van functies’, signaleert de actiegroep. Wonen krijgt hier volgens haar relatief weinig aandacht.


En op diezelfde pagina staat onder ‘Opgaven voor het centrum tot 2040’: ‘Historische binnenstad las plek voor ontmoeting en verblijf’. Een paar regels verderop valt de opgave te lezen: ‘Verblijf centraal stellen: meer en hoogwaardiger verblijfsplekken maken.’ Weliswaar staat er ook ‘Diversiteit in wonen behouden’, maar Egbert Wesselink – voorzitter van Actiegroep Binnenstad 030, haalt vooral uit de nota ‘dat de gemeente de permanente bewoners van de Binnenstad wil degraderen tot figuranten die moeten tolereren dat hun leefomgeving prijsgegeven wordt aan de commercie en het toerisme.’


Hij noemt het kortzichtig om de woonfunctie van de Binnenstad niet in bescherming te nemen. ‘Het voorbeeld van Amsterdam laat zien dat, als je dat niet doet, onze middeleeuwse stad degradeert tot een zielloos decor dat veel van zijn aantrekkelijkheid verliest. Wij vinden dat de gemeente hier iets uit te leggen heeft.’ Nog een irritatie: de gemeente streeft enerzijds naar variatie in soorten bewoners, maar noemt in één adem het centrumgebied een aantrekkelijke woonplek voor starters, kleinere huishoudens die ervan houden om in een stedelijk en levendig gebied te wonen. ‘Dat is volgens Utrecht de ideale bewoner. Nu is al 60 procent van de bewoners onder de 35.’


De actiegroep denkt dat het een drama wordt als de stad alleen mikt op deze groepen. ‘Dat zijn volgens ons mensen in een bepaalde levensfase die verhuizen als er kinderen komen. Zij consumeren de stad, maar dragen weinig bij aan de sociale samenhang. Ze zijn vaak druk en zetten zich er niet voor in. De oudere Binnenstadsbewoner is daar geworteld, wil er oud worden en dus bijdragen.’ Binnenstad030 vraagt zich af waarom de gemeente niet trots is op deze bewoners van haar binnenstad. Zij zorgen voor sociale samenhang, houden het erfgoed (werfkelders en historische panden) in stand en zijn goed voor Utrechts economie. Deze week liep de termijn af waarin commentaar geleverd kon worden op het concept van de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040. De actiegroep heeft een zienswijze. •


<< terug naar overzicht