Aardgas? Wat was dat?

We hebben ruim dertig jaar de tijd. Dat lijkt heel lang, maar de omslag die moet worden gemaakt is ingrijpend en ingewikkeld. In 2050 gebruikt Nederland geen aardgas meer voor koken, stoken en warm water. Stoppen is een van de maatregelen die nodig zijn tegen de opwarming van de aarde door broeikasgas. De eerste stappen in Utrecht worden gezet, maar wat het in de praktijk betekent voor bewoners en ondernemers in de Binnenstad is nog onbekend.

De gemeente gaat met Eneco, Stedin (netbeheerder), woningbouwcorporaties en Energie-U (energieorganisatie van bewoners) aan de slag op weg naar een aardgasvrije stad. Er liggen al stapels rapporten. Eerst analyses, dan kijken wat nodig is en daarna de uitvoering – al doende lerend. Samenwerking met bedrijven, banken, bewoners, bouwbedrijven en wie al niet is ook de bedoeling. Maar een concrete tijdsplanning is er nog niet. Het uitgangspunt voor een aardgasloos Utrecht is dat het energieverbruik van woningen zo laag mogelijk wordt. Het liefst worden woningen zelfvoorzienend (‘energieneutraal’, ‘nul op de meter’) door maximale isolatie en zelf opgewekte stroom (zonnecellen).

In Overvecht loopt een eerste proef met flatwoningen van Mitros die energieneutraal zijn gemaakt. En in Leidsche Rijn hebben zo’n vijftigduizend huishoudens al geen gasaansluiting meer. Zij gebruiken stadswarmte.


Met woningbouwcorporaties kunnen afspraken worden gemaakt over energiemaatregelen als groot onderhoud aan de orde is. Maar in de Binnenstad wordt het moeilijker. Maximale isolatie van oude, allemaal verschillende huizen is heel kostbaar en zonnecellen kunnen niet op elk monumentendak. Daarom vindt de gemeente vooralsnog ‘nul op de meter’ niet overal haalbaar. Voor die huizen denkt de gemeente aan groene stadsverwarming – de buizen liggen er al – of moderne zuinige elektrische verwarming. Er is in elk geval steeds maatwerk nodig, per buurt, per straat en zo nodig per woning, en alles steeds in overleg met de bewoners. 

Alternatieven
Over de stadsverwarming is overigens niet iedereen onverdeeld enthousiast. Momenteel draait de stadsverwarming op de restwarmte van de gasgestookte elektrische centrale van Eneco aan het Amsterdam-Rijnkanaal. Voor een groene stadsverwarming wil Eneco een nieuwe centrale bouwen die met biomassa wordt gestookt, en wel met snoeihout. Eneco heeft al een milieuvergunning, maar er zijn vragen over luchtvervuiling en veel extra vrachtverkeer. En zal er genoeg aanvoer van dat snoeihout zijn?

Uit milieu-oogpunt kan alleen hout worden verstookt dat echt nergens anders geschikt voor is. Stadsverwarming op snoeihout kan alleen een tijdelijke minst slechte oplossing zijn totdat echt álle woningen energieneutraal zijn.

Wél goede verwachtingen zijn er in elk geval van de stroom uit zonnecellen, die steeds goedkoper en efficiënter worden. Dat geldt ook voor de warmtepompen die aardwarmte of buitenluchtwarmte opvangen voor de verwarming van woningen. De elektriciteit voor de pomp moet dan natuurlijk zo duurzaam mogelijk worden opgewekt, bij voorkeur met zonnecellen op of rond de woning. In de zomer is er veel zonnestroom beschikbaar voor warmteopslag onder de grond zodat seizoenen kunnen worden overbrugd. 


Wie betaalt?
Maar hoe wordt de omslag van aardgas naar duurzaam koken en stoken eigenlijk betaald? Per woning zullen de kosten verschillen. In Leeuwarden kostte het energieneutraal maken van een jaren vijftig-wijk tussen de dertig- en veertigduizend euro per woning. De kosten zullen bij oude huizen beduidend hoger zijn. Natuurlijk, je hebt daarna lagere woonlasten omdat je geen hoge energierekeningen meer krijgt, maar de investering moet wel worden betaald. In de jaren zestig ging Nederland in krap tien jaar over op aardgas. Alle gaskachels en gastoestellen werden omgebouwd voor dit gas – overigens een peulenschilletje vergeleken bij de omslag die ons nu te wachten staat. Toen betaalden de gemeenten de ombouw. Nu zijn er althans voorlopig alleen wat subsidiemogelijkheden.

Uit de Binnenstadskrant nummer 2, 2017.
Geschreven door Marijke Brunt.


<< terug naar overzicht